Transport, energie en grondstoffen worden duurder. Door de lockdown in China blijven goederen geblokkeerd. Logistieke en economische schokken zorgen voor grillige schommelingen van vraag en aanbod. "De prijs en het voorwerp zijn de essentiële bepalingen in overeenkomsten", legt Kristof Zadora van het advocatenkantoor Monard Law uit. "Een onderneming bepaalt de prijs op basis van de kostenstructuur, de overheadkosten en de marge. Dan komt de aap uit de mouw. Door de stijgende prijzen zijn de premissen bij de totstandkoming van de overeenkomst niet houdbaar. Wat nu?"
...

Transport, energie en grondstoffen worden duurder. Door de lockdown in China blijven goederen geblokkeerd. Logistieke en economische schokken zorgen voor grillige schommelingen van vraag en aanbod. "De prijs en het voorwerp zijn de essentiële bepalingen in overeenkomsten", legt Kristof Zadora van het advocatenkantoor Monard Law uit. "Een onderneming bepaalt de prijs op basis van de kostenstructuur, de overheadkosten en de marge. Dan komt de aap uit de mouw. Door de stijgende prijzen zijn de premissen bij de totstandkoming van de overeenkomst niet houdbaar. Wat nu?" Ondernemingen proberen forse prijsstijgingen door te rekenen aan hun klanten, getuigt Pieter Callens, vennoot van het advocatenkantoor Eubelius. Ze roepen vaak overmacht in: de oorspronkelijk afgesproken verkoopprijzen zijn onhaalbaar. "Meestal gebeurt dat onterecht. Er is enkel overmacht als de uitvoering van de verbintenis compleet onmogelijk is. Als de fabriek ontploft is bijvoorbeeld. Als grondstoffen duurder zijn geworden of moeilijker te vinden zijn, is dat geen overmacht. Dan moeten de leveranciers de prijsstijging zelf incasseren." De ene sector is al strenger dan de andere. In de bouwsector zijn er dikwijls geen juridisch strikt afdwingbare contracten over de prijs of de termijnen. Een middelenverbintenis over leveringstermijnen en prijzen stipuleert dat de aannemer het nodige moet doen om het bestek uit te voeren, maar niet tot elke prijs. "De klant heeft weinig opties", zegt Callens. "De hele materiaalmarkt staat onder druk. Zelfs mét strikte afspraken heeft het weinig zin om boetes te eisen. Elders kan de klant ook niet terecht. Er is gewoon geen alternatief, omdat geen enkele aannemer op tijd tegen een contractprijs kan leveren. Iedereen wacht af tot de markt zich herstelt." In de IT-sector zijn er wel strikte clausules, signaleert hij. Als een contract een strikte levertermijn en een boetesysteem bij de niet-naleving bevat, zal het excuus van de moeilijke levering van chips niet helpen. Callens: "Wat telt, is of er ergens in de wereld wél chips kunnen worden aangeleverd. Als 80 procent van de wereldolieproductie is geblokkeerd, wil dat zeggen dat er nog 20 procent op een andere plaats kan worden gevonden. Die olie is uiteraard veel duurder, maar het is niet onmogelijk. Dat is dus geen overmacht. Dat klinkt hard, maar zo zit de wetgeving in elkaar. Heel wat ondernemingen slikken de prijsverhoging om commerciële redenen, maar ik houd mijn hart vast. Zelfs sterke ondernemingen kunnen op den duur in de problemen komen. Ik krijg signalen dat dit niet kan blijven duren en dat de marges kleiner worden. Zeker in het begin van de ketting kunnen er slachtoffers vallen." Meestal leidt het juridische conflict tot een commerciële discussie. Supermarkten hebben bijvoorbeeld zeer strikte jaarcontracten. Ze zouden hun leveranciers kunnen dwingen zich eraan te houden. Callens: "Uiteindelijk hebben ze oren naar klanten die failliet zouden gaan als ze zich moeten houden aan de afgesproken prijzen. Dan wordt er onderhandeld. Veel hangt af van het product. Van luxeproducten of niet-alledaagse voeding zal de aanvoer sneller worden stopgezet dan van mainstreamproducten." Dikwijls stijgen prijzen zo stevig dat het voor de onderneming economisch niet haalbaar is nog te leveren tegen de overeengekomen prijzen. Dat is