Terwijl nog niet zo lang geleden werd gevreesd dat de trotse Antwerpse chemiecluster onherroepelijk zou verwelken, klinkt intussen steeds vaker een heel ander geluid. Zo toont Christian Kullmann, de CEO van Evonik Industries, zich een onvoorwaardelijke fan van de Antwerpse vestiging van de chemiereus die vroeger bekendstond als Degussa. Het doorgaans wat mediaschuwe concern viert deze week vijftig jaar aanwezigheid in Antwerpen, waar de groep sinds 2005 zowat een miljard euro heeft geïnvesteerd in nieuwe installaties en onderhoud en vervangingen. In Antwerpen huist inmiddels de grootste vestiging van de groep buiten Duitsland, met de grootste productiefaciliteit voor het diervoederadditief methionine, hét succesproduct van Evonik.
...

Terwijl nog niet zo lang geleden werd gevreesd dat de trotse Antwerpse chemiecluster onherroepelijk zou verwelken, klinkt intussen steeds vaker een heel ander geluid. Zo toont Christian Kullmann, de CEO van Evonik Industries, zich een onvoorwaardelijke fan van de Antwerpse vestiging van de chemiereus die vroeger bekendstond als Degussa. Het doorgaans wat mediaschuwe concern viert deze week vijftig jaar aanwezigheid in Antwerpen, waar de groep sinds 2005 zowat een miljard euro heeft geïnvesteerd in nieuwe installaties en onderhoud en vervangingen. In Antwerpen huist inmiddels de grootste vestiging van de groep buiten Duitsland, met de grootste productiefaciliteit voor het diervoederadditief methionine, hét succesproduct van Evonik. Het lokale management pocht ook graag met het feit dat het in Antwerpen sinds de opstart in 1968 nog geen enkele werknemer om economische reden heeft moeten ontslaan. Nochtans heeft de Antwerpse vestiging haar portie sociale onrust gekend. Begin 2005 werd het bedrijf zelfs bijna twee weken verlamd door een wilde staking, die Evonik een handvol miljoenen euro's kostte. En dat uitgerekend toen het moederhuis in Antwerpen 350 miljoen euro investeerde in de bouw van de grootste methioninefabriek ter wereld. Maar sindsdien is er vanuit Antwerpen enkel goed nieuws gekomen voor het Evonik-hoofdkwartier in het Duitse Essen, en vice versa. Zo opende het concern in 2016 in Antwerpen de eerste installatie voor de productie van Aquavi Met-Met, een van methionine afgeleid voedingsproduct voor garnalen en andere schaaldieren, en werd daar eerder dit jaar geïnvesteerd in de productie van het veelzijdige silica. En daar zal het niet bij blijven, tenminste als het afhangt van de 49-jarige Kullmann, die als CEO het traditionele beeld van de koele ingenieur in maatpak vlotjes doorbreekt. De aimabele, cigarillo's rokende vader van twee tienerdochters, die economische geschiedenis studeerde en eerder verantwoordelijk was voor communicatie bij Evonik, lardeert zijn betoog niet enkel met citaten van Shakespeare, maar evengoed met anekdotes uit zijn jeugd, zijn gezinsleven en zijn politieke verleden bij de Duitse politieke partij CDU. Maar bovenal laat hij sinds zijn benoeming tot CEO, anderhalf jaar geleden, een frisse wind waaien door het concern dat hij als te braaf bestempelde. CHRISTIAN KULLMANN. "We zijn al een van de goede speciaalchemiebedrijven, maar om ervoor te zorgen dat het management en het personeel die extra inspanning doen, moet je hen een aantrekkelijke uitdaging voorschotelen. Wij moeten gewoon het beste speciaalchemiebedrijf ter wereld zijn. Met zo'n ambitieus doel voor ogen kun je duidelijk maken dat we de cultuur, de strategieën en de productieprocessen moeten herschikken en reorganiseren. Dat betekent dat we niet bang mogen zijn om te spreken over desinvesteringen, en over fusies en overnames. We hebben beslist onze investeringen te concentreren op speciaalchemie. Een enorme verandering, want nu kan je onze portfolio nog omschrijven als hybride of gediversifieerd. Evonik moet ook internationaler worden. Er is beroering op komst, denk maar aan de handelsoorlogen. Dat betekent dat we onze voetafdruk moeten vergroten in Amerika en in Azië." KULLMANN. "Nou, dat is te drastisch. We slapen niet, we zijn wakker. Maar ik ben Duitser, en dus verlegen, bescheiden en conservatief ( lacht). Maar we kunnen inderdaad nog veel potentieel activeren, en het klopt dat we geweldige vooruitzichten hebben als we daarin slagen. Ik beschrijf het maar gewoon als een reis." KULLMANN. "Onlangs vroegen werknemersvertegenwoordigers me of ik kon aangeven wanneer de transformatie van Evonik zou eindigen. Ik antwoordde dat die nooit zou eindigen. Als ik bijvoorbeeld zou zeggen dat we over pakweg vier jaar ons einddoel zouden bereiken, zou ik een enorme fout maken. Wij, en ik, kunnen