Ons land doet grote inspanningen om Brussel naar voren te schuiven als interessante vestigingsplaats voor financiële instellingen. "We mogen de kans niet laten liggen om hoogwaardige jobs aan te trekken", zegt minister van Financiën Johan Van Overtveldt. Door de brexit verhuizen een groot aantal financiële instellingen, die tot hiertoe vanuit Londen opereerden, een deel van hun activiteiten naar een lidstaat van de Europese Unie. Dat is nodig om het zogenaamde 'Europees financieel paspoort' te behouden, waarmee ze zaken kunnen doen in alle landen van de Europese Unie.
...

Ons land doet grote inspanningen om Brussel naar voren te schuiven als interessante vestigingsplaats voor financiële instellingen. "We mogen de kans niet laten liggen om hoogwaardige jobs aan te trekken", zegt minister van Financiën Johan Van Overtveldt. Door de brexit verhuizen een groot aantal financiële instellingen, die tot hiertoe vanuit Londen opereerden, een deel van hun activiteiten naar een lidstaat van de Europese Unie. Dat is nodig om het zogenaamde 'Europees financieel paspoort' te behouden, waarmee ze zaken kunnen doen in alle landen van de Europese Unie. Onder de instellingen met verhuisplannen zitten heel wat grote vissen, zoals de Amerikaanse en Britse zakenbanken. De meeste van hen laten Brussel links liggen. Goldman Sachs en Standard Chartered hebben hun voorkeur voor Frankfurt al uitgesproken. HSBC had al een belangrijk filiaal in Parijs en zal naar schatting 1000 van zijn 5000 Londense bankiers naar de Franse hoofdstad overbrengen. Dublin lijkt dan weer in de bovenste schuif te liggen bij Bank of America en Barclays. Wat rest nog voor Brussel? "Het is niet van de banken dat we het zullen moeten hebben", zegt Karel Van Hulle, professor aan de KU Leuven en de Goethe Universiteit van Frankfurt. "Banken verplaatsen hun activiteiten bij voorkeur naar een plaats waar ze al infrastructuur hebben. De voorbije jaren zijn verschillende buitenlandse banken echter uit België vertrokken. Ons land heeft zwaar geleden onder de financiële crisis. Dat is men niet vergeten." "Voor internationale financiële instellingen is België niet de interessantste vestigingsplaats", bevestigt Grégoire Tondreau van de consultant Roland Berger. "De markt is klein en weinig dynamisch. De overheid moedigt het nemen van risico's niet aan. Het fiscale systeem bevoordeelt het spaarboekje, waardoor daar heel wat overtollige cash staat die beter gebruikt zou kunnen worden voor innovatie en investeringen. In België blijft een groot deel van de financiële activiteit beperkt tot retailbanken die spaardeposito's omzetten in klassieke kredieten. Dat is geen aantrekkelijke biotoop voor kapitaalmarkten of zakenbanken." "Het zou naïef zijn te denken dat banken voor een land kiezen dat hun fiscaal heel weinig te bieden heeft", zegt Wim De Waele, de CEO van het innovatieplatform B-Hive, verwijzend naar de hoge Belgische banktaksen. "Maar de financiëledienstverlening beperkt zich niet tot de banken. Het moet mogelijk zijn op een intelligente manier andere bedrijven uit de financiële sector aan te trekken." Minister Van Overtveldt wil Brussel weer op de kaart zetten als financieel centrum door te focussen op drie niches: ondernemingen die zich toeleggen op financiële marktinfrastructuur, de verzekeringssector en vernieuwende financiële technologie (fintech). De Waele onderschrijft die keuze: "In elk van die drie domeinen heeft België specifieke troeven, en het zijn groeiniches waarin de digitale transformatie een belangrijke rol speelt." "Ik ben voorstander van die nichestrategie", zegt Ignace Combes, oud-topman van Euroclear en nu onder meer voorzitter van het Vlerick Centre for Financial Services. "Brussel is nooit een groot financieel centrum geweest en zal het wellicht ook niet worden. Maar nu is er tenminste een overlegplatform en een strategie. In het verleden was er te veel improvisatie. De inspanningen waren ook te gefragmenteerd. Nu komt het erop aan de strategie uit te voeren, waardoor we in de gekozen niches een startpositie verwerven en daarop verder kunnen bouwen. Op korte termijn moeten we echter niet rekenen op enorme successen in termen van jobcreatie." "België heeft een sterke traditie in betalingstechnologie en marktinfrastructuur", zegt Grégoire Tondreau. "Bedrijven als Swift, Euroclear, Mastercard Europe en The