Hoewel de onderhandelingen tussen Groot-Brittannië en de Europese Unie nog niet opgestart zijn, voelt de Belgische textielindustrie de gevolgen van een Europese eenheidsmarkt zonder de Britten al in de orderportefeuille. Op basis van de eerste negen maanden van 2016 stabiliseert de omzetgroei van de Belgische textielindustrie op het niveau van 2015, wat net als 2014 een goed jaar was. Als we kijken naar de cijfers op kwartaalbasis, dan zien we dat de textielomzet in het derde kwartaal van 2016 met 4 procent gedaald is, na een stijging met 4 procent in het tweede kwartaal en een status-quo in het begin van het jaar. Voor de eerste drie kwartalen betekent dat een minimale stijging van 0,1 procent.
...

Hoewel de onderhandelingen tussen Groot-Brittannië en de Europese Unie nog niet opgestart zijn, voelt de Belgische textielindustrie de gevolgen van een Europese eenheidsmarkt zonder de Britten al in de orderportefeuille. Op basis van de eerste negen maanden van 2016 stabiliseert de omzetgroei van de Belgische textielindustrie op het niveau van 2015, wat net als 2014 een goed jaar was. Als we kijken naar de cijfers op kwartaalbasis, dan zien we dat de textielomzet in het derde kwartaal van 2016 met 4 procent gedaald is, na een stijging met 4 procent in het tweede kwartaal en een status-quo in het begin van het jaar. Voor de eerste drie kwartalen betekent dat een minimale stijging van 0,1 procent. "We zien na de zomer een duidelijke verzwakking van de omzet en productie", stelt Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria, de sectorfederatie van de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie. "Voor 2016 zullen we allicht hetzelfde omzetniveau halen van 2015, terwijl we op basis van de eerste zes maanden een groei hadden kunnen verwachten." De brexit, met de onmiddellijke daling van het Britse pond, is de spelbreker. Ongeveer de helft van de Belgische textielproductie is interieurtextiel (met vloerbekleding, meubelstoffen, matrastijk, enz.) en het Verenigd Koninkrijk is de grootste afzetmarkt. Technisch textiel is de tweede sterke poot, goed voor 40 procent van de textielindustrie. Daarnaast heb je het segment met modestoffen, onafhankelijke spinners en veredelaars, dat vormt samen zo'n 15 procent van de sector. Van elke drie meter interieurtextiel die in België geproduceerd wordt, gaat één meter naar de Britse markt. "De plotse waardevermindering van het pond na het referendum in Groot-Brittannië heeft zich vrij snel vertaald in onzekerheid en orderverlies. Onze producenten proberen dat te compenseren met prijsstijgingen, maar dat is niet gemakkelijk. De brexit laat zich nu al voelen", weet Quix. De impact van de brexit is niet dramatisch maar toch voldoende om het verschil te maken tussen een lichte achteruitgang of verdere groei. Vrijwel onmiddellijk was het Britse pond 10 procent gezakt tegenover de euro. Dat koersverschil lijkt structureel te worden en dat kunnen de Belgische producenten niet zomaar absorberen. Fa Quix wijst ook op het geleidelijke proces dat in gang gezet is. "Er komen prijsverhogingen en de Britse consument stelt aankopen uit. Zo raakt het Britse consumentenvertrouwen aangetast. Dat kan in 2017 of 2018 leiden tot een lichte recessie in het VK. In de tweede helft van 2017 voorspelt men dat de inflatie tot bijna 4 procent zou kunnen oplopen in Groot-Brittannië en de koopkracht zal niet volgen. Dat betekent koopkrachtverlies en onze sector zal daar voor een stuk slachtoffer van worden." De textielindustrie rekent op een sterke export naar de andere EU-landen om de groeimotor te laten draaien. En de economie in continentaal Europa doet het redelijk goed. Er zijn nog nooit zoveel mensen aan het werk geweest in de Europese Unie en voor dit jaar rekent Europa op een groei van 1 procent. In de eerste zes maanden van 2016 steeg de export van de Belgische textielindustrie naar de EU met 5 procent. Uitschieters zijn Frankrijk (+11%), Italië (+8%) en Nederland (+5%). Ook de export naar de Verenigde Staten klom met meer dan 8 procent en als de dollar zo sterk blijft presteren zal de Belgische textielexport naar de VS nog verder stijgen. Een tegenvaller is onze uitvoer naar de rest van de wereld, die daalde met meer dan 6 procent. "De wereld wordt er niet groter op", duidt Fa Quix. "We doen inspanningen om onze export buiten de EU te vergroten, maar landen zoals Brazilië en Rusland zitten in problemen. Ook China is niet in grote vorm. We geraken niet binnen in India. We blijven vooral afhankelijk van de westerse wereld: Europa, Noord-Amerika en Japan. Europa is goed voor meer dan 85 procent van onze export. Het is een groeimarkt en het is onze belangrijkste markt. We moeten blijven beseffen hoe belangrijk de Europese eenheidsmarkt is voor onze economie, we moeten daarvoor vechten." De topman van Fedustria ziet nog groeipotentieel in de EU. Een land als Spanje is weer aan het opkomen en er is groeidynamiek in Ierland en in Centraal-Europa. De Belgische textielindustrie kijkt dus vooral naar Europa voor verdere groei? "Zeker, en we zijn zeer ongerust over het feit dat populisten met valse argumenten proberen de euro en de Europese Unie in diskrediet te brengen. Dat is spelen met onze welvaart", repliceert