Op Petroleum-Zuid, op een boogscheut van het Antwerpse stadscentrum, is de cirkel rond. Ruim honderd jaar geleden werd op het bedrijventerrein de basis gelegd voor de steile opgang van de Antwerpse petrochemie. Vandaag is de site, op het opvallende witte BlueChem-gebouw na, één grote bouwwerf. In de verte getuigen enkele grote olieopslagtanks van het roemrijke verleden, vlak bij BlueChem rijden bulldozers af en aan. Binnen afzienbare tijd moeten zich op het gloednieuwe eco-efficiënte bedrijventerrein tientallen duurzame ondernemingen uit de meest uiteenlopende sectoren vestigen. "Hier liggen de roots van de Antwerpse chemie. Met BlueChem hopen we die sector een innovatieve toekomst te geven", zegt voorzitter Frank Beckx.
...

Op Petroleum-Zuid, op een boogscheut van het Antwerpse stadscentrum, is de cirkel rond. Ruim honderd jaar geleden werd op het bedrijventerrein de basis gelegd voor de steile opgang van de Antwerpse petrochemie. Vandaag is de site, op het opvallende witte BlueChem-gebouw na, één grote bouwwerf. In de verte getuigen enkele grote olieopslagtanks van het roemrijke verleden, vlak bij BlueChem rijden bulldozers af en aan. Binnen afzienbare tijd moeten zich op het gloednieuwe eco-efficiënte bedrijventerrein tientallen duurzame ondernemingen uit de meest uiteenlopende sectoren vestigen. "Hier liggen de roots van de Antwerpse chemie. Met BlueChem hopen we die sector een innovatieve toekomst te geven", zegt voorzitter Frank Beckx. BlueChem is niet enkel de eerste incubator in Vlaanderen die zich toespitst op innovatie en ondernemerschap in duurzame chemie, volgens manager Leentje Croes heeft ons land daarmee een Europese primeur. Naast zeven start-ups kregen de voorbije weken ook enkele grote sectorgenoten zoals BASF, Borealis en Ineos een stek in het nieuwe gebouw. Zij moeten mee garant staan voor de wisselwerking tussen de innovatieve starters en de gevestigde industrie. Al is het wel de bedoeling hun aanwezigheid te beperken tot hooguit vijf bedrijven. "Antwerpen heeft wereldwijd een sterke reputatie in de chemiesector, onder meer door die grote spelers", zegt Beckx. "Ook met de kennisinstellingen zit het in ons land wel snor, maar jonge starters in de chemie zijn het ontbrekende puzzelstuk. In die sector vergt onderzoek veel tijd en middelen, omdat er een wereld van verschil is tussen de laboschaal en de echte industriële productie. Onder meer daarin kan zo'n incubator het verschil maken." Starters krijgen niet alleen laboratoria ter beschikking. Met het investeringsfonds BlueChem Kickstart Fund geeft het Antwerpse stadsbestuur 700 euro per vierkante meter subsidie voor de inrichting van de labo's. "Daarnaast hebben we een aantal strategische partners aan boord gehaald - onder meer Deloitte, Port of Antwerp en BNP Paribas Fortis - die die bedrijven kunnen ontzorgen, zodat ze kunnen focussen op hun kernactiviteiten." Op termijn moet BlueChem ruimte bieden aan een twintigtal bedrijven. Vandaag is 35 procent van de beschikbare oppervlakte ingenomen. Bij de eerste zeven start-ups zitten onder meer InOpSys - dat modulaire en mobiele units bouwt om industrieel afvalwater te behandelen - en Creaflow, dat innovatieve reactoren voor de fijnchemie en de farmasector ontwikkelt. BlueChem mikt op duurzame innovatie. Daarvoor hanteert de incubator vier criteria. Leentje Croes: "Om te beginnen gaan we uit van onderzoek dat mikt op de valorisatie van afvalstromen - denk aan het hergebruik van CO2 als grondstof of de recyclage van polymeren. Daarnaast mikken we op onderzoek naar hernieuwbare chemicaliën die ons minder afhankelijk maken van aardolie. Ook start-ups die geavanceerde duurzame producten ontwikkelen of productieprocessen optimaliseren en verduurzamen, zijn welkom. Cruciaal is ook ons partnerschap met Catalisti, de innovatiecluster van de chemie- en de kunststofsector. Die doet onderzoek naar de meest belovende technologieën van de toekomst en kan ons adviseren bij de selectie van de start-ups. Ook hun uitgebreide netwerk, met een directe toegang tot alle Vlaamse universiteiten, is erg waardevol." De hamvraag is of de grote bedrijven in de sector niet al jarenlang zwaar investeren in al die technologie. "Dat klopt", geeft Frank Beckx toe. "Maar ik maak de vergelijking met andere succesvolle sectoren in ons land, zoals de farma en de biotechnologie. Daar komen kleine start-ups vaak met grote doorbraken. Bovendien hebben we in Antwerpen veel grote spelers die vooral heel sterk staan in productie, terwijl wij beloftevolle innovaties aan die productie hopen te koppelen.""Wij willen de schakel zijn tussen nieuwe ontwikkelingen op laboschaal en de bestaande industriële productie", stelt Beckx. "Vlaanderen is wereldtop in de chemische sector, maar in duurzaamheid zijn er nog veel grote uitdagingen. In onderzoek en ontwikkeling kan zeker nog een tandje bij worden gestoken. Als Vlaanderen in een aantal van die domeinen een voorloper kan zijn, worden we op termijn een stuk aantrekkelijker voor de grootschalige productie van die nieuwe duurzame chemische stoffen en producten." BlueChem is een publiek-private samenwerking, waarin naast de chemiefederatie essenscia ook de Vlaamse overheid, de stad Antwerpen, de POM Antwerpen en VITO een deel van de basisinvestering van 7 miljoen euro voor hun rekening nemen. Zowat de helft van het bedrag wordt gesubsidieerd door het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling. "Dit gebouw bevat naast 24 kantoren en een aantal flexplekken 15 labo's", legt Leentje Croes uit. "We gaan ervan uit dat we uitkomen op 20 à 25 starters, die hier vijf à zeven jaar blijven. De juiste selectie wordt een van de grootste uitdagingen: in deze sector komen er jaarlijks geen honderden start-ups bij, maar tegelijk is er in heel Europa geen vergelijkbare incubator. Ben je actief in de duurzame chemie en heb je laboruimte nodig, dan kom je vroeg of laat hier terecht. We merken dat de belangstelling uit het buitenland groeit. Dat is in grote mate te danken aan de stevige reputatie van Antwerpen als het kloppende hart van de chemie in Europa." Croes hoopt ook spin-offs en starters in spe te verleiden die nu nog in alle rust gedijen aan een universiteit. "Daar ontstaan vaak ideeën die al min of meer marktrijp zijn. Door het contact met andere starters of grote spelers kunnen ze sneller de sprong naar economische valorisatie maken. Dat kan de grote toegevoegde waarde van een ecosysteem zijn zoals we dat in de steigers hopen te zetten."