Florissant oogt de jaarrekening van de Union of European Football Associations (UEFA) voor het seizoen 2019-2020 niet. Vanuit het Zwitserse dorpje Nyon, vlak bij Genève, overziet de Europese voetbalbond de belangrijkste markt van 's wereld populairste sport. Ondanks die troeven was er 73,9 miljoen euro verlies. Bovendien slonken de reserves naar iets meer dan 500 miljoen euro, de ondergrens die de organisatie hanteert om bij financiële calamiteiten toch de uitgaven te verzekeren.
...

Florissant oogt de jaarrekening van de Union of European Football Associations (UEFA) voor het seizoen 2019-2020 niet. Vanuit het Zwitserse dorpje Nyon, vlak bij Genève, overziet de Europese voetbalbond de belangrijkste markt van 's wereld populairste sport. Ondanks die troeven was er 73,9 miljoen euro verlies. Bovendien slonken de reserves naar iets meer dan 500 miljoen euro, de ondergrens die de organisatie hanteert om bij financiële calamiteiten toch de uitgaven te verzekeren. De hoofdschuldige voor die slechte cijfers is de coronapandemie. Die kelderde de inkomsten van een van 's wereld rijkste verenigingen zonder winstoogmerk: van 3,86 miljard in 2018-2019 ging het naar 3,04 miljard euro. Door de pandemie werden veel interlands afgelast. De inkomsten daaruit halveerden: van 604,5 miljoen euro naar 279,3 miljoen. De grootste inkomstenbron van de UEFA zijn echter de Europese bekercompetities Champions League en Europa League. Doordat die vorig voorjaar wel zijn afgewerkt, kon de UEFA de inkomstendaling beperken tot 15 procent. De grootste streep door de rekening was het uitstel van het Europees Kampioenschap. Dat had 2,5 miljard euro extra inkomsten en meer dan 1 miljard euro winst moeten opbrengen. Hoeveel daarvan een jaar later overblijft, is onduidelijk. Het marktonderzoeksbureau Statista schatte het inkomstenverlies vorig jaar op 300 miljoen euro, tegenover 400 miljoen indien het Europese landentornooi was geannuleerd. Toch was de UEFA niet ontevreden over het afgelopen boekjaar. Veel van de gemiste inkomsten verschuiven gewoon naar het lopende boekjaar. Bovendien rekent de organisatie in vierjarige cycli, die starten met het jaar waarin een Europees Kampioenschap plaatsvindt. Dat jaar maakt UEFA de winst die ze nodig heeft om de drie volgende verliesjaren door te komen. Gerekend in die cycli zien ze in Nyon maar één steil klimmende curve, vooral aangedreven door de almaar aandikkende mediarechten. Die waren vorig jaar goed voor meer dan 85 procent van de inkomsten. Het leeuwendeel van de overige inkomsten zijn commerciële rechten, zoals sponsoring, merchandising en de verkoop van licenties. De Europese landenkampioenschappen zijn flinke kersen op een groter wordende taart. De inkomsten uit de EK's zijn in twintig jaar tijd ruim vertienvoudigd, maar het relatieve belang ervan voor de UEFA is afgenomen. Het toernooi in Oekraïne en Polen in 2012 leverde 51 procent van de UEFA-inkomsten van dat jaar. Dat in Frankrijk vier jaar later was nog goed voor 47,2 procent. Euro 2020 zal, ondanks de verwachte recordopbrengst, wellicht maar op zo'n 45 procent uitkomen. Dat komt doordat de jaarlijks weerkerende inkomsten uit de Champions League en Europa League nog sneller groeien. De UEFA is erg vindingrijk in geldzaken. Om de terugval in inkomsten in de jaren tussen twee EK's te beperken, creëerde het twee jaar geleden de Nations League. Die moest de vriendschappelijke matchen tussen landen vervangen. De toernooiformule, waardoor in theorie zelfs ministaatjes als Gibraltar en Liechtenstein een ticket voor het Europees Kampioenschap kunnen veroveren, blijkt veel interessanter voor de media en de sponsors. Dat geld vloeit, op 2,5 tot 3 procent beheerskosten na, terug naar het voetbal. De UEFA trekt geld uit om bijvoorbeeld dames- en jeugdvoetbal