De economie van de eurolanden wordt geraakt door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, en meer bepaald door de sterk gestegen energieprijzen. Daardoor wordt de koopkracht van de gezinnen ondermijnd. Op jaarbasis groeide de economie van de eurozone met 5 procent en de EU met 5,2 procent, aldus Eurostat.

Voor wat de Europese Unie in zijn geheel betreft, groeide het bbp in het eerste kwartaal met 0,4 procent, tegenover 0,5 procent in de laatste drie maanden van 2021. Op basis van de beschikbare informatie was binnen de EU in Portugal de sterkste groei te zien (+2,6 procent). Duitsland, de grootste economie van Europa, groeide met 0,2 procent. In Italië was sprake van een krimp met 0,2 procent en in Zweden met 0,4 procent. In Frankrijk stagneerde de economie.

Inflatie

Ook wordt de inflatie door de hoge energieprijzen aangejaagd. Volgens Eurostat steeg de inflatie in het eurogebied in april naar een nieuw record van 7,5 procent op jaarbasis. Dat was 7,4 procent in maart. Sinds de invoering van de gemeenschappelijke munt in 1999 is het inflatiecijfer in de eurozone nog nooit zo hoog geweest.

De inflatie brak sinds november overigens elke maand een nieuw record en werd opnieuw aangewakkerd door de stijgende energieprijzen. Voedingsmiddelen en alcohol waren in april 6,4 procent duurder dan een jaar geleden. Energie, voedingsmiddelen, alcohol en tabak niet meegerekend, steeg de kerninflatie van de consumptieprijzen in april tot 3,5 procent (tegenover 2,9 procent de maand voordien). Van alle landen in de eurozone heeft Estland het meeste te lijden onder de stijgende consumptieprijzen, met een inflatie in april van 19 procent, aldus Eurostat.

Herstel

Duidelijk is dus dat de oorlog in Oekraïne een domper zet op het economisch herstel en het is zo goed als onmogelijk te voorspellen hoe de toestand verder zal evolueren. Bovendien vormt ook het harde coronabeleid in China een belasting voor de wereldeconomie en leidt het tot een verergering van de problemen met de toeleveringsketens. De dienstensector in de eurozone profiteert daarentegen van de versoepeling van de coronamaatregelen.

De economie van de eurolanden wordt geraakt door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, en meer bepaald door de sterk gestegen energieprijzen. Daardoor wordt de koopkracht van de gezinnen ondermijnd. Op jaarbasis groeide de economie van de eurozone met 5 procent en de EU met 5,2 procent, aldus Eurostat.Voor wat de Europese Unie in zijn geheel betreft, groeide het bbp in het eerste kwartaal met 0,4 procent, tegenover 0,5 procent in de laatste drie maanden van 2021. Op basis van de beschikbare informatie was binnen de EU in Portugal de sterkste groei te zien (+2,6 procent). Duitsland, de grootste economie van Europa, groeide met 0,2 procent. In Italië was sprake van een krimp met 0,2 procent en in Zweden met 0,4 procent. In Frankrijk stagneerde de economie. Ook wordt de inflatie door de hoge energieprijzen aangejaagd. Volgens Eurostat steeg de inflatie in het eurogebied in april naar een nieuw record van 7,5 procent op jaarbasis. Dat was 7,4 procent in maart. Sinds de invoering van de gemeenschappelijke munt in 1999 is het inflatiecijfer in de eurozone nog nooit zo hoog geweest. De inflatie brak sinds november overigens elke maand een nieuw record en werd opnieuw aangewakkerd door de stijgende energieprijzen. Voedingsmiddelen en alcohol waren in april 6,4 procent duurder dan een jaar geleden. Energie, voedingsmiddelen, alcohol en tabak niet meegerekend, steeg de kerninflatie van de consumptieprijzen in april tot 3,5 procent (tegenover 2,9 procent de maand voordien). Van alle landen in de eurozone heeft Estland het meeste te lijden onder de stijgende consumptieprijzen, met een inflatie in april van 19 procent, aldus Eurostat. Duidelijk is dus dat de oorlog in Oekraïne een domper zet op het economisch herstel en het is zo goed als onmogelijk te voorspellen hoe de toestand verder zal evolueren. Bovendien vormt ook het harde coronabeleid in China een belasting voor de wereldeconomie en leidt het tot een verergering van de problemen met de toeleveringsketens. De dienstensector in de eurozone profiteert daarentegen van de versoepeling van de coronamaatregelen.