Hans Brockmans
Hans Brockmans
redacteur bij Trends
Opinie

20/12/18 om 14:58 - Bijgewerkt om 16:34

'Dat niemand vervolgd wordt in de Fortis-zaak is geen klassenjustitie, maar komt door een gebrek aan justitie'

Het parket heeft besloten dat niemand strafrechtelijk vervolgd wordt in de Fortis-zaak. Dat roept verontwaardiging op bij de publieke opinie. Her en der wordt het gerecht verweten dat het zich schuldig maakt aan klassenjustitie. De waarheid is complexer, zegt Trends-redacteur Hans Brockmans.

'Dat niemand vervolgd wordt in de Fortis-zaak is geen klassenjustitie, maar komt door een gebrek aan justitie'

. © Belga Image

In het begin stortte de financiële parketmagistraat Paul Dhaeyer zich met veel ijver op het onderzoek naar valsheid in geschrifte in de laatste jaarrekening van Fortis en in de prospectus bij de kapitaalverhoging voor de gedeeltelijke overname van ABN AMRO van 2007. Een burgerlijkepartijstelling door een al dan niet gemandateerde advocaat deed de zaak bij de onderzoeksrechter belanden.

Het is helemaal niet zo duidelijk of Fortis en de bestuurders van de bank wisten of hadden moeten weten wat de ware aard van de subprime-kredieten was, die uiteindelijk tot het debacle hebben geleid. De toezichthouder en de bedrijfsrevisor hadden hiervoor alvast niet gewaarschuwd. Ook buitenlandse banken kwamen door deze rommelkredieten in moeilijkheden, zonder dat ze werden veroordeeld.

Het parket besliste dat de schadevergoeding voor de gedupeerde beleggers belangrijker was dan een eventuele veroordeling van Fortis en zijn gewezen bestuurders. Het Nederlandse gerecht bood soelaas, toen het in september de schikking goedkeurde tussen de gedupeerden en Ageas, de rechtsopvolger van Fortis. Recht is daarmee geschied, meent het parket. Omdat het helemaal niet voorspelbaar is of de betrokkenen veroordeeld zullen worden, laat staan of dit op tijd kan gebeuren, wordt het dossier afgesloten. Er zijn andere katten te geselen.

Delen

Dat niemand vervolgd wordt in de Fortis-zaak is geen klassenjustitie, maar komt door een gebrek aan justitie.

Deze houding is verdedigbaar. Het blijft echter een feit dat er een groot vraagteken blijft hangen boven het dossier-Fortis. Is er fraude gepleegd? Het gerecht laat dit in het midden.

Dat had vermeden kunnen worden. Primo is er een probleem met de structuur van justitie. De zaak-Fortis was gewoon te groot voor een lokaal parket, zelfs het Brusselse, onder de hoede van een rechter die ondertussen ook nog de treinramp van Buizingen moest onderzoeken. Dit soort van complexe dossiers moet centraal behandeld worden door zeer gespecialiseerde en hiervoor opgeleide magistraten.

Dat vergt investeringen. Onder de huidige minister van Justitie werd echter stevig gesnoeid in de personeelsbezetting. De voortdurende bijsturing van het statuut zaait onrust. Ook de ondersteuning van de magistratuur loopt mank. De grondige digitalisering van Justitie, indertijd opgestart door Marc Verwilghen, werd na de blokkering door Laurette Onkelinx nooit tot een goed einde gebracht. De informatisering van Justitie loopt mijlenver achter op de privésector. Laat het Fortis-dossier dus een signaal zijn voor de volgende regering: een permanente desinvestering in Justitie tast een kerntaak van de overheid aan. En daar komen ongelukken van.