Bank of New York Mellon zijn hier al lang. Het talent, de expertise en het ecosysteem zijn er. Op die historische leiderspositie moeten we voortbouwen." De geciteerde bedrijven leggen zich toe op financiële marktinfrastructuur. Eurcoclear bijvoorbeeld handelt transacties van grote institutionele beleggers af en houdt de onderliggende activa bij. Swift zorgt ervoor dat tienduizenden banken financiële berichten kunnen uitwisselen. Mastercard regelt dan weer betaaldiensten over de hele wereld. "Met die activiteiten gaan specifieke competenties gepaard", vertelt Combes. "Marktinfrastructuurspelers moeten altijd de continuïteit van hun operaties kunnen verzekeren en hebben daardoor een bijzondere beveiligingsexpertise verworven. Ze kunnen grote volumes verwerken en bieden hun klanten een open platform aan. Die beheerskennis zal in de context van innovatie door financiëledienstverleners en fintech alleen maar belangrijker worden. Op basis van die competenties moeten we nieuwe ondernemingen kunnen aantrekken en start-ups lanceren."Volgens de Nationale Bank overwegen alvast twee specialisten in betaaldiensten van Londen naar Brussel te komen. "Het gaat om nichespelers die voor Brussel kiezen omdat ons land sterk staat in financiële infrastructuur", stelt Marcia De Wachter, directeur van de Nationale Bank. De toezichthouder onderzoekt de dossiers. "We hebben in België bewezen dat we IT-standaarden kunnen bouwen die gebruikt worden door veel banken en verzekeraars", zegt Fabian Vandenreydt, head of securities markets bij Swift en voorzitter van B-Hive. "De ambitie moet zijn meer van die gemeenschappelijke platformen te creëren, die de financiële sector stabieler en transparanter maken. Ik denk in de eerste plaats aan 'know your customer'- en cyberveiligheid-platformen. Daar heeft elke financiële instelling behoefte aan, waardoor we potentieel de hele Europese financiële sector kunnen bedienen." Karel Van Hulle ziet wel wat mogelijkheden om bedrijven uit de verzekeringssector aan te trekken, maar noemt ze toch veeleer beperkt. Van Hulle stond jarenlang aan het hoofd van de afdeling Verzekeringen en Pensioenen van het directoraat-generaal Interne Markt van de Europese Commissie, en kent de verzekeringsmarkt als geen ander. Net in verzekeringen kon Brussel al twee trofeeën binnenhalen. Lloyd's of Londen besliste enkele tientallen mensen in Brussel te vestigen, en ook de Australische verzekeraar QBE koos voor de Belgische hoofdstad. Van Hulle: "Beide bedrijven zijn vooral geïnteresseerd in de business-to-businessmarkt en hebben belangrijke herverzekeringsactiviteiten. De kans is groot dat ze zich in Brussel daarop zullen concentreren. QBE nam enkele jaren geleden Secura, de herverzekeringsdochter van KBC, over. Het had hier dus al een belangrijk bijkantoor, dat een band heeft met zijn Britse dochter. Dan is het logisch dat die vestiging de voorkeur geniet om omgevormd te worden tot een volwaardige dochteronderneming." Van Overtveldt sprak bij het aantrekken van Lloyd's over een belangrijk aanzuigeffect, maar Van Hulle nuanceert dat: "Ik verwacht geen grote toestroom van verzekeringsmaatschappijen naar Brussel. Het zou kunnen dat Lloyd's een bepaalde knowhow meebrengt, waardoor in de toekomst nieuwe constructies mogelijk worden. Maar op dit moment staan er zeker geen tientallen spelers te popelen om naar Brussel te verhuizen. Volgens mij is er in België vooral ruimte voor niche-domeinen, zoals herverzekering en insurtech. Een walhalla van jobcreatie zal dat niet zijn, daar moeten we realistisch in zijn." In de verzekeringssector blijkt vooral Luxemburg aantrekkelijk te zijn. Verzekeraars als FM Global, Hiscox, RSA, en vooral de Amerikaanse reus AIG, kondigden de voorbije weken aan voor ons buurland te kiezen. "Luxemburg heeft een erkende expertise in levensverzekeringen en beleggingsfondsen", verklaart Van Hulle. "Bovendien is de toezichthouder er zeer vertrouwd met verzekeringsproducten, waardoor hij zich toegankelijk opstelt." Zowel Lloyd's als QBE zei dat de keuze voor Brussel mee ingegeven was door de pragmatische opstelling van de Belgische toezichthouder. Daaruit kan worden afgeleid dat onze toezichthouder bereid is zich soepel op te stellen. Van Hulle: "Soepel betekent niet laks. Er is heus geen enkele verzekeraar die naar België komt om onder een laks toezicht te