Alsico produceert 350.000 stukken werk- en beschermkledij per week. Voor ronkende namen als Intel, Pfizer, GSK, Delhaize, Jaguar, Mercedes en zelfs de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Sinds kort gebeurt de productie volledig CO2-neutraal en daar is het bedrijf trots op. Duurzaamheid zit in de filosofie van Alsico, maar het is ook een noodzaak. "Extra omzet levert duurzaamheid niet op, maar het is steeds vaker een voorwaarde om te mogen leveren", verklaart Vincent Siau, de algemeen directeur van de businessunit Noord- en West-Europa.
...

Alsico produceert 350.000 stukken werk- en beschermkledij per week. Voor ronkende namen als Intel, Pfizer, GSK, Delhaize, Jaguar, Mercedes en zelfs de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Sinds kort gebeurt de productie volledig CO2-neutraal en daar is het bedrijf trots op. Duurzaamheid zit in de filosofie van Alsico, maar het is ook een noodzaak. "Extra omzet levert duurzaamheid niet op, maar het is steeds vaker een voorwaarde om te mogen leveren", verklaart Vincent Siau, de algemeen directeur van de businessunit Noord- en West-Europa. In Ronse werkt een honderdtal mensen bij Alsico, van wie zo'n twintig stiksters die prototypes maken. De rest van de 8000 medewerkers is verspreid over vestigingen over de hele wereld. "Dat was nochtans niet wat mijn overgrootvader voor ogen had, toen hij hier in 1934 een naaiatelier voor werkkledij begon", vertelt Vincent Siau. Zijn grootvader, die in 1947 aan het roer kwam, gaf de aanzet tot de internationalisering. Uit pure noodzaak verhuisde hij zijn productie in de jaren zeventig naar lagelonenlanden, net als zovele Vlaamse textielbedrijven toen deden. Het begon met een eigen atelier in Tunesië in 1975, later volgden productiesites in Oost-Europa en Azië. Als Alsico nu een wereldspeler is met activiteiten in twintig landen, dan is dat niet zozeer een gevolg van een uitgestippelde commerciële strategie, maar een positief neveneffect van die verhuizing van de productie. "Alsico groeide en had meer capaciteit nodig. Dus openden we steeds meer fabrieken in lagelonenlanden", vertelt Vincent Siau. "Maar naarmate die landen zich ontwikkelen, stijgen de lonen en het opleidingsniveau van de bevolking, waardoor produceren er duurder wordt. Het is een patroon dat vaak terugkeert." Liever dan een fabriek te sluiten, zoekt Alsico andere oplossingen. "Van onze productie-eenheid in Tsjechië maakten we een commerciële afdeling. De productie hebben we verhuisd naar Slowakije, Bulgarije en Oekraïne. De producten verkopen de Tsjechen op de lokale markt." Thailand trok in 2013 het minimumloon ineens met 50 procent op. "Een verdedigbare maatregel, maar hij maakte ons wel het leven lastig. In plaats van onze productie daar op te doeken, beslisten we over te schakelen van eenvoudige werkkledij op technisch hoogwaardige beschermkledij, een product dat de lokale concurrentie niet kan maken en waarvan de prijs minder onder druk staat. We vonden er een lokale afzetmarkt voor en ondertussen verkopen we vanuit Thailand in heel Zuidoost-Azië en Australië." Door zich telkens aan te passen aan de veranderende omstandigheden, heeft Alsico een gedecentraliseerd wereldimperium opgebouwd, met lokale zakenpartners. Dat model, een verdienste van Vincents vader Bernard Siau, blijkt goed te werken. Het kwam er alweer uit noodzaak. "Mijn vader kwam in 1982 in het bedrijf, samen met zijn broer. Toen mijn oom op jonge leeftijd onverwacht overleed, moest mijn vader alleen verder met een bedrijf met 300 medewerkers. Hij kon niet anders dan zich te omringen met sterke mensen en die de eindverantwoordelijkheid te geven over hun divisie. Zo is de huidige structuur van de groep ontstaan, met plaatselijk georganiseerde businessunits, geleid door internationale partners die vaak mede-aandeelhouder zijn." Bernard Siau is voorzitter en heeft de fakkel onlangs doorgegeven aan zijn zoon Gauthier, die nu CEO is. De internationale aanwezigheid gaf Alsico de kans nog sneller te groeien en grote projecten binnen te halen. "Om een contract met een bedrijf als Arcelor Mittal binnen te halen, moet je wereldwijd actief zijn. Wij staan in voor al hun werkkledij, in al hun vestigingen. We doen alles, van ontwerp over risico-analyse tot levering en nabestellingen." "Van onze 8000 personeelsleden werken er meer dan 7000 in de productie, van wie een groot deel in minder welvarende landen, die niet bekendstaan voor hun goede werkomstandigheden. Juist daarom zijn wij ons bewust van onze sociale verantwoordelijkheid. We hanteren overal ter wereld onze West-Europese normen. Al onze ateliers, van Mexico tot Laos, lijken op elkaar in inrichting en organisatie. En we betalen overal een stuk beter dan het lokale minimumloon. Omwille van die sociale verantwoordelijkheid, maar ook omdat ook in die landen de markt speelt. Goede medewerkers stappen daar ook over naar de concurrentie als die beter betaalt. In onze eigen ateliers hebben wij de volledige controle over wat daar gebeurt. Een groot verschil met de modesector, waar vaak met onderaannemers wordt gewerkt. Dat doen wij in principe niet, tenzij op uitzonderlijke piekmomenten en altijd onder toezicht van onze kwaliteitsverantwoordelijken." "Natuurlijk kan ieder bedrijf dat allemaal claimen, maar wij laten die zaken ook verifiëren en valideren door externe partijen, zoals het Business Social Compliance Initiative (BSCI) of Fairtrade. Zij voeren audits uit in onze productievestigingen, waarbij ze nauwgezet controleren of alle arbeidsrechten worden nageleefd", zegt duurzaamheidsmanager Wouter De Broeck. Alsico mag dan een perfect zicht hebben op de eigen productie, voor de grondstoffen kan het geen sluitende garanties geven. "We zetten onze leveranciers wel aan tot transparantie over hun productieketen. De meesten van hen kennen we ook door en door, omdat we al heel lang samenwerken. Ook daarin verschilt onze sector van de modebranche: wij switchen niet zo makkelijk van leveranciers. Beschermkledij moet aan strenge veiligheidsnormen voldoen", aldus nog De Broeck. Voorts vraagt Alsico ook certificaten aan zijn leveranciers, en ze moeten bereid zijn audits te laten uitvoeren en ieder jaar opnieuw een gedragscode te ondertekenen waarmee ze de strenge voorwaarden onderschrijven die Alsico hanteert in arbeids- en mensenrechten. "Feit is dat ook klanten die vragen steeds vaker stellen. Vaak is het zelfs een voorwaarde om te mogen leveren of te kunnen deelnemen aan openbare aanbestedingen." Dat geldt ook voor het ecologische aspect van de productie. "Ook daar zijn we al lang mee bezig. Werkkledij moet duurzaam zijn. 60 procent van onze omzet halen we bij industriële wasserijen, die de kleren aankopen, verhuren en onderhouden. Zij hebben er dus alle belang bij dat de kleren zo vaak mogelijk gewassen kunnen worden en zo makkelijk mogelijk te herstellen zijn. Daar houden wij rekening mee in onze ontwerpen. Je kan een rits bijvoorbeeld zo in een broek naaien dat je ze kan vervangen zonder dat je daarvoor de hele broek uiteen hoeft te halen." