De eerste langspeelfilm van de Brusselse cineaste Laura Wandel, Un monde, belandde meteen op de shortlist van de Oscars, die worden uitgereikt in maart. Dat is opmerkelijk, want het verhaal van Nora en haar broer Abel, die het fysiek en mentaal erg zwaar te verduren krijgen op school, speelt zich vooral op de speelplaats af. Het is een wereld op zich, waar kinderen krijsend en vechtend en vaak ten koste van elkaar hun plek proberen te veroveren.
...

De eerste langspeelfilm van de Brusselse cineaste Laura Wandel, Un monde, belandde meteen op de shortlist van de Oscars, die worden uitgereikt in maart. Dat is opmerkelijk, want het verhaal van Nora en haar broer Abel, die het fysiek en mentaal erg zwaar te verduren krijgen op school, speelt zich vooral op de speelplaats af. Het is een wereld op zich, waar kinderen krijsend en vechtend en vaak ten koste van elkaar hun plek proberen te veroveren. Toen de film afgelopen zomer voor het eerst werd vertoond op het filmfestival in Cannes, hapte de zaal na afloop even muisstil naar adem, om vervolgens los te barsten in een applaus dat zeven minuten bleef duren. "Dat was een van de meest intense momenten van mijn leven", herinnert Laura Wandel zich. "Het sluitstuk van zeven jaar hard werken, en dan nog eens een jaar wachten om de film te kunnen tonen. Want de postproductie was klaar begin maart 2020, net toen de eerste lockdowns begonnen. Op een bepaald moment dachten we dat we de film nooit zouden kunnen tonen. Maar toen kwam gelukkig Cannes, en die reacties, en dat was ongelooflijk. Sindsdien heeft de film de hele wereld rondgereisd, en ik ga vaak met hem mee. Daar beleef ik veel plezier aan." LAURA WANDEL. "Voor die allereerste vertoning in Cannes had ik erg veel schrik. Er was niet eens een voorvertoning geweest. Ik had buikpijn, ik trilde, omdat ik niet kon inschatten hoe het publiek zou reageren. Maar toen na afloop eerst die stilte en dan dat applaus kwam, was ik gerustgesteld. Ik zag dat ik mensen had geraakt. Uiteindelijk hebben we heel weinig negatieve reacties gekregen." WANDEL. "Het is toch een erg radicale film. Ik dacht: of men zal ervan houden, of men vindt hem afschuwelijk. Ik had zin om de toeschouwers even uit balans te brengen, aan het denken te zetten, al weet ik dat het publiek dat niet altijd gewoon is. Maar dit is iets waar we met de hele equipe voor hebben gestreden, omdat we voelden dat dit de beste manier was om het verhaal te tonen." WANDEL. "Dat de camera constant filmt op de kijkhoogte van het kind, is vrij radicaal. Toen we financiers zochten, werd geregeld gezegd dat het riskant was het verhaal zo in beeld te brengen, want zo rust het hele verhaal op de schouders van het kind. Ik begreep die vrees, maar het was een risico dat ik absoluut wilde nemen, en ik ben heel blij dat ik bij mijn eerste idee ben gebleven. In mijn hoofd is de film nooit anders geweest. Ik wilde er dan ook alles aan doen om het te laten werken op die manier. Als je aan je uitgangspunt begint te twijfelen, raak je verlamd en realiseer je niets meer. Of je doet zoveel concessies dat je een film maakt waar je zelf niet gelukkig mee bent. Dat wilde ik niet. "Ook dat we nooit buiten de school filmden, dat je niets weet over de thuissituatie van de kinderen, is een bewuste keuze. En uiteraard het geluid: we laten de stemmen, het geschreeuw en gekrijs van de kinderen het werk doen. Zo wordt de toeschouwer een deel van het spektakel. En het is een film over intimidatie en pesten op school, al is het ook veel meer dan dat, maar uiteindelijk wordt er weinig geweld vertoont. Het is vooral veel suggestie, en ook dat was een radicale keuze." WANDEL. "Het is niet eenvoudig een film helemaal gefinancierd te krijgen met Belgisch geld. Maar ik ben heel blij dat het toch is gelukt, vooral omdat het een echte Belgische film is, gefinancierd door beide gemeenschappen. We hebben met Waalse en Vlaamse technici gewerkt, de