Honderdtachtig Amerikaanse topbedrijfsleiders ondertekenden een verklaring die 'het doel van een bedrijf' herdefinieert. De CEO's willen voortaan 'al hun stakeholders' dienen. Dat betekent waarde voor de consumenten, investeren in werknemers, faire en ethische relaties met leveranciers, zorg voor de gemeenschap en het milieu. De ondertekenaars maken een breuk met hun focus op de aandeelhouders. Die worden nog gediend, maar dan 'voor meerwaarde op de lange termijn'.

Ik ben benieuwd naar de volgende kwartaalrapporten van de ondertekenaars. Reken mij voorlopig tot de sceptici. Surf wat rond op de websites van grote bedrijven en je wordt overstelpt met ronkende missieverklaringen, prachtige bedrijfswaarden en schitterende initiatieven onder de noemer van sociale verantwoordelijkheid of burgerschap. Wat nieuws onder de zon?

De sociale verantwoordelijkheid van een bedrijf is zijn winst te vergroten, dixit Nobelprijswinnaar wijlen Milton Friedman. Met die insteek wil het Amerikaanse grootkapitalisme breken. Wat is er verkeerd met winst? Fundamenteel betekent winst de meerwaarde die ontstaat door economische transacties. Winst reflecteert de toegevoegde waarde van een bedrijfsactiviteit. Winst betekent welvaart en vooruitgang. Winst vormt de basis van inkomens en herverdeling.

Uiteraard kan winst ook diefstal zijn, op de kap van misleide consumenten, uitgebuite werknemers, uitgeperste leveranciers of een verontreinigd milieu. We rekenen op de democratische overheden om de grenzen te trekken waarbinnen het kapitalistische spel gespeeld mag worden. Het is aan de overheid om producten en diensten te reguleren, arbeidsrechten te formuleren, handelspraktijken te normeren en milieubescherming te dicteren.

De overheid reguleert en controleert de markt, de marktspelers voeren de strijd om de consument en winnen door de beste producten, diensten en prijzen. Dat is de machine van permanente innovatie en vooruitgang die kapitalisme heet. Natuurlijk zullen bedrijven hun eigen identiteit ontwikkelen. Net zoals wij allemaal, moeten ze kiezen of wat de overheid toelaat ook wenselijk is. Dat is de persoonlijke verantwoordelijkheid in een maatschappij die op vrijheid berust.

Bedrijven zijn geen politieke partijen.

Het hart van de consument wordt ook met bedrijfswaarden en bedrijfsgedrag gewonnen. Als we dat gedrag problematisch vinden, is het aan de politiek om nieuwe grenzen te trekken. We gaan daarin een stap verder als bedrijven collectief een lijst met te verdedigen belangengroepen vooropstellen. Op dat moment manifesteert de bedrijfswereld zich als een alternatieve autoriteit die het gedrag van individuele bedrijven wil bepalen en rechtstreekse politieke interventie wil vermijden.

De keuze van de stakeholders vertaalt de politieke mode. Het is geen toeval dat de nieuwe verklaring over het doel van bedrijven ontstaat in een klimaat van bedrijfsantagonisme, aan de vooravond van presidentsverkiezingen en tegen een achtergrond van frustratie over megawinsten en mega-ongelijkheid in de VS. Wie de bedrijfsdoeleinden politiseert, gebruikt het geld van de aandeelhouders voor politieke doeleinden. Dat was het inzicht van Friedman en dat blijft de waarheid.

Die waarheid betekent niet dat alleen de aandeelhouders tellen. Ze betekent dat het alleen aan de aandeelhouders toekomt om te kiezen welke doeleinden hun bedrijf nastreeft. Bedrijfseigenaars zijn evident gebaat bij het succes van hun bedrijf op de lange termijn. Dat succes is evident gebaat bij het welvaren van de samenleving en de wereld waarin het bedrijf opereert. Het probleem ligt niet bij de bedrijven of bij de winsten. Het ligt bij de aandeelhouders die zich niet meer als eigenaars maar als dividendenrapers gedragen.

Bedrijven zijn meer dan winstmachines. Maar het zijn geen politieke partijen. Het blijft de taak van de democratie om aan bedrijven de politieke doeleinden op te dringen die we als samenleving kiezen. De rest is keuze en concurrentie.