De klacht van zes bankagenten van Crelan heeft een lange voorgeschiedenis. Ze hadden een overeenkomst met de spaarbank Centea, waardoor ze hun volledige onafhankelijkheid als krediet- en verzekeringsmakelaars behielden. Ze verkochten vooral betaal- en spaarproducten voor de bank. Centea, een dochter van KBC, werd in 2011 overgenomen door Landbouwkrediet. De twee instellingen fuseerden twee jaar later tot Crelan.
...

De klacht van zes bankagenten van Crelan heeft een lange voorgeschiedenis. Ze hadden een overeenkomst met de spaarbank Centea, waardoor ze hun volledige onafhankelijkheid als krediet- en verzekeringsmakelaars behielden. Ze verkochten vooral betaal- en spaarproducten voor de bank. Centea, een dochter van KBC, werd in 2011 overgenomen door Landbouwkrediet. De twee instellingen fuseerden twee jaar later tot Crelan. Na de fusie stuurde Crelan zijn commerciële beleid bij en uniformiseerde het zijn agentennetwerk. De bank wilde meer kredieten, verzekeringen en beleggingsproducten verkopen, en haar coöperatieve aandelen aan de man brengen. Volgens de Centea-agenten werden ze gedwongen in dat beleid mee te stappen, en exclusief samen te werken met Crelan voor kredieten en met de preferente bankpartners voor verzekeringen.Wie dat weigerde, zag zijn kosten systematisch verhoogd en werd uitgesloten van financiële tegemoetkomingen. "Crelan voerde systemen in waardoor agenten die vasthielden aan hun onafhankelijkheid financieel werden benadeeld tegenover agenten die exclusief samenwerkten met de partners van Crelan", vertelt Peter Beckers, een van de agenten die een klacht indienden tegen de instelling. Beckers verwijst naar de Crelan Trophy en het systeem van referentiekantoren. Crelan Trophy leidde onder meer tot een vermindering van de kosten voor kantoren, maar stond enkel open voor wie exclusiviteitscontracten ondertekende. Zonder afstand te doen van hun onafhankelijkheid als kredietbemiddelaar konden agenten geen aanspraak maken op de voordelen. Het systeem van referentiekantoren bood hogere commissies en lagere kosten voor kantoren die een minimum aan verzekeringen bij de Crelan-partners Fidea en Allianz afnamen. Beide systemen waren er volgens Beckers op gericht de agenten te pushen naar bepaalde beleggings- en verzekeringsproducten en naar specifieke leveranciers. "Zo'n manier van werken druist niet alleen in tegen het principe van de vereiste onafhankelijkheid en keuzevrijheid van een verzekeringsmakelaar, het veroorzaakt ook een belangenconflict, ten nadele van de consument", zegt Jan Verduyn, een andere agent die mee het initiatief nam voor de klacht. "Je wordt gedwongen het beste product voor de bank te verkopen, wat niet noodzakelijk het beste product voor de klant is." Verduyn geeft een voorbeeld: "Op een gegeven moment wilde de bank haar Fidelio-pakket (coöperatieve aandelen van de bank, nvdr) promoten, maar daarbij werden de complexiteit en het risico van het product geminimaliseerd of zelfs verzwegen." De klacht die de agenten indienden bij de FSMA werd aanvaard. Crelan werd daarvoor in 2015 op de vingers getikt. De FSMA is de overheidsinstelling die toezicht houdt op het respecteren van het risicoprofiel en de belangen van de eindklant bij de verkoop van financiële producten. Agenten die zich niet naar het beleid van Crelan schikten, werden volgens de betrokkenen niet meer uitgenodigd voor regiomeetings, uitgesloten van opleidingen en commissies, en konden hun klanten niet dezelfde tarieven bieden als andere kantoren. Uiteindelijk werd hun contract door de bank opgezegd of werden ze gedwongen hun bankportefeuille te verkopen. Nadat een rechtbank van eerste aanleg hun klacht had afgewezen, kregen de bankagenten eind vorig jaar toch gelijk voor het hof van beroep in Antwerpen. "Het hof oordeelde dat Crelan contractbreuk pleegde", zegt advocaat Bert Bekaert van het advocatenkantoor Everest Law, dat optrad namens