De directie van Stop & Shop en de vakbonden hebben een akkoord bereikt over hogere lonen en extralegale voordelen. Daardoor gaan de 31.000 werknemers in 246 winkels waar gestaakt werd, weer aan het werk. Het personeel bij Stop & Shop hekelt de besparingseisen van de dochtermaatschappij van Ahold Delhaize. Al in januari startten de directie van Stop & Shop en vijf vakbonden onderhandelingen op over onder meer extralegale voordelen, pensioenen en vergoedingen voor zondagwerk. In februari sprong het overleg echter af.

De staking bij Stop & Shop ging op 11 april van start en is de grootste van winkelpersoneel in de VS in 16 jaar. Ze trof 240 winkels in de staten Connecticut, Massachusetts en Rhode Island. De vestigingen in New Jersey en New York - in totaal 175 winkels - bleven buiten schot.

De stakers kregen vorige week overigens openlijke steun van de voormalige vicepresident Joe Biden, die de werknemers in Bosten een hart onder de riem kwam steken. Tijdens een bijeenkomst van vakbond UFCW in Boston zei Biden dat het zonder goede gezondheidszorg en lonen 'niet mogelijk is om tot de middenklasse te behoren'.

De staking zal financieel sporen nalaten, zo blijkt. Ahold Delhaize verwacht een eenmalige impact op de operationele winst van 90 tot 110 miljoen dollar (80-98 miljoen euro) door lagere verkopen en andere kosten. Als gevolg daarvan zal de operationele marge van de groep dit jaar lichtjes onder die van 2018 uitkomen, meldt het bedrijf.