nooit tevreden zijn met de dingen die we bereikt hebben. U vroeg me wanneer ik denk dat we de ideale wereld bereiken. Ik denk dat we dat ideaal zullen bereiken in de hemel, niet op aarde." KULLMANN. "Denkt u dat ik een empire builder ben? Dat ben ik dus niet. Ik was eerder dit jaar uitgenodigd op het China Development Forum. Ik zat samen met een minister die me zei dat zowat 30 procent van de chemiemarkt in China zit, 'en over tien jaar zal dat de helft zijn', voegde hij eraan toe. Die minister glimlachte fijntjes en zei 'meneer Kullmann, wat zijn wij toch machtig'. Waarmee ik wil zeggen dat we alles kunnen verwachten, niet alleen hardere concurrentie van Chinese bedrijven in China zelf. De Europese chemiemarkt zal worden aangevallen door Chinese bedrijven, via fusies en overnames, maar ook met hun producten, die veel beter zullen worden. We merken al dat Europese bedrijven als Clariant zijn gestart met strategische partnerships met Chinese staatsbedrijven of -fondsen om hun positie te verbeteren, en ik verwacht dat dat soort modellen zal toenemen. "Maar voor alle duidelijkheid: ik ben niet bang van een grote deal, al verlang ik er niet naar en wacht ik er niet op. Als er een kans is, zullen we de temperatuur van het water meten en zien of het kan werken. Maar we zijn gefocust op goede en gedisciplineerde, aanvullende overnames waarmee we onze posities versterken in die domeinen waar we al aan de top staan. Een stap per keer. Onze strategie kan je vergelijken met de zondagsmaaltijd bij boeren in Westfalen. Het doel is het bord leeg te eten, maar je steekt één aardappel per keer in je mond." KULLMANN. "Ik hou van een oud Joods gezegde: 'Kondig pas aan dat je een vis hebt gevangen als je de vis op het droge hebt.' Allicht was het verkeerd aan te kondigen dat we wat dan ook wilden overnemen. Je moet niet aankondigen en beloven, maar doen, en het op het gepaste moment communiceren." KULLMANN. "Het is niet zo dat de CEO een commando geeft en iedereen dan maar paraat moet staan. Dat was de oude stijl. Dat werkt niet meer. Het is mijn job en mijn missie om van Evonik een inspirerend bedrijf te maken. Ik kan daar dan wel de mond vol van hebben, maar als ik zelf geen voorbeelden geef die staan voor verandering, heeft dat geen effect. Ik heb dus niemand nodig om mijn stapel dossiers te dragen, en we hebben inderdaad ook zo'n aparte lift niet nodig." KULLMANN. "Antwerpen is cruciaal voor de strategie van Evonik. We moeten daar gewoon zijn, niet alleen voor de kwaliteit van het management en het personeel maar ook voor de haven, en voor methionine. Antwerpen is onze grootste en beste methioninefabriek. De innovatieve producten in dierenvoeding die er werden ontwikkeld, maken dat Antwerpen een must is voor een CEO van Evonik. Ook silica is een sterke business die we willen uitbouwen, dus moeten we de capaciteit ervan in Antwerpen ook optrekken." KULLMANN. "Is dat anders dan in Duitsland? Evonik telt wereldwijd ruim honderd sites en er is geen enkele waar we niet te maken krijgen met uitdagingen of bezorgdheden. Politieke kwesties hebben we net zo goed in Duitsland, Spanje, Frankrijk of Nederland. Het is de taak van het lokale management ze aan te pakken, zodat we concurrentie of die politieke akkefietjes aankunnen. Ook in Duitsland debatteren we over energie. Chemie is een energie-intensieve sector. Dus moeten we betaalbare energie hebben. Over vier jaar beëindigen wij hier evenwel kernenergie, maar we kunnen de hele Duitse industrie niet uitsluitend met hernieuwbare energie bevoorraden. Dat maakt dat een typisch Duits debat: we zijn briljant in het zeggen wat we niet of niet meer willen, maar het is heel lastig te beslissen over wat we wél willen. We hebben meer realiteitszin nodig. En dus ben ik in die zin inderdaad bezorgd voor de Duitse chemische industrie." KULLMANN. "De belastinghervorming die hij had aangekondigd? Afgevinkt. Zijn doelstelling om de bureaucratie in de administratie te verminderen? Afgevinkt. Zijn belofte om de industrie voldoende goedkope energie te bezorgen? Afgevinkt. Wat hij doet voor de Amerikaanse industrie is opmerkelijk. We moeten dat zeer serieus nemen en we moeten in Europa een gemeenschappelijk antwoord vinden op de vraag hoe we op die ontwikkelingen in de Verenigde Staten en ook in de Aziatische landen willen reageren." KULLMANN. "Ik zal de laatste zijn om beleggers en analisten te bekritiseren. We moeten de zaken beter uitleggen, en we zijn daar ook mee bezig. Maar even geduld: vergeet niet dat we met de transformatie van het bedrijf nog maar pas uit de startblokken zijn gesprongen."