de bankagenten. "Crelan heeft de contracten die het overnam van Centea niet gerespecteerd en geprobeerd die eenzijdig te wijzigen door de kosten op een slinkse manier op te trekken, oordeelde het hof. De druk die op de agenten werd uitgeoefend om hun statuut van krediet- en verzekeringsmakelaar op te geven, was ongeoorloofd." Volgens het arrest moet een bank die werkt met zelfstandige tussenpersonen zich loyaal en te goeder trouw gedragen. Als een partij handelingen stelt die de verbintenissen van de andere partij bemoeilijken of duurder maken, is er een probleem. Het hof oordeelde dat dit het geval was en dat Crelan zich "te kwader trouw en deloyaal" heeft opgesteld in de uitvoering van de overeenkomst met haar agenten. De bank verdedigde zich door erop te wijzen dat het systeem van referentiekantoren is ingevoerd na goedkeuring in het paritair overlegorgaan, waarin een afvaardiging van de bankagenten zit. Maar volgens de rechtbank ontslaat dat Crelan niet van zijn contractuele aansprakelijkheid tegenover zijn agenten. "Een bank mag haar commerciële beleid uitstippelen", zegt advocaat Laurent De Clercq. "Maar daarbij moet ze de bestaande contracten en overeenkomsten wel respecteren. Dat is hier niet gebeurd, omdat Crelan de financiële voorwaarden eenzijdig wijzigde en het de betrokken agenten daardoor onmogelijk maakte hun nevenactiviteit als makelaar uit te voeren." "Dat een bank veroordeeld wordt voor deloyaal gedrag ten opzichte van haar agenten, is een precedent", vindt Carine Van Steenbrugge, de directeur van BZB-Fedafin, de beroepsvereniging van financiële tussenpersonen. "Dit arrest kan een grens stellen aan de macht van de banken en de druk die ze uitoefenen op hun agenten. Tot nu kwamen ze daarmee weg." Volgens Albert Verlinden, de voorzitter van BZB-Fedafin, is de impact van het arrest niet te overschatten: "Kredietinstellingen en verzekeraars houden er het best rekening mee als ze hun commerciële beleid uitstippelen. Een van de belangrijkste pijnpunten de voorbije jaren was de druk van de financiële instellingen op de agenten om beleggingsproducten te verkopen en met preferentiële verzekeringspartners te werken. Via commissiesystemen en de segmentering van de agenten wijzigden ze impliciet het contract met de agenten. Dat erkent nu ook een hogere rechtbank." "Deze uitspraak geeft de zelfstandige tussenpersonen meer verweer tegen banken en verzekeraars die misbruik maken van hun machtspositie", besluit Verlinden. Ook de nieuwe B2B-wetgeving, die later dit jaar van kracht wordt, biedt financiële tussenpersonen meer bescherming: "Door die nieuwe regelgeving kan BZB-Fedafin een groepsvordering instellen." Voor de bankagenten was zelf procederen geen prettige zaak. Zij kregen uiteindelijk wel gelijk van de rechter, waardoor ze uitzicht hebben op een schadevergoeding. Maar die weegt niet op tegen de financiële en morele schade die ze geleden hebben nadat Crelan de contracten had opgezegd, oordeelt Peter Beckers: "Na bijna vier jaar procederen krijgen we eindelijk waar we recht op hebben. Maar eigenlijk was het ons niet om het geld te doen. Onze klanten zijn de dupe van de praktijk van banken om specifieke producten te pushen. Dat wilden we aanklagen." De uitspraak kan belangrijk zijn voor de geplande overname van AXA Bank door Crelan. Ook AXA Bank werkt met zelfstandige tussenpersonen, die het statuut van bankagent met dat van verzekeringsmakelaar combineren. In de nieuwe constellatie wordt AXA Verzekeringen de bevoorrechte verzekeringspartner van Crelan. Is het de bedoeling opnieuw de agentencontracten te 'stroomlijnen'? "De agenten van AXA Bank zijn historisch al sterk verbonden met de verzekeringsproducten van AXA, maar makelaars kan je niet pushen. De manier waarop Crelan de productie van verzekeringen stuurde en kantoren in vakjes stak om financiële penalisaties door te voeren, dat kan niet langer", aldus Verlinden.