Het begon in 2012 met de ontwikkeling van een kleine plug-in, waarmee de Houthalenaar Maarten Schenk op zijn website kon aanduiden welke verhalen het meest geliket werden op Facebook. Toen bedacht hij dat hij dat ook kon proberen voor anderen. Hij lanceerde Trendolizer, een platform waarmee je kon zien welke verhalen op het internet het populairst zijn en welke heel snel aan populariteit winnen. Ideaal om te achterhalen welk 'nieuws' viraal gaat.
...

Het begon in 2012 met de ontwikkeling van een kleine plug-in, waarmee de Houthalenaar Maarten Schenk op zijn website kon aanduiden welke verhalen het meest geliket werden op Facebook. Toen bedacht hij dat hij dat ook kon proberen voor anderen. Hij lanceerde Trendolizer, een platform waarmee je kon zien welke verhalen op het internet het populairst zijn en welke heel snel aan populariteit winnen. Ideaal om te achterhalen welk 'nieuws' viraal gaat. Trendolizer kwam in het vizier van oud-CNN-journalist Alan Duke en Perry Sanders, een ondernemer uit Colorado Springs. Zij hadden al langer een idee voor een website die zou berichten over de achtergronden van de populairste nieuwsberichten van de dag. Maar hoe spoor je die op? Via Trendolizer vonden ze eindelijk de oplossing. Schenk vloog naar Colorado Springs en na één ontmoeting werd Leadstories.com geboren. Aanvankelijk gaf hij achtergronden bij virale verhalen, maar pas toen hij de nadruk legde op het ontkrachten van fake news, werd de website een succes, schrijft Schenk in zijn zopas verschenen boek. Ondertussen is Leadstories.com uitgegroeid tot een bedrijf met zestig factcheckers, dat onder meer werkt in opdracht van TikTok en Facebook. En sinds maart is er op verzoek van Facebook ook een Russische en een Oekraïense versie van de website. MAARTEN SCHENK. "Het was wel een beetje een gekkenhuis, maar we hadden al mensen in Oekraïne en voor TikTok checken we al langer filmpjes uit Rusland en Oekraïne. We waren van plan dit jaar een Duitse versie te lanceren, daarvoor hadden we een checklist aangelegd van wat er moest gebeuren. Dankzij die checklist konden we de Oekraïense en Russische site sneller lanceren. We hebben ervaren journalisten gezocht en hen een korte opleiding gegeven. Veel technische dingen kun je opvangen met Engelstalig personeel, maar om bronnen te bellen heb je uiteraard lokale mensen nodig." SCHENK. "Soms gebeurt het wel dat we een volledige factcheck schrijven over een TikTok-video. Maar TikTok doet niet aan labels. Wij geven onze info door, en zij beslissen of ze een video offline halen of niet. Ons werk is daar dus inderdaad bijna onzichtbaar. Wij pleiten er wel voor dat sites als TikTok en YouTube het voorbeeld van Facebook en Instagram zouden volgen. Informatie toevoegen met een factcheck is effectiever dan gewoon iets offline halen, zoals YouTube vaak doet met 'documentaires' van complotdenkers of antivaxers. Die hebben dan al miljoenen views, en als je zoiets stilletjes verwijdert zonder uitleg, werk je het effect in de hand van 'zie je wel, ze proberen iets te verbergen!' Daarom hebben we met alle factcheckers een open brief gestuurd naar YouTube. Ze hebben al geëxperimenteerd met het plaatsen van factchecks bij de zoekresultaten, maar dat is te beperkt. Mensen krijgen zulke filmpjes meestal doorgestuurd via een ander medium, en dan komen ze via de aanbevelingen in een algoritme terecht dat hen met dezelfde inhoud blijft opzadelen. En dan kun je wel filmpjes uit de aanbevelingen of de zoekresultaten halen, of er geen advertenties bij plaatsen, daarmee heb je hen nog altijd niet geïnformeerd. Dat is wat wij ideaal vinden: duidelijk schrijven waarom bleekwater drinken tegen corona echt geen goed idee is." SCHENK. "Dat is al langer aan de gang. En zelfs binnen Facebook verplaatst fake news zich naar andere pagina's. Ze gebruiken gesloten groepen, waar we niet bij kunnen. Of afgesloten netwerken zoals WhatsApp, Telegram of Parler." SCHENK. "Dat is zeker zo. Mensen die in een fabeltjesfuik zijn terechtgekomen, krijg je niet meer met feiten overtuigd. Het is zo'n onderdeel van hun persoonlijkheid geworden, dat ze iedere fout waar ze op worden gewezen ervaren als een persoonlijke aanval. Als een factchecker iets ontkracht, zien ze daar net het bewijs van hun gelijk in. Maar we doen het voor de middengroep, die een filmpje krijgt doorgestuurd van een zotte nonkel die zogezegd 'alleen maar vragen stelt'. Wel, wij geven dan de antwoorden." SCHENK. "Sommige gevechten zijn hopeloos. Maar dat mensen nu in de commentaren onder een onwaarschijnlijk verhaal zetten: toch maar even naar de factcheckers kijken, is een deel van de opvoeding. Door steeds maar weer met factchecks te komen hoop ik dat die reflex bij veel mensen groeit. Ook als je zelf emotioneel reageert op een verhaal, zou je reflex moeten zijn eerst te gaan zien of het wel klopt. Als een verhaal bevestigt wat je al gelooft, moet je extra