De wijnbouw werd in ons land geïntroduceerd door de Romeinen en beleefde in het Luikse een hoogtepunt in de vijftiende eeuw. Tegen de negentiende eeuw was daar nauwelijks nog iets van over. Tot Jean Bellefroid in 1963 de eerste Belgische wijnstokken rondom zijn huis plantte en in 1973 de Vereniging van Hagelandse Wijnliefhebbers oprichtte. Toch duurde het nog tot 1991 voor Jaap van Rennes het wijnkasteel Genoels-Elderen in Riemst opstartte, dat inmiddels wordt beschouwd als een van de grootste wijnbouwbedrijven in ons land. België staat vooral bekend om zijn schuimwijnen, die de helft van de markt innemen, en voor zijn wijnen met ragfijne zuren. Ongeveer 70 procent daarvan is wit, tegenover 30 procent rood. Rosé zou zo'n 3 procent van het segment innemen.
...

De wijnbouw werd in ons land geïntroduceerd door de Romeinen en beleefde in het Luikse een hoogtepunt in de vijftiende eeuw. Tegen de negentiende eeuw was daar nauwelijks nog iets van over. Tot Jean Bellefroid in 1963 de eerste Belgische wijnstokken rondom zijn huis plantte en in 1973 de Vereniging van Hagelandse Wijnliefhebbers oprichtte. Toch duurde het nog tot 1991 voor Jaap van Rennes het wijnkasteel Genoels-Elderen in Riemst opstartte, dat inmiddels wordt beschouwd als een van de grootste wijnbouwbedrijven in ons land. België staat vooral bekend om zijn schuimwijnen, die de helft van de markt innemen, en voor zijn wijnen met ragfijne zuren. Ongeveer 70 procent daarvan is wit, tegenover 30 procent rood. Rosé zou zo'n 3 procent van het segment innemen."De echte stroomversnelling zagen we pas in de jongste twintig jaar", vertellen Jens De Maere en Koen De Bock van de onlinewinkel en wijnbar Belgian Wines. "Bij de opstart in 2010 moesten we iedereen uitleggen dat Belgische wijnen bestonden en werden we op heel wat hoongelach onthaald. De wijnen hadden een slechte reputatie. Over het algemeen wordt gezegd dat je enkel wijnen kunt maken in landen die maximaal op de 50ste breedtegraad liggen. België ligt ongeveer op de 51ste. De kritiek was dat de druiven te weinig zon hadden gekregen en te zuur waren om goede wijn op te leveren. Maar de jongste jaren zijn de zomers fantastisch en is de sector bijzonder geprofessionaliseerd. Intussen beseffen wijnkenners de kwaliteit, maar voor wijnleken blijft die vaak nog een mysterie. Tijdens de coronacrisis steeg de verkoop van onze wijnen wel zienderogen. De drang naar lokale producten zit daar zeker voor iets tussen." Dat beaamt Pieter Raeymaekers, een van de oprichters van de wijnboetiek Vinetiq, gespecialiseerd in cool climate wines, en van het wijndomein Valke Vleug in Liezele: "We verdelen meer dan 600 referenties, waarvan het merendeel uit klassieke wijnlanden. Toch merkten we dat de vraag naar Belgische wijnen in het laatste kwartaal van 2020 groeide. De respons was bijzonder positief. Klanten waren blij dat ze een lokaal relatiegeschenk konden geven met zoveel kwaliteit." Ook in gastronomische restaurants verschijnen Belgische wijnen meer en meer op de kaart. Tom Ieven, sommelier bij het driesterrenrestaurant Hof van Cleve, heeft verschillende Belgische wijnen in de kelder liggen en merkt een groeiende vraag naar onze wijnen: "Net zoals chef Peter Goossens vind ik het belangrijk lokale producten in de verf te zetten. Daar hoort dus ook wijn bij." "Belgische wijnen laat je het best blind proeven", licht De Maere toe. "Dan vallen de vooroordelen weg en krijg je de eerlijkste mening. Dat merk je aan het feit dat we met onze schuimwijnen op de Concours Mondial de Bruxelles steevast in de prijzen vallen. Het is vreemd dat die internationale erkenning zich nog niet heeft vertaald in wijnchauvinisme." "We timmeren al lang aan de weg", vertelt de Belgische wijnpionier Karel Henckens van het domein Aldeneyck. "Het nadeel van een nieuw wijnland is dat er volop geëxperimenteerd wordt met verschillende druiven. Vandaag weten we welke druiven er werken in onze bodem. Net zoals Bourgogne hebben we een terroir om trots op te zijn." "Daarom zijn appellaties ook zo belangrijk in de wijnsector", vertelt De Bock. "Dankzij bepaalde regels kun je een bepaalde stijl nastreven, zodat een appellatie kenmerkend wordt. In België zijn we daarmee gestart in 1997 onder de noemer 'beschermde oorsprongsbenaming' (BOB). Daarnaast geeft het ook een bepaald sérieux, dat komaf maakt met het idee dat Belgische wijnen enkel door hobby- isten wordt gemaakt, waarbij het ene jaar goede wijnen voortbrengt en het andere jaar slechte." Maar om over een specifieke stijl per appellatie te spreken is het nog te vroeg, volgens De Bock. "Je mag een jong wijnland niet vergelijken met een regio met honderden jaren ervaring zoals Bordeaux. Onze wijnmakers zijn nog fel bezig een eigen identiteit te ontwikkelen. Die identiteit bestaat al wel op het niveau van het wijnhuis zelf, maar het is de appellatie die nog identiteit mist. Intussen krijgen de wijnmakers meer ervaring en kennis, die ze vervolgens uitwisselen. Dankzij die kruisbestuiving evolueert de kwaliteit." Een ancien zoals Joyce van Rennes, die het wijnbedrijf Genoels-Elderen na de dood van haar vader Jaap voortzette, heeft wel al haar identiteit bepaald. Ze trok als 19-jarige naar Bourgogne om er wijn te leren maken. Aldeneyck laat zich adviseren door oenologen uit Duitsland en Frankrijk. "In de jaren negentig werden we nog weggelachen. Pas toen ik bodemstalen opstuurde naar een wijnlab in Bourgogne, er vervolgens een bekende wijnmaker langskwam en verrast was over de kwaliteit van onze bodem, begonnen we stilaan te beseffen hoe waardevol deze grond is", aldus Van Rennes. "Daar zouden alle Belgische wijnmakers ook op moeten durven inzetten", gaat Henckens voort. "Bij Aldeneyck wil ik dat je de mineraliteit, eigen aan de Maaslandse bodem, proeft in onze wijnen. We hebben met de BOB Maasvallei Limburg de eerste grensoverschrijdende appellatie wereldwijd. Daar hebben we serieus voor moeten ijveren bij de Europese Unie, maar dat deden we net om het belang van onze bodemkwaliteit te onderstrepen. Een terroir stopt uiteindelijk niet aan een landsgrens. Daarmee haalden we trouwens ook heel wat internationale pers." Het is ook dankzij die internationale pers dat Belgische wijnen in eigen land op grote belangstelling konden rekenen. Tijdens een blinde proeverij in 2007 vergeleek de Engelse wijnjournaliste Jancis Robinson de chardonnay van Clos d'Opleeuw uit 2001 met een complexe Puligny-Montrachet uit Bourgogne. Dat bombardeerde de wijnen van Peter Colemoent in Borgloon meteen tot een cultproduct. Met zijn 3000 tot 4000 wijnflessen per jaar kan hij de stijgende vraag al jaren niet meer bijhouden. Dat beperkte aantal flessen bij de meeste Belgische wijnboeren is een beetje een probleem om de continuïteit te garanderen. Dat bevestigt ook Van Rennes: "Het is één zaak mooie wijnen te maken, maar een andere om je klanten te kunnen blijven bevoorraden. Als een restaurant weet dat je niet voldoende kunt leveren of dat je