"Een bedrijfszekere energiebevoorrading tegen competitieve prijzen kan alleen door de juiste keuzes te maken in de transitie naar klimaatneutraliteit", stipt Luc Sterckx, de voorzitter van Febeliec, aan. "Doen we dat niet, dan zal de hele maatschappij daarvoor in de toekomst moeten betalen. Dat geldt des te meer voor een energie-intensieve economie als de onze. Daarom vinden we deze prijs zo belangrijk."

Tegelijk toont het project ook dat die operatie tijd en geld zal kosten. Columbus, dat pas eind vorig jaar officieel werd aangekondigd, wil op de terreinen van Engie in Charleroi een installatie die CO2 opvangt en gebruikt, carbon capture & usage in het jargon. De bouw zou kunnen beginnen in 2022, om in 2025 operationeel te zijn.

De initiatiefnemers rekenen op financieringssteun van het Europees Innovatiefonds en het IPCEI-programma (Important Project of Common European Interest). Die moeten zowat twee derde ophoesten van de investeringskosten van 150 miljoen euro. Op die manier moet het project na ongeveer tien jaar rendabel kunnen zijn. "Een CO2-prijs van 80 tot 100 euro per ton zou het project leefbaar maken zonder subsidies", weten Seth Spoelders, energy solutions manager bij Engie, en Philippe Putman, hoofd public affairs van Carmeuse. "Dat is veel hoger dan de huidige CO2-prijs, maar op lange termijn niet onrealistisch."

900.000 ton CO2 vermijden

Het project combineert een reeks technologieën en brengt ze naar industriële schaal. Carmeuse zal een nieuw type kalkoven laten bouwen. De CO2 die vrijkomt uit de productie van kalk uit kalksteen, wordt daarbij geconcentreerd. Die CO2 wordt vervolgens gecombineerd met groene waterstof. Die wordt aangemaakt in een elektrolyse-eenheid van John Cockerill. Met een capaciteit van 75 megawatt wordt dat de grootste in zijn soort ter wereld.

Engie-dochter Storengy bouwt en beheert de methanisatie-installatie, waar de CO2 en de groene waterstof worden gebruikt om e-methaan te produceren. Dat is een hernieuwbaar gas dat kan worden geïnjecteerd in het gasnet, of worden gebruikt in de transportsector of industrie.

Columbus zou tijdens de eerste tien jaar de uitstoot van meer dan 900.000 ton CO2 vermijden. Die milieuwinst zit onder andere in de levering van de warmte en stroom die in het industriële proces vrijkomen, aan bedrijven en particulieren uit de omgeving. Voor Carmeuse is het project "een grote stap voorwaarts in onze ambitie om tegen 2050 CO2-neutraal te worden", stelt CEO Rodolphe Collinet.

Erepodium

Met de winst voor Columbus trekt Engie voor het tweede jaar op rij aan het langste eind. Vorig jaar haalde het bedrijf het samen met Umicore met een project dat gebruikte autobatterijen wil inschakelen als opslag voor elektriciteit. Het erepodium werd dit jaar vervolledigd door Wouter Peere (KU Leuven), met een nieuwe berekeningsmethode om geothermische boorputten beter te dimensioneren, en het Europese PROMOTioN-project, waarvan de bijdrage van de KU Leuven werd gecoördineerd door professor Dirk Van Hertem en Geraint Chaffey. Dat project testte en ontwikkelde een betere bescherming voor HVDC-projecten (high-voltage direct current of hoogspanningsgelijkstroom), die vooral moet helpen offshorewind beter in het energiesysteem te integreren.

"Een bedrijfszekere energiebevoorrading tegen competitieve prijzen kan alleen door de juiste keuzes te maken in de transitie naar klimaatneutraliteit", stipt Luc Sterckx, de voorzitter van Febeliec, aan. "Doen we dat niet, dan zal de hele maatschappij daarvoor in de toekomst moeten betalen. Dat geldt des te meer voor een energie-intensieve economie als de onze. Daarom vinden we deze prijs zo belangrijk."Tegelijk toont het project ook dat die operatie tijd en geld zal kosten. Columbus, dat pas eind vorig jaar officieel werd aangekondigd, wil op de terreinen van Engie in Charleroi een installatie die CO2 opvangt en gebruikt, carbon capture & usage in het jargon. De bouw zou kunnen beginnen in 2022, om in 2025 operationeel te zijn.De initiatiefnemers rekenen op financieringssteun van het Europees Innovatiefonds en het IPCEI-programma (Important Project of Common European Interest). Die moeten zowat twee derde ophoesten van de investeringskosten van 150 miljoen euro. Op die manier moet het project na ongeveer tien jaar rendabel kunnen zijn. "Een CO2-prijs van 80 tot 100 euro per ton zou het project leefbaar maken zonder subsidies", weten Seth Spoelders, energy solutions manager bij Engie, en Philippe Putman, hoofd public affairs van Carmeuse. "Dat is veel hoger dan de huidige CO2-prijs, maar op lange termijn niet onrealistisch."Het project combineert een reeks technologieën en brengt ze naar industriële schaal. Carmeuse zal een nieuw type kalkoven laten bouwen. De CO2 die vrijkomt uit de productie van kalk uit kalksteen, wordt daarbij geconcentreerd. Die CO2 wordt vervolgens gecombineerd met groene waterstof. Die wordt aangemaakt in een elektrolyse-eenheid van John Cockerill. Met een capaciteit van 75 megawatt wordt dat de grootste in zijn soort ter wereld.Engie-dochter Storengy bouwt en beheert de methanisatie-installatie, waar de CO2 en de groene waterstof worden gebruikt om e-methaan te produceren. Dat is een hernieuwbaar gas dat kan worden geïnjecteerd in het gasnet, of worden gebruikt in de transportsector of industrie.Columbus zou tijdens de eerste tien jaar de uitstoot van meer dan 900.000 ton CO2 vermijden. Die milieuwinst zit onder andere in de levering van de warmte en stroom die in het industriële proces vrijkomen, aan bedrijven en particulieren uit de omgeving. Voor Carmeuse is het project "een grote stap voorwaarts in onze ambitie om tegen 2050 CO2-neutraal te worden", stelt CEO Rodolphe Collinet.Met de winst voor Columbus trekt Engie voor het tweede jaar op rij aan het langste eind. Vorig jaar haalde het bedrijf het samen met Umicore met een project dat gebruikte autobatterijen wil inschakelen als opslag voor elektriciteit. Het erepodium werd dit jaar vervolledigd door Wouter Peere (KU Leuven), met een nieuwe berekeningsmethode om geothermische boorputten beter te dimensioneren, en het Europese PROMOTioN-project, waarvan de bijdrage van de KU Leuven werd gecoördineerd door professor Dirk Van Hertem en Geraint Chaffey. Dat project testte en ontwikkelde een betere bescherming voor HVDC-projecten (high-voltage direct current of hoogspanningsgelijkstroom), die vooral moet helpen offshorewind beter in het energiesysteem te integreren.