De risico's voor het financiële stelsel in de EU kwamen in de zogenaamde stresstest van 2018 onvoldoende tot uiting, schrijft de Europese Rekenkamer in een kritisch rapport.

De rekenmeesters stellen bovendien vast dat niet alle kwetsbare banken in de EU vorig jaar waren opgenomen in de test, hoewel die banken niet bij naam genoemd worden. Er schortte overigens nog wat aan de geografische spreiding van de tests. De vijftien landen waar in totaal 48 banken werden getest, liggen vooral in Noord- en West-Europa. Zwakkere landen kregen minder ernstige scenario's te verwerken, luidt het in het rapport. In het meest ongunstige scenario waren de gesimuleerde economische schokken lichter dan de schokken die tijdens de financiële crisis in 2008 effectief plaatsvonden.

De Europese rekenmeesters zijn van oordeel dat de Europese Bankautoriteit (EBA) sterk op de nationale toezichthouders vertrouwde bij het ontwerp en de uitvoering van de stresstest. De Rekenkamer pleit ervoor dat de EBA haar toezicht op de tests versterkt en daar de middelen voor krijgt. De EBA werd in 2010 opgericht met als doel de financiële stabiliteit in de EU te handhaven en te zorgen voor een 'integere, efficiënte en ordelijk werkende bankensector'.

In 2011, 2014, 2016 en 2018 heeft ze stresstests verricht waarbij bijvoorbeeld een ernstige recessie, een beurscrash of een verlies van vertrouwen werd nagebootst en de robuustheid van de banken werd onderzocht. In de test van vorig jaar werd een drie jaar durend economisch ongunstig scenario geprojecteerd met onder meer hoge werkloosheid.