De kaap van 100 GW bereiken kostte vijftien jaar, de volgende 100 GW zullen volgens experts slechts zeven tot acht jaar vergen. Toch zal dat niet voldoende zijn om de zonnedans te blijven leiden. China haalde eind vorig jaar al Duitsland in als land met het meeste zonne-energie, en installeerde in de eerste zes maanden van 2016 al drie keer meer dan wat Europa op een heel jaar aan capaciteit bijbouwt.
...

De kaap van 100 GW bereiken kostte vijftien jaar, de volgende 100 GW zullen volgens experts slechts zeven tot acht jaar vergen. Toch zal dat niet voldoende zijn om de zonnedans te blijven leiden. China haalde eind vorig jaar al Duitsland in als land met het meeste zonne-energie, en installeerde in de eerste zes maanden van 2016 al drie keer meer dan wat Europa op een heel jaar aan capaciteit bijbouwt. Daardoor is het aandeel van Europa in de wereldwijde geïnstalleerde zonne-capaciteit gedaald van ongeveer 77 procent in 2010 naar 42 procent eind vorig jaar. Bovendien is het Chinese potentieel nog enorm. Volgens het BP Energy Review kwam amper 0,2 procent van de Chinese energieconsumptie in 2015 uit hernieuwbare bronnen, terwijl dat in Duitsland al 12,47 procent is. Zon is bij onze oosterburen goed voor 7 procent van de elektriciteitsconsumptie, becijferde het Fraunhofer Instituut, terwijl de Chinese National Energy Administration voor het Aziatische land op amper 0,6 procent uitkwam.Dat neemt niet weg, vindt de sectororganisatie SolarPower Europe, dat zonne-energie ook op het Oude Continent nog veel potentieel heeft. De toon zal vooral worden gezet door Frankrijk en de landen rond de Middellandse Zee. "Begin volgend jaar moet het mogelijk zijn in Zuid-Europa zonnestroom op te wekken tegen 4 eurocent per kilowattuur", voorspelt Luc Graré, lid van het directiecomité van SolarPower Europe. Ook in Duitsland blijven de prijzen dalen: de laatste openbare aanbesteding in april leverde prijzen op tussen 6,94 en 7,68 eurocent per kilowattuur. Graré: "Ook in België kan zonne-energie zich blijven ontwikkelen, zelfs zonder subsidies. Het positieve beleid van Vlaams minister Bart Tommelein is een stap in de goede richting. Een particulier kan zijn investering terugverdienen in acht jaar, terwijl bedrijven rendementen van 20 procent op het eigen ingezet kapitaal kunnen boeken."Openbare aanbestedingen, eigen verbruik (waarbij de zelf geproduceerde zonne-energie ook door de particulier wordt verbruikt, nvdr) en de dalende kostprijs van batterij-opslag gelden als extra groeimotoren. Bovendien blijft de geschiedenis zich herhalen. In 2009 eindigde de PV-boom in Spanje, wat zorgde voor overcapaciteit en de prijzen van zonnepanelen die in een jaar tijd met de helft daalden. Het gevolg: een nieuwe rally, die stopte met de herziening van de subsidies in Italië en Tsjechië. Het effect van de daaropvolgende prijsdalingen werd in Europa eind 2013 grotendeels teniet gedaan, door de antidumpingmaatregelen op Chinese zonnepanelen van de Europese Unie. Die bleken contraproductief te werken, want daardoor steeg de prijs van zonne-energie in 2014 zelfs lichtjes. SolarPower Europe pleit dan ook voor de afschaffing van de maatregelen, omdat ze geen jobs hebben gecreëerd in de productie van zonnepanelen, en eerder banen hebben doen verloren gaan bij installateurs en ontwikkelaars van zonneparken. Bovendien produceren veel Chinese fabrikanten nu in Thailand, Maleisië of Vietnam om zo de importheffingen te ontlopen. "De redenering dat Europa gedoemd is zich te beperken tot enkel de installatie van PV zal niet overeind blijven wanneer er in Europa jaarlijks duurzaam, dus zonder subsidies, 10 tot 15 GW zonne-energie wordt geplaatst", voorspelt Graré. "Kijk naar de Aziatische elektronicaproducenten: die bouwen inmiddels ook in Europa televisies en koelkasten voor de lokale markt, omwille van de transportkosten. Dat zal ook gebeuren met de productie van zonnepanelen."Het afschaffen van de invoerbarrières kan Europa ook toelaten om in te pikken op de nieuwe golf van prijsdalingen. In de eerste zes maanden van dit jaar heeft China 20 GW zonne-energie bijgebouwd, wat de doelstelling was voor heel 2016. Sinds augustus is de markt dan ook volledig stilgevallen. Het gevolg klinkt intussen bekend: uitpuilende magazijnen, en prijsdalingen - in augustus alleen al van 10 tot 15 procent. Die prijsdalingen beperken zich niet tot de panelen alleen: ook de producenten van omvormers verlagen drastisch hun prijzen. Het einde van de prijzenoorlogen is nog niet in zicht. "Eigenlijk heeft de toekomst er nog nooit zo goed uitgezien als vandaag", vindt Graré. "Er zijn historisch lage intresten op kapitaal, zonne-energie is prijscompetitief geworden, en door het Klimaatakkoord van Parijs staan de overheden meer dan ooit onder druk om de CO2-uitstoot te reduceren."