Eerst het goede nieuws: volgens de strategieconsultant Bain & Company zullen de energieprijzen uiterlijk in het tweede kwartaal van volgend jaar normaliseren. Ook het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gaat ervan uit dat de olie- en gasprijzen wellicht hoog blijven tot in januari, om daarna geleidelijk te dalen naar meer behapbare niveaus.
...

Eerst het goede nieuws: volgens de strategieconsultant Bain & Company zullen de energieprijzen uiterlijk in het tweede kwartaal van volgend jaar normaliseren. Ook het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gaat ervan uit dat de olie- en gasprijzen wellicht hoog blijven tot in januari, om daarna geleidelijk te dalen naar meer behapbare niveaus. Er gloort dus licht aan het einde van de tunnel. Alleen is er nog wel een stuk tunnel te gaan. De verdere stijging van de energieprijzen is misschien afgewend, maar de wintermaanden sluiten een snelle daling uit. Bovendien moet Rusland de hint van Vladimir Poetin om de productie op te trekken nog waarmaken. Fatih Birol, de topman van het IEA, schat dat Rusland zijn productie met ongeveer 15 procent kan opdrijven, maar voegde eraan toe: "Het land heeft de capaciteit om dat te doen. Ik zeg niet dat het dat zal doen." Want Poetin is niet vies van een potje geostrategisch armworstelen. De Russische president wil Nord Stream 2, een tweede 1200 kilometer lange pijpleiding tussen Rusland en Duitsland die onlangs werd afgewerkt, zo snel mogelijk in gebruik nemen. De Duitse energieregulator BNetzA moet echter de exacte gebruiksvoorwaarden voor de nieuwe verbinding nog vastleggen, een proces dat enkele maanden in beslag kan nemen. De nieuwe lijn stuitte op verzet van de Amerikanen, die vrezen voor een te sterke invloed van Rusland in Europa. Oekraïne en andere Centraal- en Oost-Europese landen dreigen dan weer een hoop transitinkomsten te missen doordat er minder Russisch gas via hun verbindingen naar West-Europa vloeit. Toch zou het fout zijn de Russische gasleverancier Gazprom met alle zonden van Israël te beladen. Een rapport van het Oxford Institute for Energy Studies wijst erop dat Rusland vorig jaar tijdens de coronacrisis zelfs met verlies verkocht. Gazprom verkoopt de meerderheid van zijn gas via langetermijncontracten met verschillende tariefsystemen. Daardoor neemt het Russische staatsbedrijf niet alleen het volumerisico, maar ook het prijsrisico. Het werd daarvoor beloond door de Duitse en Turkse Gazprom-klanten. Die kozen er in het eerste kwartaal van vorig jaar massaal voor om het aandeel van het duurdere Russische gas te vervangen door het op dat moment goedkopere vloeibare gas (lng), vooral uit Qatar en Algerije. De marktomstandigheden in 2021 creëerden echter een perfecte storm. Door de economische relance na het coronajaar 2020 steeg de vraag naar gas in Europa met een kwart. Idem in Azië, gedreven door de Chinese groei en de wens om de voorraden na een koude winter maximaal te vullen. Ook in Zuid-Amerika lag de vraag beduidend hoger. Door de droogte produceerden de waterkrachtcentrales veel minder dan andere jaren. Gasgestookte productie-eenheden moesten het verschil compenseren. Aan de aanbodzijde kampten verschillende lng-producenten met problemen om hun output op te drijven. De lijst is lang: bevoorradingsproblemen in Trinidad en Nigeria, de brand in de lng-fabriek in het Noorse Hammerfest en productieonderbrekingen in Peru, Angola, Equatoriaal Guinea, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en West-Australië. Daarbovenop gingen Noorse gasvelden in onderhoud en kan de Britse gasproductie niet voldoende worden opgedreven om de slinkende Nederlandse productie te compenseren. Gazprom draaide de gaskraan wel open, maar moest in het derde kwartaal nog de uitgeputte binnenlandse voorraden aanvullen. Het gevolg was dat in de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk de gasreserves eind september slechts voor 72 procent volzet waren. Dat is een pak minder dan de 94 procent van het coronajaar 2019, maar ook fors minder dan het gemiddelde van de jongste tien jaar: 85 procent. België is een van de landen waar de situatie het minst nijpend is. Volgens Fluxys-woordvoerder Laurent Remy zit de opslag in Loenhout voor 88 procent vol, waardoor de wettelijke verplichting om die tegen 1 november voor minstens 90 procent te benutten, zeer haalbaar is. De onrust over de te kleine voorraden leidde tot recordprijzen. Die blijven niet zonder gevolgen. "We zitten in een situatie die door iedereen altijd werd beschouwd als 'zeer onwaarschijnlijk'. In de komende twee kwartalen zullen sommige bedrijven moeten stoppen met produceren", verwacht Piet de Paepe, partner bij Bain & Company. "Sommige een aantal weken, andere misschien maanden." Vooral energie-intensieve bedrijven zitten in de vuurlinie: metaal- en staalondernemingen, voedingproducenten en een aantal spelers in de chemie. Dat kan tot een domino-effect leiden, waarschuwt Peter Claes, gedelegeerd bestuurder van de federatie van industriële energieverbruikers Febeliec. "De clustering van veel van onze bedrijven is bijzonder intens. Zeker in de basischemie dienen producten en bijproducten van het ene bedrijf voor producten bij het andere in die cluster of erbuiten." Claes verwijst bijvoorbeeld naar de fabrikanten van meststoffen. Die zien met lede ogen dat de Europese