Sinds 2008 tuimelen we van de ene crisis in de andere: van de banken- en eurocrisis, naar de vluchtelingenproblematiek, het terrorisme, de pandemie en nu de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne. In dat soort donkere tijden waar we onze concurrentiepositie almaar verder zien afglijden naar een nieuw dieptepunt, moeten we strijdvaardig blijven en élk lichtpunt dat leidt tot een oplossing met twee handen aangrijpen. Innovatie is een mooi voorbeeld van hoe we als ondernemend land sterk kunnen zijn. Innovatie heeft ons in het verleden ook al heel wat opgeleverd. Denk maar aan de productie van de COVID-19-vaccins hier in België. Dat succesverhaal werd erkend in alle uithoeken van de wereld, en hebben we onder meer te danken aan een decennialange focus op R&D. Innovatie is dus dé sleutel om onze maatschappelijke uitdagingen de baas te kunnen.

België is wereldspeler geworden

Dankzij de volgehouden focus op onderzoek en ontwikkeling werd ons land een wereldspeler en kwam het in de Europese top drie inzake investeringen in onderzoek en ontwikkeling te staan. Het zopas verschenen European Innovation Scoreboard 2022 rangschikt ons land in de top van de 'Innovation Leaders'. Het voelt echt goed om in deze tijden nog eens met een positief verhaal naar buiten te kunnen komen.

Onze koppositie kwam er echter niet van vandaag op morgen. Volgens de Europese Commissie is ze de verdienste van ons collectieve ecosysteem van regionale en federale overheden, onderwijs- en kennisinstellingen en ... bedrijven, groot en klein. Samen vormen ze een competitief O&O-netwerk, met sterke innovatoren en doorgedreven partnerships - denk aan crosssectorale samenwerkingsplatformen zoals BRIEC (Belgian Research Innovation and Entrepreneurship Community) -, aangezwengeld door de toegepaste digitale technologie.

Onze bedrijven spelen een leidende rol

We kunnen bescheiden blijven en stellen dat dit alles een collectieve verwezenlijking is. En dat klopt ook in zeker mate. Maar het is toch duidelijk dat onze bedrijven een leidende rol spelen. Onze bedrijven nemen zo'n 75% van de O&O-investeringen voor hun rekening waardoor ze de drijvende kracht zijn van de snelle spurt die van België een innovatieleider op wereldvlak maakte. Zo investeerde ons land dankzij de groeiende R&D-budgetten van bedrijven in 2019 voor het eerst meer dan 3% van het bbp in onderzoek en ontwikkeling. In 2010 was dat nog 2,06 % van het bbp. En daarenboven stellen we ook vast dat onderzoek meer en meer leidt tot innovatieve productie en dus de creatie van toegevoegde waarde en werkgelegenheid in ons land. Uit onze studie blijkt dat op twintig jaar tijd het aantal tewerkgestelde onderzoekers meer dan verdubbelde (+ 44.133 jobs). Naast tewerkstelling is ook het aantal octrooiaanvragen en toekenningen een belangrijke graadmeter. Daar zien we dat vanuit België het aantal octrooiaanvragen bij het Europees Octrooibureau geleidelijk met 19% is gestegen. Of dat het nu om farma gaat, of biotechnologie, circulaire economie of ruimtevaart ... er duiken meer en meer Belgische bedrijven op in de toprankings.

Wereldklasse op de helling?

Natuurlijk was die doorbraak nooit gelukt zonder ruggensteun. Ons land beschikt immers niet over grondstoffen of energiebronnen (zoals de huidige crisis overduidelijk aantoont). We moeten het dus vooral hebben van de grijze massa tussen onze oren. Al begin de jaren 2000 zagen onze beleidsmakers in dat O&O moet worden ondersteund om onze kenniseconomie uit te bouwen en ons innovatievermogen op peil te houden.

Dat leidde op federaal niveau tot een fiscaal instrumentarium van wereldklasse. Vier fiscale instrumenten staan centraal in dat steunbeleid: 1) de innovatieaftrek (inkomsten uit innovatie worden lager belast); 2) het belastingkrediet O&O (investeringen in octrooien, innovatie en groen of milieuvriendelijk onderzoek worden aangemoedigd); 3) het expatregime voor buitenlandse onderzoekers (een deel van het loon is belastingvrij om zo hun koopkracht in België op hetzelfde niveau als in hun thuisland te houden); en 4) de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers (lagere loonkost voor de werkgever). Tel daarbij de directe innovatiesubsidies die de verschillende regio's bieden en het is duidelijk dat het totale steunpakket een onmisbaar fundament vormt van de concurrentiekracht van ons land, helemaal in lijn met wat de regering(en) als doel stellen om de erosie van onze economische groei en dus 's lands welvaart een halt toe te roepen.