evenmin overmacht. Kristof Zadora: "Zelfs als de marge volledig wordt onderuitgehaald, moet je leveren." Sommige rechters grijpen wel in bij extreme, onverwachte externe omstandigheden, zoals hyperprijsstijgingen of enorme schaarste. "De grondslag is de verplichting om een contract te goeder trouw uit te voeren." "In uitzonderlijke omstandigheden kan de uitvoering niet meer redelijk zijn, als een partij bijvoorbeeld failliet zou gaan bij de uitvoering", aldus Callens. De rechter verplicht de partijen dan terug aan de onderhandelingstafel te zitten. De interpretatie van de verplichting om het contract te goeder trouw uit te voeren wijkt sterk af per geval en van rechter tot rechter. Zadora adviseert ondernemingen die goederen verkopen het principe van de heronderhandeling bij een sterk onevenwicht vooraf in de overeenkomst of de algemene voorwaarden op te nemen. "De uitvoering moet wel als een goede huisvader gebeuren", zegt hij. "Wie over twee dagen maïs moet leveren, moet niet vandaag beginnen rond te bellen bij leveranciers om dan vast te stellen dat de aankoop bijna onmogelijk is." Pieter Callens signaleert door de prijsstijgingen een "commerciële en juridische oorlog die veel bedrijven treft in de essentie van hun bestaan". Dit had vermeden kunnen worden, zegt Arie Van Hoe, executive manager van het Competentiecentrum Recht & Onderneming. "Contractpartijen moeten meer dan ooit op toekomstige onzekerheden anticiperen en die verdisconteren in hun contracten. Dat moet gebeuren met op maat gemaakte overmachtsclausules en prijsherzieningsclausules. Advocaten moeten het beeld van de zwarte zwaan altijd voor ogen houden." Heel wat ondernemingen, zoals in de bouwsector, koppelen hun verkoopprijzen aan indexen. Een wet van 1976 laat enkel een koppeling aan een index toe als die relevant is voor de prijs van de verkochte diensten of goederen. Een IT-bedrijf kan bijvoorbeeld zijn prijzen niet koppelen aan de bouwmaterialenindex. Ook mag de indexstijging maar voor 80 procent worden doorgerekend. "Rechtbanken zijn streng in de toepassing van die voorwaarden", signaleert Pieter Callens. De wetgeving stelt dat prijzen enkel eenzijdig kunnen worden aangepast bij een geldige reden, zoals hogere grondstoffenprijzen. Klanten moeten een contractueel vastgestelde prijsverhoging niet zomaar aanvaarden. Ze controleren het best over welke grondstoffen het gaat, welk hun aandeel is in de totale prijs en of de hogere factuur in verhouding staat tot de prijsstijging. Callens: "Sommige leveranciers misbruiken de crisissituatie om zonder reden prijsaanpassingen door te voeren." Heel vaak geldt de juridische logica niet. De leverancier legt eenzijdig een nieuwe prijs op. Wie niet betaalt, krijgt niets geleverd. "Dikwijls betalen klanten de oorspronkelijk afgesproken prijs na de levering, protesteren tegen de meerprijs, onderhandelen daar later over en procederen desnoods. Er is een keten van juridische en commerciële reacties, waar geen lijn in te trekken is", zegt Callens. Een contract kan ook bepalen dat partijen om de tafel moeten zitten om een redelijke oplossing uit te werken bij onvoorziene bezwarende omstandigheden ('imprevisie'). Als ze er niet uit raken, kan de tussenkomst van de rechter of een arbitrageorganisatie worden gevraagd. "Maar die clausule wordt in de praktijk weinig toegepast", stelt Pieter Callens. Een van de volgende weken wordt de wet gepubliceerd die imprevisie invoert in het nieuwe burgerlijk wetboek. Die treedt rond de jaarwisseling in werking voor nieuwe contracten. De rechtbank toetst of nieuwe omstandigheden de uitvoering van een handelscontract buitensporig zwaar maken. "De toetsing blijft een uitzondering", beklemtoont Arie Van Hoe. Partijen kunnen in het contract ook opnemen dat ze die uitweg niet aanvaarden als een reden voor een prijsverhoging. Callens: "Het ligt voor de hand dat sterke partijen dat standaard zullen doen."