Ondergetekende had het genoegen dinsdagavond een uiteenzetting bij te wonen van een van de vele vermogensbeheerders die dezer dagen hun economische en financiële vooruitzichten voor 2023 delen.

Het ging over de inflatieverwachtingen, renteontwikkelingen, kredietvoorwaarden, winstverwachtingen en zo meer. Eén onderwerp kon uiteraard niet ontbreken, een waar de financiële sector de laatste jaren van overloopt: duurzaamheid of een van de vele synoniemen en acroniemen die daarvoor bestaan, zoals energietransitie, climate opportunities, ESG, SRI, PRI enzovoort.

Via het geijkte script, dat ondertussen de hele financiële sector in de een of andere vorm nabauwt, werden de kansen van de klimaatopwarming en de energietransitie opgesomd. "De CO2-uitstoot moet naar nul, daar zal voor zoveel miljarden voor geleend en geïnvesteerd moeten worden. Ziehier onze groene fondsen die inzetten op die sectoren." Of: "hout is een veel duurzamere bouwmateriaal dan cement. Kijk daar onze producten die in duurzame houtproductie beleggen."

Duurzaamheid, de financiële sector snapt het nog altijd niet.

Je kunt een bakker natuurlijk niet verwijten dat hij zijn brood wil verkopen, maar na die obligate duurzaamheidspraatjes volgde een wandelend diner waarmee die groene geloofwaardigheid in een mum van tijd volledig werd weggeslikt. Want op het menu stonden onder meer foie gras, rundscarpaccio, een minikreeftensandwich en andere zaken die niet meteen de hoofdprijs voor meest duurzame en ethische voeding zullen wegkapen. Ik moest denken aan de woorden die de Belgische politicus Yves Leterme als oppositieleider ooit meesterlijk uitspeelde tegen de toenmalige regering: "Wie gelooft die mensen nog?"

In de laatste jaren is er een rist klokkenluiders naar buiten getreden die duurzaamheidsfraude in de financiële sector aankaartte. Daarbovenop hebben vermogensbeheerders bij wijze van impliciete schuldbekentenis de laatste maanden een deel van hun donkergroene ultraduurzame beleggingsproducten omgetoverd naar lichtgroen of zelfs grijs.

In een context waarin haar geloofwaardigheid met de dag verder uitrafelt, zou je van de financiële sector verwachten dat die elke daad afweegt tegen zijn woorden, al was het maar om niet van platte marketing beticht te worden. Maar blijkbaar is de reputatieschade daar voorlopig nog niet groot genoeg voor en kan de sector nog wel even blijven teren op de goedgelovigheid van de klanten en de rest van de samenleving.

Ondergetekende had het genoegen dinsdagavond een uiteenzetting bij te wonen van een van de vele vermogensbeheerders die dezer dagen hun economische en financiële vooruitzichten voor 2023 delen.Het ging over de inflatieverwachtingen, renteontwikkelingen, kredietvoorwaarden, winstverwachtingen en zo meer. Eén onderwerp kon uiteraard niet ontbreken, een waar de financiële sector de laatste jaren van overloopt: duurzaamheid of een van de vele synoniemen en acroniemen die daarvoor bestaan, zoals energietransitie, climate opportunities, ESG, SRI, PRI enzovoort.Via het geijkte script, dat ondertussen de hele financiële sector in de een of andere vorm nabauwt, werden de kansen van de klimaatopwarming en de energietransitie opgesomd. "De CO2-uitstoot moet naar nul, daar zal voor zoveel miljarden voor geleend en geïnvesteerd moeten worden. Ziehier onze groene fondsen die inzetten op die sectoren." Of: "hout is een veel duurzamere bouwmateriaal dan cement. Kijk daar onze producten die in duurzame houtproductie beleggen."Je kunt een bakker natuurlijk niet verwijten dat hij zijn brood wil verkopen, maar na die obligate duurzaamheidspraatjes volgde een wandelend diner waarmee die groene geloofwaardigheid in een mum van tijd volledig werd weggeslikt. Want op het menu stonden onder meer foie gras, rundscarpaccio, een minikreeftensandwich en andere zaken die niet meteen de hoofdprijs voor meest duurzame en ethische voeding zullen wegkapen. Ik moest denken aan de woorden die de Belgische politicus Yves Leterme als oppositieleider ooit meesterlijk uitspeelde tegen de toenmalige regering: "Wie gelooft die mensen nog?"In de laatste jaren is er een rist klokkenluiders naar buiten getreden die duurzaamheidsfraude in de financiële sector aankaartte. Daarbovenop hebben vermogensbeheerders bij wijze van impliciete schuldbekentenis de laatste maanden een deel van hun donkergroene ultraduurzame beleggingsproducten omgetoverd naar lichtgroen of zelfs grijs.In een context waarin haar geloofwaardigheid met de dag verder uitrafelt, zou je van de financiële sector verwachten dat die elke daad afweegt tegen zijn woorden, al was het maar om niet van platte marketing beticht te worden. Maar blijkbaar is de reputatieschade daar voorlopig nog niet groot genoeg voor en kan de sector nog wel even blijven teren op de goedgelovigheid van de klanten en de rest van de samenleving.