Quix. De grootste bezorgdheid van de textielbedrijven is welk akkoord er mogelijk is tussen Groot-Brittannië en de EU. "We hebben nood aan een deal waardoor we als volwassen partners in een goede verstandhouding tot een akkoord komen. We hopen dat er geen plaats is voor politiek revanchisme." De Britse premier Theresa May kiest voor een harde brexit en dat betekent dat de wederzijdse handel bemoeilijkt zal worden door administratieve belemmeringen en in het slechtste geval invoerheffingen. Het is dan ook met een blik tussen hoop en vrees dat de sector naar de toekomst kijkt. Een indicator die alvast sterk presteerde in 2016 was de evolutie van de investeringen in de Belgische textielindustrie. Op basis van de eerste negen maanden van 2016 groeien de investeringen in de sector naar 131,3 miljoen euro, een stijging met bijna 40 procent. "De heropleving in de textielindustrie na de crisis is gestart in de zomer van 2014. Na meer dan twee jaar dat de activiteiten in de goede richting evolueren, was het voor veel bedrijven het moment om de nodige investeringen te doen", duidt Fa Quix. Het gaat voor een stuk om een inhaalbeweging. Er wordt vooral geïnvesteerd in nieuwe machines waarmee efficiënter en flexibeler kan geproduceerd worden. De moderne machines zijn ook energiezuiniger en verbruiken minder grondstoffen, wat ook voor de ecologische voetafdruk van de sector meegenomen is. Naast hoofdzakelijk vervangingsinvesteringen, worden hier en daar ook capaciteit uitgebreid. De gemiddelde bezettingsgraad van de productiecapaciteit bedraagt in 2016 zo'n 70,8 procent, wat een "normaal niveau" voor de sector is. In tewerkstelling kon de lichte groei van 2015 - de stijging toen was een trendbreuk na 30 jaar daling - in 2016 niet doorgetrokken worden. De sector stelt ongeveer 20.000 mensen tewerk. "We verwachten voor 2016 een lichte daling van ongeveer een procent. Er zijn een paar honderd banen verdwenen. Dat is niet gebeurd met grote herstructureringen of sluitingen, het heeft vooral te maken met productiviteitsverbeteringen die een aantal banen overbodig maakt", legt Fa Quix uit. De textielindustrie kampt met een grote natuurlijke uitstroom van arbeiders door pensionering en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). De sector is een van de meest vergrijsde van het land, de gemiddelde leeftijd van de arbeiders is ongeveer 50 jaar. "Dat stelt ons ook voor een grote uitdaging in de verjonging van de werkkrachten", bevestigen ze bij Fedustria. "Onze bedrijven vinden moeilijk goed geschoolde, gemotiveerde jongeren. Vele bedrijven zitten in Oost- en West-Vlaanderen, een regio met veel industriële dynamiek en een lage werkloosheid. Dat tekort aan talent wordt voor een deel opgelost door het inzetten van Franse medewerkers." De textielindustrie kijkt vooral uit naar een verdere verbetering van onze concurrentiekracht. "Deze regering is op de goede weg met de taxshift en de herziening van de wet op de competitiviteit van 1996. Het zijn zaken die voor onze bedrijven belangrijk zijn. We moeten een concurrentiële economie hebben. Dus goed dat de taxshift er kwam, hopelijk wordt die helemaal uitgevoerd", zegt Fa Quix. De textielsector ervaart nog een technisch knelpunt met de lastenverlaging voor ploegen- en nachtarbeid. In theorie kunnen bedrijven de voorziene lastenverlaging voor 100 procent toepassen, maar in de praktijk blijkt het maar voor ongeveer 80 procent te kunnen. "Wij vragen een technische aanpassing zodat iedereen de lastenverlaging ook effectief kan toepassen", duidt Quix. De sector is niet zo negatief over het beleid, al gaat de regering-Michel in bepaalde dossiers niet ver genoeg, zoals in de wet op wendbaar en werkbaar werk. "De berg heeft een muis gebaard. Daar zit niet veel extra flexibiliteit in voor de werkgevers. Wat we wel goed vinden is die 100 overuren die kunnen worden gepresteerd volgens een gunstig fiscaal regime", aldus Fa Quix. De hervorming van de vennootschapsbelasting is voor de textielbedrijven dan weer geen prioriteit. "We zijn daar niet tegen maar als het budgetneutraal moet zijn, gaat het eerder om een verschuiving tussen de bedrijven. Het is voor onze productiebedrijven belangrijker dat ze eerst winst kunnen maken. Onze focus ligt op concurrentiekracht en administratieve vereenvoudiging." Vandaar ook dat de sector niet enthousiast was over het ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) voor 2017-2018. Fedustria vindt de loonnorm van maximaal 1,1 procent te hoog. In combinatie met de automatische loonindexeringen zullen de textielbedrijven hun loonkosten in de komende twee jaar met meer dan 4 procent zien stijgen. "Dat is nefast voor onze concurrentiekracht en de tewerkstelling", stelt de federatie. Fedustria roept de federale regering op om vooral de taxshift verder uit te bouwen. "Lagere loonlasten voor de werkgevers en er tegelijk voor zorgen dat de werknemers meer netto overhouden van hun brutoloon. Dat is echt belangrijk voor onze bedrijven. Die taxshift werkt langs beide kanten en natuurlijk kost dat geld. Maar dat is een maatschappelijke keuze. In onze industriële sectoren heeft dat geleid tot jobbehoud terwijl er anders allicht sneller afgebouwd zou worden", besluit Quix.