Brain- en innovatiedrain

En dat positief verhaal willen sommigen nu op de helling zetten door de discussie over de efficiëntie van de O&O-stimuli aan te zwengelen: het kost te veel, het is inefficiënt besteed geld, enz. Als je dag in dag uit rondloopt in het bedrijfsleven kan je die kritiek maar moeilijk begrijpen. Op het terrein zie ik het tegenovergestelde. Dat roept spontaan de volgende metafoor op. Het is alsof de beleidsmakers na het halen van 20 medailles op de Olympische Spelen zouden zeggen: 'Prima prestatie. Ons structureel sportbeleid en dito ondersteuning deden hun werk. Laten we er maar mee stoppen.' Dat zou ongelooflijk kortzichtig zijn en het totaal verkeerde signaal zijn naar de atleten en de volledige sportwereld. Identiek hetzelfde geldt ten aanzien van innoverend ondernemerschap. Laat we immers niet vergeten dat we zonder een structureel en duurzaam stimulerend kader een braindrain riskeren - wat we in de huidige 'war for talent' kunnen missen als kiespijn. Bovendien onderschatten we ook het risico op een innovatiedrain doordat binnen- en buitenlandse ondernemingen hun Belgische O&O-centra kunnen delokaliseren. Tevens ondergraven we zo ook de innovatiekracht van bestaande en toekomstige economische clusters en ecosystemen. En tot slot dreigen we jobs voor hoogopgeleiden te verliezen, jobs waarvoor veel sociale bijdragen en belastingen aan de schatkist afgedragen worden.

De innovatie van vandaag is de vooruitgang van morgen. Daarom moeten overheden hun innovatiebeleid nog beter op elkaar afstemmen, nog toegankelijker maken en zeker niet afbouwen. Aan de bedrijven de oproep om de opwaartse trend naar meer O&O meer dan ooit verder te zetten. Enkel zo kunnen we relevant blijven in de nabije en verre toekomst. Enkel zo kunnen we toekomstige waardecreatie, welvaart en welzijn verzekeren.

