Het beeld dat de Belgische zuivelindustrie levert is paradoxaal. De fabrieken draaien op volle toeren. Vorig jaar verwerkten ze 4,1 miljard liter melk, 3 procent meer dan het jaar ervoor. Maar liefst een half miljard liter komt uit het buitenland, waar de fabrieken niet kunnen volgen. Zij kregen de melk, geleverd door de boeren in hun eigen land, niet verwerkt. Dat zegt alles over de melkmarkt: er is overproductie.
...

Het beeld dat de Belgische zuivelindustrie levert is paradoxaal. De fabrieken draaien op volle toeren. Vorig jaar verwerkten ze 4,1 miljard liter melk, 3 procent meer dan het jaar ervoor. Maar liefst een half miljard liter komt uit het buitenland, waar de fabrieken niet kunnen volgen. Zij kregen de melk, geleverd door de boeren in hun eigen land, niet verwerkt. Dat zegt alles over de melkmarkt: er is overproductie.Op 1 april vorig jaar schafte de Europese Commissie de melkquota af. Daarvoor waren er boetes voor wie de quota overschreed. In het vooruitzicht van de afschaffing hebben veel melkveehouders hun productie opgevoerd. 2013 en 2014 waren goede jaren voor de melkveehouders. In 2014 kreeg de boer nog 37,4 euro voor 100 liter melk, in 2015 was dat nog 28,8 euro, een kwart minder dus. En de prijs bleef zakken, tot 24 euro begin april. "Er zit niets anders op: de melkaanvoer in Europa moet tijdelijk krimpen", weet Renaat Debergh. "We willen niet terug naar de quota. Onze fabrieken verkopen nu wel hoge volumes, maar ze halen daar weinig omzet uit. Een boer krijgt nog steeds 24 cent per liter, waar zijn variabele kosten 16 cent per liter bedragen. Met die productie kan hij dus nog steeds aan liquide middelen komen, wat heel belangrijk is. Maar die productie moet dus omlaag. Dat is technisch mogelijk, als je de koeien bijvoorbeeld minder krachtvoer geeft. We zijn niet noodzakelijk tegen een vergoeding uit de Europese landbouwbegroting voor melkveehouders die hun productie vrijwillig beperken."De oorzaken van de lage prijzen blijven bestaan. Een eerste is dus het fors gestegen aanbod. Sinds 2006 steeg de Belgische aanvoer met 22 procent, van 2,9 naar 3,6 miljard liter melk. De tweede is de Russische boycot van Europese landbouwproducten. Die kwam er nadat Europa maatregelen tegen Rusland had uitgevaardigd wegens zijn annexatie van de Krim. "De Russische boycot betekent een daling van de melkconsumptie met 3 miljard liter. De Europese landbouwers betalen de rekening van een politieke beslissing", stelt Debergh. "Wie had twee jaar geleden kunnen voorspellen dat de Russische president, Vladimir Poetin, die boycot zou invoeren? Als Rusland zijn embargo zou opheffen, zou de situatie plots grondig veranderen." Een derde oorzaak is de lage olieprijs, die de koopkracht in het Midden-Oosten doet dalen. Dat is een belangrijke markt voor bijvoorbeeld Belgisch melkpoeder. Ten vierde zijn er de bokkensprongen op de Chinese markt. Na schandalen met Chinees melkpoeder steeg de verkoop van ons melkpoeder aan China spectaculair. We spreken van een verviervoudiging. In 2015 kwam de kater. De verkoop halveerde. Nu is er weer groei in China, maar die compenseert geenszins de forse daling. "We zitten nu op een dieptepunt. Wel, laten we hopen dat dit het absolute dieptepunt is", zucht Renaat Debergh. "In 2009 hadden we ook al eens een dieptepunt, maar toen herstelde de markt heel snel. Dat zie ik nu niet zo meteen gebeuren."Toch is het glas ook halfvol. De melkaanvoer uit Oceanië en Zuid-Amerika daalt, waardoor de prijzen zouden kunnen stijgen. Ook groeit de melkaanvoer in Europa sinds enkele maanden minder sterk dan voordien. De zwakke euro zorgt voor een grotere export, al is dat tegen lage prijzen. De Chinese groei herneemt dus langzaam. Een interessante markt is ook de Verenigde Staten, waar goede prijzen voor melk worden betaald. De Belgische melkverwerkers zijn bijvoorbeeld voorstander van het TTIP-akkoord tussen de VS en Europa, dat handelsbelemmeringen zou verminderen. Het zou de export van Europese melk, en dan zeker de nicheproducten, aanzwengelen."Op korte termijn is er weinig reden tot optimisme. Maar we blijven positief voor de langere termijn", meent Renaat Debergh. "In 2050 moeten 9 miljard mensen gevoed worden. Heel wat landen kunnen daar zelf niet voor instaan, bijvoorbeeld China en Indonesië. Daar kunnen wij onze Europese melkproducten leveren. Maar het huidige grote onevenwicht tussen vraag en aanbod moet worden weggewerkt."