vallen. Integendeel, de Nationale Bank heeft de reputatie een strenge toezichthouder te zijn, die ernstig haar werk doet. Wel is zij voor bepaalde nichespelers, zoals herverzekeraars die de facto aan risicospreiding doen, bereid het verhaal positief te benaderen." Toch waarschuwen sommigen voor een opbod tussen toezichthouders. Toen AIG voor Luxemburg koos, zei de Ierse minister van Financiën, Eoghan Robert Murphy, dat dat een gevolg was van de mildere kapitaaleisen die Luxemburg hanteert. Waarop de Luxemburgers de Ieren afdeden als slechte verliezers. In elk geval kondigden de Europese centrale toezichthouders ESMA (financiële markten) en EIOPA (verzekeringssector) aan dat ze richtlijnen zullen uitvaardigen voor een minimale, uniforme interpretatie van de Europese regels. Op die manier willen ze voorkomen dat de nationale toezichthouders elkaar de loef afsteken, en dat financiële instellingen de toelating zouden krijgen louter postbusfirma's in de EU te openen. In de hevige concurrentiestrijd om hoogwaardige banen meet elk potentieel Europees financieel centrum zich een eigen identiteit aan. Zo kan Frankfurt bogen op de aanwezigheid van talrijke zakenbanken en van de ECB, die het monetair beleid bepaalt en optreedt als waakhond van de financiële sector. De Duitse stad rekent erop het nieuwe financiële zenuwcentrum van Europa te worden, en de komende jaren circa 10.000 banen aan te trekken. Dublin heeft wetten en regulering die vergelijkbaar zijn met die van het Verenigd Koninkrijk, terwijl Engels er de voertaal is. Luxemburg is vooral aantrekkelijk voor vermogensbeheerders en verzekeraars. Parijs zal op La Défense zeven nieuwe wolkenkrabbers bouwen om de bankiers voldoende comfort te bieden en rekent op de lobbykracht van president Emmanuel Macron (zie kader). Warschau denkt verder te kunnen profiteren van de uitbesteding van IT- en backofficebanen. Amsterdam en Berlijn ten slotte profileren zich als centra voor fintech. Ook Brussel wil zich opwerpen als een hub voor fintech. Daarin moet het innovatieplatform B-Hive een belangrijke rol spelen. Daar bundelen banken, verzekeraars, marktinfrastructuurspelers en de overheid de krachten om Brussel op de kaart te zetten als financieel-technologisch centrum. Het doel is een vruchtbare bodem te creëren, waar starters en groeibedrijven in de financieel-technologische industrie zich kunnen ontwikkelen. "Wij willen een community creëren waarin financiële instellingen en technologiebedrijven samenwerken, om de gemeenschappelijke technologische uitdagingen van de financiële sector aan te pakken", stelt Wim De Waele, de CEO van B-Hive. "We geloven niet in de hype dat fintech het einde van de banken zal betekenen. Ons model is er een van business-to-business, waarin de technologie ten dienste staat van de financiële sector. Dat verhaal van technology for finance onderscheidt ons van andere Europese centra". Die strategische keuze impliceert dat de ambities van B-Hive internationaal zijn: "We zien ons ecosysteem niet als louter Belgisch. Als we erin slagen bedrijven te creëren die gemeenschappelijke standaarden voor de financiële sector ontwikkelen, kunnen ze mikken op internationaal succes." Het potentiële succes van zulke groeibedrijven kan een belangrijke motor voor jobcreatie worden, gelooft De Waele. Hij countert daarmee de kritiek dat de Belgische nichestrategie enkel bedrijven zou aantrekken die een marginaal kleine hoeveelheid mensen in ons land werk bieden. "Natuurlijk, als Goldman Sachs een stuk van zijn zakenbank verhuist, kun je al meteen rekenen op duizend hoogwaardige bankiersjobs", geeft De Waele toe. "Bij ons zal het niet zo snel gaan. Maar als je enkele groeibedrijven kunt ontwikkelen, die in vijf of tien jaar hun personeelsbestand uitbreiden van enkele tientallen naar honderden, kun je ook mooie resultaten behalen. Bedrijven als Collibra en Guardsquare bewijzen dat het kan: zij groeien razendsnel." In die mate dat België aandacht zal moeten besteden aan randfactoren om die groei te volgen. Zo kampt ons land met een tekort aan groeikapitaal en aan investeringsmaatschappijen voor bedrijven die na de startfase een grote stap voorwaarts willen zetten. Ook de aanwezigheid van technisch hoogopgeleide personen dreigt een flessenhals te worden, al gaat het volgens De Waele niet om een louter Belgisch, maar om een Europees gegeven.