op dat gebied een risico vormt, is het minder snel geneigd op lange termijn met je in zee te gaan. Bovendien is een wijnmaker minder zeker van zijn opbrengst. Wijn blijft een natuurproduct. Je bent enorm onderhevig aan de weersomstandigheden. Daarom hebben we veel geld en ruimte geïnvesteerd om uit te breiden." Dankzij de verschillende uitbreidingen, de groeiende aanplantingen en de grotere investeringen haalt België nu 586 hectare wijngaarden en bijna 2 miljoen wijnflessen per jaar. "Als je bedenkt dat er per dag in België gemiddeld zo'n 821.000 flessen wijn worden geconsumeerd, is dat héél weinig natuurlijk", glimlacht De Maere. En toch lijkt de binnenlandse markt te klein te worden voor een aantal Belgische wijnboeren. Zowel Genoels-Elderen als Aldeneyck verkoopt ook in het buitenland. "Dat is goed voor onze risicospreiding", vertelt Van Rennes. "Wij hebben liever honderd kleine klanten dan tien grote. Maar tegelijk is het ook goed voor ons imago." "Daarnaast is het een manier om relevant te blijven", voegt Raeymaekers toe. "Je wilt je kunnen meten aan andere wijnregio's. Heel wat Belgische wijnen kunnen naast internationale wijnen staan. We zijn het dus aan onszelf verplicht naar het buitenland te stappen." Zit het buitenland wel te wachten op onze Belgische wijnen? "Fransen zijn heel chauvinistisch, maar Nederland en Duitsland zijn bekend met onze soort wijnen. Ze zijn vragende partij voor Belgische wijnen", vertelt Henckens. "Daarnaast willen restaurants een mooi verhaal en zijn ze telkens op zoek naar iets nieuws. Als landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Libanon wijnen in de markt kunnen zetten, dan wij toch ook?" voegt Van Rennes toe. Zowel Genoels-Elderen als Aldeneyck zetten hun eerste stappen in het buitenland via gastronomische restaurants. "Dat gaat niet vanzelf. Je kunt niet zomaar een fles in een rek zetten en verwachten dat het verkoopt", zegt Van Rennes. "Vaak begint het met een fan van onze wijnen die in het buitenland aan de slag gaat. Vervolgens pikken klanten of wijnhandelaars onze wijnen op in het restaurant en zoeken ze een verdeler. Dat groeit organisch. We hebben nooit gewerkt met verkopers, maar laten onze wijn voor zich spreken. Wel zijn we van plan naar beurzen te trekken. Zo hebben we na zeven jaar op de wachtlijst eindelijk een plekje bemachtigd op de internationaal gerenommeerde wijnbeurs Prowein in Duitsland." Ook Ieven is zo'n ambassadeur. "Toen ik tweeënhalf jaar geleden begon bij Hof van Cleve, stonden er even geen Belgische wijnen meer op de kaart. Ik heb er meteen Clos d'Opleeuw en Aldeneyck weer opgezet. Niet alleen voor de kwaliteit, maar aangezien Belgische wijnen een niche blijven, was het in eerste instantie niet slecht voor de bekende namen te gaan. Intussen is dat gamma uitgebreid en zijn er heel wat Belgische wijnen die ik zo op de kaart zou zetten, maar ik moet natuurlijk realistisch zijn. Ook al stop ik twee à drie keer per jaar een Belgische wijn bij de wijnsuggesties in het degustatiemenu en durf ik een avontuurlijke bourgognedrinker te overhalen om voor een Belgische wijn te kiezen, het blijft toch nog relatief onbekend. Gemiddeld verkoop ik vijf à tien flessen Belgische wijn per maand, maar ze worden telkens op groot enthousiasme onthaald." Zijn er dan totaal geen slechte Belgische wijnen? "Toch wel, maar over het algemeen hebben we gewoon te weinig plek om bulkwijnen te maken. Onze wijnmakers kunnen dus niets verdienen aan volume en kunnen