De vier Belgische grootbanken (BNP Paribas Fortis, KBC, ING België en Belfius) realiseerden in 2017 samen 5,2 miljard euro winst voor belastingen. Dat is een toename met 5 procent in vergelijking met een jaar eerder.
...

De vier Belgische grootbanken (BNP Paribas Fortis, KBC, ING België en Belfius) realiseerden in 2017 samen 5,2 miljard euro winst voor belastingen. Dat is een toename met 5 procent in vergelijking met een jaar eerder. Hoezo een toename? In januari had de sectorfederatie Febelfin nog een somber beeld van de sector opgehangen. De bankbelastingen werden disproportioneel hoog genoemd. De inkomsten stonden onder druk door de lage rente. De kosten voor regulering en investeringen in de digitalisering liepen hoog op. De cocktail van al die factoren werd afgeschilderd als een grote bedreiging voor de winstgevendheid van de sector. De banken hebben een punt als ze klagen over de lage rente. De Belgische banken halen gemiddeld twee derde tot drie kwart van hun omzet uit de zogenoemde netto rente-inkomsten. Dat zijn de inkomsten die een bank heeft uit de omzetting van kortetermijnspaargeld in langeretermijnkredieten. Die transformatiemarge staat onder druk, doordat de rente extreem laag en de rentecurve plat is. Het verschil tussen de korte- en de langetermijnrente is daardoor klein. In 2015 en 2016 was de rente al laag, maar toen voelden de banken dat niet in hun resultaten. Enerzijds doordat ze nog ruimte hadden om de spaarrente te verlagen tot het wettelijke minimum van 0,11 procent (en dus hun rentekosten te drukken). Anderzijds doordat de massale herfinanciering van hypothecaire leningen leidde tot eenmalige inkomsten. Bij een herfinanciering rekenen de banken immers een wederbeleggingsvergoeding aan. Op lange termijn is het effect van die operaties evenwel negatief, omdat de geherfinancierde leningen minder opbrengen. In 2017 konden de banken de spaarrente niet verder verlagen en was er geen herfinancieringseffect meer. Daardoor was het voorbije jaar het eerste waarin de lage rente ten volle woog op de resultatenrekening. En dat blijkt uit de cijfers. Zo vielen de netto rente-inkomsten van KBC België met 11,4 procent terug, van 2,70 miljard euro in 2016 tot 2,39 miljard euro vorig jaar. De daling van de rente-inkomsten van KBC is kleiner dan de krimp van de rentemarge (die evolueerde van 1,86 procent begin 2016 tot 1,48 procent eind 2017). Dat toont dat KBC erin is geslaagd de margedaling gedeeltelijk te compenseren door meer kredieten te verkopen. Dankzij een hoger kredietvolume blijven de inkomsten toch op peil, ondanks de lagere rentemarge. Die tactiek hebben zowat alle Belgische banken de voorbije jaren toegepast: ze hebben massaal hypothecaire leningen aan de man gebracht. Daardoor valt het plaatje voor 2017 al bij al mee. Als abstractie wordt gemaakt van de renteverliezen die KBC in zijn dealing room opliep (zie kader De Tsjechische oplossing van KBC), bedraagt de daling van de rente-inkomsten amper 4 procent. Dat is ook de daling waarmee ING België geconfronteerd werd. Bij BNP Paribas Fortis is sprake van -2 procent. De staatsbank Belfius daarentegen liet een stijging van de rente-inkomsten met 5 procent (tot 1,48 miljard euro) optekenen. "In de huidige renteomgeving varen we daarmee tegen de stroom in", geeft financieel directeur Johan Vankelecom toe (zie kader Belfius profiteert van rentederivaten). "Bij andere Belgische banken zie ik vooral dalende rente-inkomsten." De hogere kredietproductie volstaat echter hoe langer hoe minder om de afkalving van de rentemarge te neutraliseren, stelt Erik Van Den Eynden, de CEO van ING België. "We kunnen de lage rente niet langer compenseren door hogere kredietvolumes." Dat geldt voor zowat de hele sector. De meeste bankiers gaan ervan uit dat hun netto rente-inkomsten de komende jaren blijven dalen. Met uitzondering van KBC, dat vorig jaar op zijn markten in Centraal-Europa (Tsjechië, Bulgarije, Slovakije, Hongarije) 8 tot 11 procent meer kredieten heeft verkocht. Doordat de economie van die landen sneller groeit en de rente er hoger is dan in België, verwacht CEO Johan Thijs voor het lopende jaar zelfs een toename van de rente-inkomsten met 2 procent. "De sterkte van KBC ligt in zijn diversificatie", zegt Thijs. "Zowel geografisch, waardoor we aanwezig zijn in verschillende regio's, als