De Belgische economie herstelt beter dan verwacht, blijkt uit de nieuwe cijfers van de Nationale Bank. In een eerste raming eind oktober werd gerekend op een kwartaalgroei met 10,7 procent.

De toegevoegde waarde steeg tegenover het tweede kwartaal met 11,6 procent in de industrie, met 18,9 procent in de bouwsector en met 10,4 procent in de dienstensector.

Er was dan ook een sterke heropleving van de binnenlandse vraag. De gezinnen gaven 16,4 procent meer uit, zowel voor duurzame als niet-duurzame goederen en aan toerisme. Gezinnen investeerden ook meer in bakstenen: de investeringen in woongebouwen namen toe met 15,8 procent. Ook de overheid liet het geld rollen: de consumptie steeg 8,3 procent, de investeringen met 20,7 procent. De investeringen van de bedrijven stegen met 7,3 procent.

Ook de handel met het buitenland nam opnieuw toe. De invoer (14,3 procent) steeg iets sterker dan de uitvoer (13,3 procent).

De binnenlandse werkgelegenheid groeide met 0,3 procent tegenover het tweede kwartaal. Ondanks de toename van de werkgelegenheid ligt het aantal banen lager dan voor de crisis. De werkgelegenheid daalde immers met 0,3 procent in vergelijking met het derde kwartaal vorig jaar.

Ondanks het herstel tegenover het desastreuze tweede kwartaal blijft onze economie nog zwaar onder het peil van voor de coronacrisis liggen. Het bbp kende een krimp van 4,5 procent tegenover het derde kwartaal vorig jaar.

De Belgische economie herstelt beter dan verwacht, blijkt uit de nieuwe cijfers van de Nationale Bank. In een eerste raming eind oktober werd gerekend op een kwartaalgroei met 10,7 procent. De toegevoegde waarde steeg tegenover het tweede kwartaal met 11,6 procent in de industrie, met 18,9 procent in de bouwsector en met 10,4 procent in de dienstensector. Er was dan ook een sterke heropleving van de binnenlandse vraag. De gezinnen gaven 16,4 procent meer uit, zowel voor duurzame als niet-duurzame goederen en aan toerisme. Gezinnen investeerden ook meer in bakstenen: de investeringen in woongebouwen namen toe met 15,8 procent. Ook de overheid liet het geld rollen: de consumptie steeg 8,3 procent, de investeringen met 20,7 procent. De investeringen van de bedrijven stegen met 7,3 procent. Ook de handel met het buitenland nam opnieuw toe. De invoer (14,3 procent) steeg iets sterker dan de uitvoer (13,3 procent). De binnenlandse werkgelegenheid groeide met 0,3 procent tegenover het tweede kwartaal. Ondanks de toename van de werkgelegenheid ligt het aantal banen lager dan voor de crisis. De werkgelegenheid daalde immers met 0,3 procent in vergelijking met het derde kwartaal vorig jaar. Ondanks het herstel tegenover het desastreuze tweede kwartaal blijft onze economie nog zwaar onder het peil van voor de coronacrisis liggen. Het bbp kende een krimp van 4,5 procent tegenover het derde kwartaal vorig jaar.