Vlaamse actrice Laura Verlinden speelt een belangrijke rol, voor mij was dat cruciaal. Ik ben dan ook trots dat België deze film heeft gekozen om onze cinema te vertegenwoordigen bij de Oscars dit jaar. We zullen er ook alles aan doen om zo ver mogelijk te raken. Maar Hollywood is toch echt een andere wereld, en ik heb daar nog geen ervaring mee. Ik heb er al over gepraat met Felix van Groeningen en Michael Roskam (van wie eerder een film voor de Oscars is genomineerd, nvdr). Zij zeggen ook dat het op een bepaald moment niet meer om de film gaat, maar om alles wat erheen hangt." WANDEL. "Ik zie het toch echt meer als één Belgische cinema. Er zijn in Vlaanderen, op hun manier, veel geëngageerde filmmakers. Ik noemde Felix en Michael al, maar ook Fien Troch bijvoorbeeld. Of Lukas Dhont. Die maken ook geëngageerde films met sociale thema's. Ik vind het een gek idee dat we twee soorten cinema zouden hebben. Wat ik wel vind, is dat we soms te weinig openstaan voor elkaars films." WANDEL. "Zeker. Er waren meer cineasten in mijn geval, die door de lockdowns moesten wachten om hun film uit te brengen. Maar er is niets aan te doen, we moeten door deze fase." WANDEL. "Zeker! Ik ben ervan overtuigd dat dit een momentopname is, en dat de mensen zullen terugkeren naar de zalen zodra alle corona-ellende achter ons ligt. Er is al vaker voorspeld dat de platformen de bioscopen zullen vervangen. Ik ben het daar niet mee eens. De film en de bioscoop hebben altijd al overleefd sinds het ontstaan van het bewegend beeld, ik zie dat niet verdwijnen. De mensen kunnen elkaar in een bioscoop ontmoeten voor een unieke ervaring. Daar is behoefte aan, zeker nu."Je mag niet vergeten: cinema is een collectieve ervaring. Je zit samen in een donkere zaal en je kijkt anderhalf uur, twee uur naar dezelfde film. Er is geen afleiding van andere schermpjes. Je kijkt naar een groter scherm, dat zorgt voor een andere verhouding met de tijd. Dat is heel belangrijk in een wereld waarin alles steeds sneller gaat, waarin we worden opgeslorpt door verschillende dingen tegelijk. In een bioscoop kun je maar één ding doen: film kijken. Je vertoeft even samen met die andere kijkers in een andere wereld. Dat is zeldzaam geworden in onze maatschappij. Het is erg belangrijk dat die collectieve ervaring blijft bestaan." WANDEL. "Het is zeker en vast een film voor de zalen. Ook omdat het zo'n meeslepende ervaring is, mede door het geluid waar we zo hard aan hebben gewerkt. Eigenlijk geldt voor alle films dat je ze beter in een zaal kunt zien, maar het geldt toch vooral voor de mijne" ( lacht). WANDEL. "Ja, en dat gebeurt al. In het begin was het een puur cinematografisch project. Ik wilde vooral volwassenen confronteren met hoe het is om nu een kind te zijn. Ik wilde de toeschouwer herinneren aan een bepalend stuk van zijn leven dat we soms te snel uit het oog verliezen. Ik wilde een film maken die ons kan helpen om kinderen en onze verhouding tot kinderen beter te begrijpen. Maar toen begonnen scholen te vragen of ze de film mochten vertonen, of ze ermee mochten werken. Toen werd het ook een soort pedagogisch project, en daar ben ik erg blij mee. Kinderen die de film hebben gezien, zeggen ook dat ik hun wereld mooi en juist in beeld heb gebracht." WANDEL. "Eigenlijk wel. Ik was een tijd geleden in Frankrijk waar de film was getoond aan 900 leerlingen uit Argenteuil, in de Parijse banlieue. Men heeft me daar verteld dat er dankzij de film kinderen waren die eindelijk durfden te vertellen wat er soms gebeurt op school of op de speelplaats. Terwijl ze daar eerder nooit over durfden te spreken. En ze hebben vervolgens hun ouders meegenomen naar de cinema. Dat vind ik heel mooi, misschien wel het allermooiste. Het is magnifiek dat die film voor hen de mogelijkheid biedt om te communiceren over een erg moeilijk onderwerp. Ik vind het zelf ongelooflijk dat ik daar aanvankelijk nooit aan heb gedacht."