Sinds 2008 tuimelen we van de ene crisis in de andere: van de banken- en eurocrisis, naar de vluchtelingenproblematiek, het terrorisme, de pandemie en nu de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne. In dat soort donkere tijden waar we onze concurrentiepositie almaar verder zien afglijden naar een nieuw dieptepunt, moeten we strijdvaardig blijven en élk lichtpunt dat leidt tot een oplossing met twee handen aangrijpen. Innovatie is een mooi voorbeeld van hoe we als ondernemend land sterk kunnen zijn. Innovatie heeft ons in het verleden ook al heel wat opgeleverd. Denk maar aan de productie van de COVID-19-vaccins hier in België. Dat succesverhaal werd erkend in alle uithoeken van de wereld, en hebben we onder meer te danken aan een decennialange focus op R&D. Innovatie is dus dé sleutel om onze maatschappelijke uitdagingen de baas te kunnen.Dankzij de volgehouden focus op onderzoek en ontwikkeling werd ons land een wereldspeler en kwam het in de Europese top drie inzake investeringen in onderzoek en ontwikkeling te staan. Het zopas verschenen European Innovation Scoreboard 2022 rangschikt ons land in de top van de 'Innovation Leaders'. Het voelt echt goed om in deze tijden nog eens met een positief verhaal naar buiten te kunnen komen.Onze koppositie kwam er echter niet van vandaag op morgen. Volgens de Europese Commissie is ze de verdienste van ons collectieve ecosysteem van regionale en federale overheden, onderwijs- en kennisinstellingen en ... bedrijven, groot en klein. Samen vormen ze een competitief O&O-netwerk, met sterke innovatoren en doorgedreven partnerships - denk aan crosssectorale samenwerkingsplatformen zoals BRIEC (Belgian Research Innovation and Entrepreneurship Community) -, aangezwengeld door de toegepaste digitale technologie.We kunnen bescheiden blijven en stellen dat dit alles een collectieve verwezenlijking is. En dat klopt ook in zeker mate. Maar het is toch duidelijk dat onze bedrijven een leidende rol spelen. Onze bedrijven nemen zo'n 75% van de O&O-investeringen voor hun rekening waardoor ze de drijvende kracht zijn van de snelle spurt die van België een innovatieleider op wereldvlak maakte. Zo investeerde ons land dankzij de groeiende R&D-budgetten van bedrijven in 2019 voor het eerst meer dan 3% van het bbp in onderzoek en ontwikkeling. In 2010 was dat nog 2,06 % van het bbp. En daarenboven stellen we ook vast dat onderzoek meer en meer leidt tot innovatieve productie en dus de creatie van toegevoegde waarde en werkgelegenheid in ons land. Uit onze studie blijkt dat op twintig jaar tijd het aantal tewerkgestelde onderzoekers meer dan verdubbelde (+ 44.133 jobs). Naast tewerkstelling is ook het aantal octrooiaanvragen en toekenningen een belangrijke graadmeter. Daar zien we dat vanuit België het aantal octrooiaanvragen bij het Europees Octrooibureau geleidelijk met 19% is gestegen. Of dat het nu om farma gaat, of biotechnologie, circulaire economie of ruimtevaart ... er duiken meer en meer Belgische bedrijven op in de toprankings.Wereldklasse op de helling?Natuurlijk was die doorbraak nooit gelukt zonder ruggensteun. Ons land beschikt immers niet over grondstoffen of energiebronnen (zoals de huidige crisis overduidelijk aantoont). We moeten het dus vooral hebben van de grijze massa tussen onze oren. Al begin de jaren 2000 zagen onze beleidsmakers in dat O&O moet worden ondersteund om onze kenniseconomie uit te bouwen en ons innovatievermogen op peil te houden.Dat leidde op federaal niveau tot een fiscaal instrumentarium van wereldklasse. Vier fiscale instrumenten staan centraal in dat steunbeleid: 1) de innovatieaftrek (inkomsten uit innovatie worden lager belast); 2) het belastingkrediet O&O (investeringen in octrooien, innovatie en groen of milieuvriendelijk onderzoek worden aangemoedigd); 3) het expatregime voor buitenlandse onderzoekers (een deel van het loon is belastingvrij om zo hun koopkracht in België op hetzelfde niveau als in hun thuisland te houden); en 4) de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers (lagere loonkost voor de werkgever). Tel daarbij de directe innovatiesubsidies die de verschillende regio's bieden en het is duidelijk dat het totale steunpakket een onmisbaar fundament vormt van de concurrentiekracht van ons land, helemaal in lijn met wat de regering(en) als doel stellen om de erosie van onze economische groei en dus 's lands welvaart een halt toe te roepen.Brain- en innovatiedrainEn dat positief verhaal willen sommigen nu op de helling zetten door de discussie over de efficiëntie van de O&O-stimuli aan te zwengelen: het kost te veel, het is inefficiënt besteed geld, enz. Als je dag in dag uit rondloopt in het bedrijfsleven kan je die kritiek maar moeilijk begrijpen. Op het terrein zie ik het tegenovergestelde. Dat roept spontaan de volgende metafoor op. Het is alsof de beleidsmakers na het halen van 20 medailles op de Olympische Spelen zouden zeggen: 'Prima prestatie. Ons structureel sportbeleid en dito ondersteuning deden hun werk. Laten we er maar mee stoppen.' Dat zou ongelooflijk kortzichtig zijn en het totaal verkeerde signaal zijn naar de atleten en de volledige sportwereld. Identiek hetzelfde geldt ten aanzien van innoverend ondernemerschap. Laat we immers niet vergeten dat we zonder een structureel en duurzaam stimulerend kader een braindrain riskeren - wat we in de huidige 'war for talent' kunnen missen als kiespijn. Bovendien onderschatten we ook het risico op een innovatiedrain doordat binnen- en buitenlandse ondernemingen hun Belgische O&O-centra kunnen delokaliseren. Tevens ondergraven we zo ook de innovatiekracht van bestaande en toekomstige economische clusters en ecosystemen. En tot slot dreigen we jobs voor hoogopgeleiden te verliezen, jobs waarvoor veel sociale bijdragen en belastingen aan de schatkist afgedragen worden.De innovatie van vandaag is de vooruitgang van morgen. Daarom moeten overheden hun innovatiebeleid nog beter op elkaar afstemmen, nog toegankelijker maken en zeker niet afbouwen. Aan de bedrijven de oproep om de opwaartse trend naar meer O&O meer dan ooit verder te zetten. Enkel zo kunnen we relevant blijven in de nabije en verre toekomst. Enkel zo kunnen we toekomstige waardecreatie, welvaart en welzijn verzekeren.