voorzichtig zijn. Als er een verhaal circuleert over kernenergie waarvan je denkt 'zie wel dat ik gelijk heb!', is het belangrijk eens te kijken of het komt van Greenpeace of van de nucleaire lobby, en vooral te zien welke feiten ze hebben weggelaten." SCHENK. "Soms doen we dat, vooral als het gaat om satire. Maar dat het satire is, is natuurlijk meteen het bewijs dat het niet waar is. In andere gevallen proberen we toch neutraal te zijn. Van wie het komt, maakt in theorie niet uit. Voor ons telt: het is niet waar, en dit zijn de bewijzen." SCHENK. "Soms loopt het ook gewoon door elkaar, omdat sites ook verhalen van elkaar overnemen. Wie gebruikt dan wie? Wij willen gewoon droogweg zeggen: dit klopt niet, en dáárom klopt het niet. Zonder daar een ethisch of moreel oordeel over te vellen. Daar zijn genoeg andere media voor, die mogen op basis van onze factchecks gerust een opinie schrijven. Maar onze business is: controleren en zeggen of iets waar is of niet. Punt. Zo bouw je geloofwaardigheid op." SCHENK. "Voor een stuk zal dat zeker zo zijn. Maar dat houdt ons niet tegen om nuttig werk te doen. Zonder factcheckers zou het netto-effect veel slechter zijn. Dus om wat voor reden ze het hebben ingevoerd, het geeft wel degelijk een positief effect." SCHENK. "Nee, maar dat lijkt me ook niet onze rol, daar moet de overheid het voortouw in nemen. En niet door te bepalen wat fake news is en wat niet, want dan krijg je Russische toestanden, maar net door meer transparantie te eisen over die algoritmes. Dat is een vorm van consumentenbescherming, en ook een deel opvoeding. Het kan als een spiegel werken: dit is wat het algoritme weet over jou en hoe het over jou denkt. Veel mensen beseffen dat veel te weinig. Er wordt dikwijls gedaan alsof het alleen de sociale netwerken zijn die al die slechte berichten hebben gepromoot, maar die algoritmes zijn een spiegel van wie we zijn. Als er racisme, onwetendheid en religieus fanatisme is in de mens, zal dat weerspiegeld worden door die algoritmes. Het nadeel is uiteraard dat dat net dingen zijn die emoties oproepen en dat de algoritmes worden georganiseerd om mensen zo lang mogelijk aan het scherm te kluisteren. Ik zou het een goed idee vinden als er wetten komen die sociale media verplichten te verduidelijken hoe ze werken." SCHENK. "Zeker. Maar je kunt dat algoritme beïnvloeden en sturen. Door een post niet te liken, of er geen commentaar onder te zetten. Sommige algoritmes werken ook met systemen als 'mensen die dit leuk vonden, vonden dat ook leuk'. Daar is Amazon stinkend rijk mee geworden. Als je dat weet, kun je dat sturen door niet te kopen of te liken. Die mediawijsheid is te weinig bekend bij het grote publiek. Als je mensen vertelt waarom ze bepaalde dingen te zien krijgen, valt hun mond soms open." SCHENK. "De helft van alle reclame is fake news ( lacht). Maar er zijn tal van voorbeelden van duistere pr-campagnes of van lobbygroepen die verhalen de wereld insturen die niet helemaal kloppen. Of websites lanceren die zogezegd grassroots (burgerinitiatieven, nvdr) zijn, maar worden gefinancierd door lobbygroepen, zoals de olie-industrie. Meestal zijn die verhalen niet compleet gelogen, maar wordt context weggelaten of gaat het om cherrypicking: alleen wat past binnen hun verhaal wordt gepubliceerd." SCHENK. "Ik denk dat de geesten daar aan het rijpen zijn. Ook omdat er kranten zijn die af en toe eens een factcheck om de oren krijgen. Als je dan hoofdredacteur van een serieuze krant bent, stijgt het schaamrood je toch naar de wangen. Ook bij wetenschappers zie ik een kentering, zeker sinds corona. Wetenschappers kijken nu wat ze kunnen doen om hun papers duidelijk te vertalen naar een groot publiek. Een groep Britse wetenschappers heeft voorgesteld aan iedere studie een item toe te voegen: wat betekent dit in mensentaal? Mijn voorstel is: voeg er ook een stuk aan toe wat het niet betekent. Bijvoorbeeld: deze studie is niet het bewijs dat chocolade eten helpt om kanker te genezen. Dan krijg je hopelijk minder van dat soort berichten in de krant." SCHENK. "Je moet wel proberen er een beetje de humor van in te zien. Af en toe eens denken: niet te geloven wat ze nu weer geloven! Maar als ik acht uur naar ellende uit Oekraïne zit te kijken, krijg ik het ook wel lastig. Ik heb dat boek geschreven tijdens corona, nadat een van mijn dochters een fietsongeval had gehad. Ik zag hoe hele vleugels van het ziekenhuis werden omgebouwd voor covid-patiënten. Als je dan je smartphone neemt en je ziet dat een idioot meent dat corona niet bestaat, dan word je wel eens kwaad. Maar je moet je daaroverheen zetten. Het helpt dat je door factchecken er iets kan aan doen. Als je schrijft waarom de bewering 'corona bestaat niet' of 'dit middel helpt tegen corona' niet klopt, kun je daar hopelijk een paar mensen mee redden. Zelfs al kun je er maar één mensenleven mee redden, dan is het nog de moeite."