Al bijna twee jaar belanden veel Belgen in tijdelijke werkloosheid door de coronacrisis. Op basis van een analyse van de jaarcijfers stelt SD Worx vast dat het tijdelijke werkloosheidscijfer gehalveerd is ten opzichte van 2020. Toch constateert de hr-dienstenleverancier dat de cijfers nog steeds erg hoog liggen: 18,18 procent van de werknemers, bijna een op de vijf, werd vorig jaar getroffen door tijdelijke werkloosheid.

Bedienden brachten gemiddeld 1,35 procent van hun werkdagen door als tijdelijk werkloos, terwijl dat percentage voor arbeiders 4,12 procent bedroeg. 'Dat is meer dan drie keer zoveel', benadrukt Jean-Luc Vannieuwenhuyse van SD Worx. 'De mogelijkheid voor bedienden om te telewerken, is een van de verklaringen voor dit grote verschil. Het feit dat arbeiders oververtegenwoordigd zijn in de sectoren die het hardst getroffen zijn, vergroot die kloof', klinkt het.

De sectoren waarin telewerk geen optie is, zijn het zwaarst getroffen. 'Daarbij moeten we rekening houden dat het merendeel van deze sectoren verplicht moest sluiten', zegt Vannieuwenhuyse.

De vier meest getroffen sectoren zijn de kappers, fitnesscentra en schoonheidssector (35,37 procent) gevolgd door de horeca (28,73 procent), de luchtvaart (14,22 procent) en de podiumkunsten (13,18 procent). De kappers en schoonheidszorgen is bovendien de enige sector waarin het cijfer nauwelijks daalde ten opzichte van 2020.

Er zijn wel wat verschillen tussen de provincies wat betreft de tijdelijke werkloosheid in termen van gewerkte dagen. In het algemeen doen de noordelijke provincies het beter dan de zuidelijke. De minst getroffen provincie is Oost-Vlaanderen met slechts 1,41 procent verloren dagen als gevolg van corona. Het Brussels Gewest (2,3 procent) ligt net boven het gemiddelde, en op hetzelfde niveau als de provincie Antwerpen (2,33 procent).

Al bijna twee jaar belanden veel Belgen in tijdelijke werkloosheid door de coronacrisis. Op basis van een analyse van de jaarcijfers stelt SD Worx vast dat het tijdelijke werkloosheidscijfer gehalveerd is ten opzichte van 2020. Toch constateert de hr-dienstenleverancier dat de cijfers nog steeds erg hoog liggen: 18,18 procent van de werknemers, bijna een op de vijf, werd vorig jaar getroffen door tijdelijke werkloosheid. Bedienden brachten gemiddeld 1,35 procent van hun werkdagen door als tijdelijk werkloos, terwijl dat percentage voor arbeiders 4,12 procent bedroeg. 'Dat is meer dan drie keer zoveel', benadrukt Jean-Luc Vannieuwenhuyse van SD Worx. 'De mogelijkheid voor bedienden om te telewerken, is een van de verklaringen voor dit grote verschil. Het feit dat arbeiders oververtegenwoordigd zijn in de sectoren die het hardst getroffen zijn, vergroot die kloof', klinkt het.De sectoren waarin telewerk geen optie is, zijn het zwaarst getroffen. 'Daarbij moeten we rekening houden dat het merendeel van deze sectoren verplicht moest sluiten', zegt Vannieuwenhuyse. De vier meest getroffen sectoren zijn de kappers, fitnesscentra en schoonheidssector (35,37 procent) gevolgd door de horeca (28,73 procent), de luchtvaart (14,22 procent) en de podiumkunsten (13,18 procent). De kappers en schoonheidszorgen is bovendien de enige sector waarin het cijfer nauwelijks daalde ten opzichte van 2020.Er zijn wel wat verschillen tussen de provincies wat betreft de tijdelijke werkloosheid in termen van gewerkte dagen. In het algemeen doen de noordelijke provincies het beter dan de zuidelijke. De minst getroffen provincie is Oost-Vlaanderen met slechts 1,41 procent verloren dagen als gevolg van corona. Het Brussels Gewest (2,3 procent) ligt net boven het gemiddelde, en op hetzelfde niveau als de provincie Antwerpen (2,33 procent).