in het aantal activiteiten. Als groep zijn wij maar voor 43 procent van onze omzet afhankelijk van de rente-inkomsten. Daarmee zijn wij de meest gediversifieerde financiële instelling van België." Door zijn model van geïntegreerde bank-verzekeraar en zijn fabriek van beleggingsfondsen boekt KBC heel wat fee- en commissie-inkomsten. Vorig jaar 1,7 miljard euro om precies te zijn, of een stijging met 18 procent. In België was er zelfs een toename met 21 procent tot 1,3 miljard euro. Veel andere Belgische banken willen ook minder afhankelijk zijn van de rente en boren daarom net zoals KBC andere inkomstenbronnen aan. Vooral de verkoop van fondsen, beleggingsdiensten en verzekeringsproducten zit in de lift. Veel Belgen zijn het beu nauwelijks een vergoeding te krijgen voor hun spaargeld. Steeds meer mensen blijken bereid de stap naar beleggingsproducten of tak23-verzekeringen te doen. In zijn recente jaarverslag signaleert de Nationale Bank van België (NBB) dat de meeste banken ervan uitgaan dat ze hun commissie-inkomsten de komende jaren kunnen optrekken. De toezichthouder waarschuwt echter dat "inkomsten uit commissies sterk afhangen van het marktklimaat, waardoor het bedrag moeilijk in te schatten is. Daardoor zijn die inkomstenbronnen volatieler dan de traditionele rente-inkomsten." In het Financial Stability Report van 2017 maande de NBB de banken nog aan voorzichtig te zijn met de verwachte inkomsten uit commissies. Niet alleen omdat de verkoop van beleggingsproducten afhangt van het markt- en renteklimaat, maar ook omdat de commissies vaak bestaan uit eenmalige instapkosten. Daardoor is de hoogte van de commissie-inkomsten afhankelijk van het aantal transacties. Rente-inkomsten zijn veel stabieler. Grosso modo verwacht de banksector dat de winsten vanaf 2019 weer stijgen, zo blijkt uit het jaarrapport van de NBB (zie grafiek). Naast de hogere fee- en commissie-inkomsten rekenen de banken erop dat ze vanaf volgend jaar ten volle de vruchten van hun besparingen plukken. Veel banken zijn al enkele jaren bezig met de afbouw van hun kantorennet en hun personeelsbestand, waardoor ze hun operationele kosten drukken. De NBB zet wel een kanttekening bij de mooie winstvooruitzichten die de banken zichzelf toeschrijven. Ze hebben de voorbije jaren vooral woonkredieten met een lange looptijd en een vaste rente toegekend, en die voornamelijk gefinancierd met zicht- en spaardeposito's. Daardoor is de duration gap (het verschil in looptijd) tussen de activa en de passiva van de Belgische banken groter dan het Europese gemiddelde, en zijn zij kwetsbaarder voor een rentestijging dan de gemiddelde Europese bank, waarschuwt de NBB. Een stresstest uitgevoerd door de Europese toezichthouder wees ook uit dat de meeste Belgische banken relatief veel posities hebben (zoals zicht- en spaardeposito's), waarbij het toekomstige gedrag van de klant onzeker is. Dat risico schatten ze in op basis van gedragsmodellen, waarvan niet zeker is dat die overeenkomen met de realiteit. Als de banken door een rentestijging verplicht worden de depositorente sneller te verhogen dan verwacht, bijvoorbeeld onder druk van de concurrentie of omdat klanten alternatieve spaar- of beleggingsvormen verkiezen, terwijl de rente op hun activa (leningen) niet in dezelfde mate stijgt, dreigen de netto rente-inkomsten verder te dalen. En daarmee ook de economische waarde van de instelling, aangezien de waarde van de kredietportefeuilles afneemt wanneer de rente stijgt. Bovendien stijgen doorgaans ook de kredietverliezen als de rente aantrekt. Momenteel moeten de banken nauwelijks provisies aanleggen, omdat de rente laag is en de economie goed draait. De kredietverliezen zijn bij alle banken historisch laag. KBC kan zelfs pronken met een negatieve krediet-kostenratio, wat betekent dat de groep, door de terugname van eerdere provisies, extra verdient aan zijn kredietportefeuille. "Dat is nooit gezien", moest Thijs toegeven. "Over de voorbije twintig jaar bedroeg het gemiddelde aan jaarlijkse kredietverliezen 0,47 procent." Samengevat: het koren bloeit en de vooruitzichten voor een sterke oogst in 2019 zijn goed. Maar de boeren klagen zoals altijd. Business as usual, ware er niet die ene onweerswolk aan de horizon: als de rente stevig stijgt, zouden weleens meer bankiers hun slaap kunnen laten.