en futsal te promoten, investeringen in voetbalinfrastructuur te ondersteunen, en vooral: prijzengeld uit te keren. Vorig jaar kregen de deelnemers aan de Champions League 1,65 miljard euro. De deelnemers aan de Europa League moesten het stellen met 478,6 miljoen. Toch komen er barstjes in het succes van de UEFA. In essentie is het businessmodel eenvoudig: meer matchen, en dus meer inkomsten uit sponsoring, mediarechten, enzovoort. Dat botst op weerstand bij de topspelers, die overbelasting vrezen. De coronapandemie heeft ook de centrale rol van de supporters duidelijk gemaakt: zonder supporters geen sfeer in de stadions, maar ook minder sponsoring- en marketing- inkomsten. Jongeren blijken bovendien vooral online en gratis naar het voetbal te kijken. Daardoor worden de mediarechten minder waard. In Frankrijk, Duitsland en Italië brachten de nieuwe tv-contracten voor het eerst sinds lang minder op. Ronan Evain, directeur van de Europese vereniging van supporters FSE, wijst erop dat de interesse in maandagmatchen in veel landen taant. "De meeste supporters willen niet nog meer voetbal, en ze kunnen het ook niet meer betalen. Ze willen vooral beter voetbal." De meest concrete bedreiging voor het UEFA-model is echter van een andere orde. De weelde trekt kapers op de kust aan, in de eerste plaats de wereldvoetbalbond FIFA. Die is, veel meer dan de UEFA, voor zijn inkomsten afhankelijk van de Wereldbeker, het vierjaarlijkse wereldkampioenschap voor landenploegen. FIFA-voorzitter Gianni Infantino lanceerde drie jaar geleden een plan voor een WK voor clubs: 24 clubs, waarvan de helft uit Europa en de helft uit de rest van de wereld, zouden om de vier jaar strijden voor die titel. De cheque van 25 miljard die Infantino aan zijn raad van bestuur presenteerde, is echter nog niet uitgeschreven. De onderliggende idee klopt wel: met nieuwe formats kun je nieuwe sponsorpakketten uitbouwen, en misschien Chinese, Indiase of Amerikaanse reuzen aantrekken. Voor een ander idee, een nieuwe landencompetitie, pakte de UEFA de Italiaan in snelheid met de nieuwe Nations League. De recentste aanval op de vetpotten van de UEFA kwam van de European Super League, een initiatief van twaalf Europese topclubs. Het moest een alternatief zijn voor de Champions League. Het verschil: de gegarandeerde deelname van vijftien topploegen, een op termijn wereldwijde competitie met plaats voor teams uit de Verenigde Staten en China, en een hoger prijzengeld van zowat 2 miljard euro. De Amerikaanse bank JP Morgen had 3,5 miljard euro veil voor de nieuwe competitie, maar door massaal supportersprotest trokken negen van de twaalf initiatief- nemers zich terug uit het project. Alleen de Spaanse clubs Barcelona en Real Madrid en het Italiaanse Juventus leggen zich nog niet neer bij de stopzetting van het project. Er loopt een juridische procedure die de almacht van de UEFA en de FIFA ter discussie stelt. Toch lijkt de mislukking van de Super League maar een tijdelijke terugslag in de geldhonger van de topclubs. Zij eisen een groter deel van de koek, met als argument dat zij het meeste supporters, sponsors en tv-kijkers aantrekken. Veelzeggend is de solidariteits- bijdrage die de UEFA uitkeert aan niet-deelnemende clubs en teams die sneuvelen in de kwalificaties: die stijgt nog in absolute termen, maar maakt wel een almaar kleiner percentage van de totale uitkering uit. In de periode 2015-2018 was dat 8,5 procent, in 2018-2021 nog 7,3 procent. De hervorming die de UEFA zelf voorstelde voor de Europese competities vanaf 2024, ging ook al in die richting. Met 36 in plaats van 32 ploegen verkleint de kans dat de echt grote clubs naast de vetpotten van de Champions League zouden grijpen. Voor de kleinere clubs was er het zoethoudertje van een derde Europese clubcompetitie.