daardoor niet anders dan inzetten op kwaliteit. Dat is het grote voordeel aan een klein land", lacht De Maere. Maakt dat onze wijnen niet wat duurder? "Er worden veel schuimwijnen gemaakt in de stijl van champagne. Dat heeft te maken met de soortgelijke ondergrond en het klimaat. Voor een topschuimwijn, zoals een zilveren parel van Genoels-Elderen, betaal je ongeveer 25 euro. Daar mag je voor die prijs eens een evenwaardige champagne voor proberen te zoeken. Als je dan kijkt hoeveel er voor een merkchampagne in de supermarkt wordt neergeteld, is de keuze voor een lokaal alternatief dat er met kop en schouder bovenuit steekt snel gemaakt, toch?" zegt De Maere fel. Dat er een sterk geloof is in de kwaliteit van Belgische wijnen, is ook merkbaar aan de grote investeringen. En dat is niet vanzelfsprekend, want om een wijngoed op te starten is veel kapitaal nodig. Per hectare wordt op 100.000 euro gerekend. De eerste jaren is er ook nog geen productie, waardoor investeren enkel kan als er een langetermijnvisie is. Valke Vleug is zo'n nieuw wijndomein met een langetermijnvisie, dat fors investeerde door onder meer de Belgische architect Vincent Van Duysen in de arm te nemen voor het ontwerp van de wijnkelders. Terwijl de financiële middelen vroeger vooral uit eigen zak kwamen, springen nu ook banken makkelijker aan boord. "Bij ons is dat ook te danken aan een duidelijk businessplan", vertelt Raeymaekers. "Naast een onlinewijnwinkel en de Taste-in Store in Antwerpen hebben we ook een tak wijnbouw én een tak evenementenlocatie. Zo werkten we samen met het driesterrenrestaurant Zilte, dat tijdelijk resideerde op Valke Vleug na de heropening van de terrassen. Op die manier spreiden we ons risico en laten we mensen kennismaken met de cool-climatewijnen van Vinetiq." Wat enorm opvalt aan alle wijnmakers en specialisten die actief bezig zijn met Belgische wijnen, is hun gedeelde passie, hun enthousiasme en hun rotsvaste geloof in een mooie toekomst voor de Belgische wijnen. "Het enige probleem zal de ruimte zijn", vertelt De Bock. "Het wordt moeilijk te blijven uitbreiden, maar er is zeker nog marge. Zeker wanneer fruittelers meer de switch naar wijnbouw maken. Ook de temperaturen zijn de jongste jaren bijzonder gunstig." "Absoluut", treedt Henckens bij. "Ik heb me omgeschoold van appelteler tot wijnbouwer. Ik wilde iets maken dat voor honderd procent van mezelf was. Ik ben ervan overtuigd dat wijnbouw een volwaardige tak in de Belgische tuinbouw wordt." "De klimaatverandering speelt in ons voordeel", vertelt Van Rennes. "Ik vrees dat de zuiderse landen zoals Spanje en Italië het moeilijker krijgen. Daar kunnen wij van profiteren." "En ook niet onbelangrijk: de smaak van de consument verandert", voegt Raeymaekers toe. "Gastronomische wijnen zijn geen zware wijnen meer, maar delicate, elegante wijnen met frisse zuren. Exact waar we sterk in zijn." Concurrentie is er alvast niet onderling. Verschillende wijnbouwers groeperen zich per appellatie, maar wisselen ook onderling kennis uit. "Met onze 10 hectare mogen we tot de grotere wijnbouwbedrijven in België behoren, wereldwijd stelt dat niets voor. In Bordeaux zijn wijngaarden van 30 tot 40 hectare geen uitzondering. Natuurlijk moeten we samenwerken. De enige concurrentie zijn Belgische wijnmakers die slechte wijn maken. Dat zou de reputatie naar beneden kunnen trekken en moeten we dus absoluut vermijden. Vandaar de openheid en het vertrouwen in elkaar", knipoogt Henckens.