ammoniakproducenten hun gasintensieve productie afbouwen, waardoor zij zonder grondstof dreigen te vallen. Chloor is dan weer een grondstof voor 40 procent van de medicijnen, terwijl in auto's honderden producten zitten die worden geraakt door de prijsstijgingen. "De hoge gasprijzen van de jongste weken waren een heel naïef spel van vraag en aanbod", analyseren De Paepe en zijn collega Peter Meijer, practicemanager Global Chemicals bij Bain & Company. "Maar zulke prijsstijgingen zullen we nog meer zien. Zolang Europa voor 90 procent afhankelijk blijft van de import van fossiele energie, zal dat niet veranderen." De energie-onafhankelijkheid vergroten is een van de doelstellingen van het Europese klimaatbeleid. "Duitsland bouwt al meer dan tien jaar windmolens, onder meer omdat het zo onafhankelijk mogelijk wil zijn. De uitdaging is tegelijk te zorgen voor stabiliteit in het energieaanbod en de prijs", vindt De Paepe. De energietransitie dreigt ook zware geopolitieke gevolgen te hebben. De economie van landen als Venezuela en Rusland steunt zwaar op de olie- en gasproductie, maar ze hebben veel minder mogelijkheden dan een aantal landen uit het Midden-Oosten om ook in de nieuwe energiewereld een rol van betekenis te spelen. Een van de grote pijnpunten is dat uitgerekend gas wordt gezien als de ideale transitietechnologie. Gascentrales zijn bijzonder geschikt om flexibel in te spelen op het al of niet produceren van zonne- en windenergie. Bovendien kunnen ze op termijn draaien op bio- en of synthetisch gas. De hausse van de energieprijzen geeft dat imago een stevige deuk, beseft ook IEA-topman Fatih Birol. "De gasmarkt scoort nu geen goede punten bij de klanten. De overheden kunnen het best op korte termijn de klanten beschermen tegen de hoge prijzen. Tegelijk moeten de recordprijzen de transitie weg van fossiele brandstoffen versnellen." Daarnaast moet nog altijd worden geïnvesteerd in de gasproductie, net om dat soort prijsschokken te vermijden. En daar wringt het schoentje, analyseerde de Boston Consulting Group in een rapport van eind vorig jaar. "De investeringen in nieuwe productie daalden scherp tijdens het coronajaar 2020, maar zullen dat ook dit jaar doen. Terwijl de vraag naar olie en gas eigenlijk een stijging nodig maakt op korte termijn." Het Franse olie- en gasconcern Total Energies wees er vorige maand nog op dat de Chinese vraag naar lng tussen 2019 en 2021 met liefst 35 procent is gestegen en gaat ervan uit dat de groei de komende vijf jaar gemiddeld meer dan 10 procent zal bedragen. Wereldwijd zal de lng-productie tussen nu en 2025 met liefst 30 procent stijgen. Om aan de olievraag van 2025 te voldoen, moet er tegen eind volgend jaar worden geïnvesteerd in nieuwe productie die 3 tot 5 miljoen vaten per dag extra moet opleveren, schat Total Energies. Het jaarlijkse gemiddelde aan nieuwe productiecapaciteit ligt sinds 2015 op minder dan 1,5 miljoen vaten per dag. "Zonder voldoende investeringen zal dat leiden tot een grotere volatiliteit op de markten en tot hogere prijzen", stellen de onderzoekers van Boston Consulting Group. "Die kan leiden tot een trager economisch herstel." Het risico op nieuwe prijsopstoten is echter nog groter geworden dan vroeger. Investeerders willen immers dat olie- en gasbedrijven hun ecologische voetafdruk verminderen, terwijl de milieu- en de veiligheidsregels voor nieuwe productiecapaciteit steeds strenger worden. Tegelijk vragen nieuwe investeringen in groene-energieprojecten steeds meer geld dat niet naar de klassieke olie- en gastak kan gaan. Daarbovenop willen de investeerders hogere dividenden, als tegenwicht voor het hogere risico. En de grote olie- en gasbedrijven kampen nu al met recordschulden. "De coronacrisis heeft de investeringscrisis van de olie- en gassector nog verergerd", concludeert de Boston Consulting Group. "Om een nieuwe crisis te vermijden moeten de gemiddelde investeringen de komende drie jaar met minstens een kwart stijgen. De energieprijzen kunnen zelfs een negatief effect hebben op de klimaatproblematiek. Sommige landen zouden hun olie- en gasproductie kunnen opdrijven, om minder afhankelijk te zijn van de internationale energiemarkten." Zonder voldoende investeringen lijkt een nieuwe perfecte storm dus niet uit te sluiten. De grote olie- en gasbedrijven komen echter steeds meer op een kruispunt te staan. Total Energies gaat ervan uit dat de vraag naar olie in het komende decennium piekt. Investeren in nieuwe productie kan op korte termijn nog flink renderen, maar vergroot het risico op stranded assets, of olievelden die worden ontwikkeld om vervolgens niet te worden benut. Sommige klassieke oliebedrijven proberen een plaats te verwerven op de energiemarkt van de toekomst. De naamsverandering van Total naar Total Energies past in dat kader. Het bedrijf mikt op biobrandstoffen en hernieuwbare diesel, maar claimt ook een plek in de groene energiesector. Alleen betekent dat een transformatie naar een sector met veel lagere marges en omzetten. Andere, zoals ExxonMobil, mikken dan weer op een positie als last man standing. "Dat is niet zonder risico", stelt De Paepe. "Terwijl de vraag daalt, wordt het ook moeilijker om het jonge talent aan te trekken dat je nodig hebt om de omslag te kunnen maken. En plots kan blijken dat je inderdaad alleen staat, maar veel sneller dan je wilt."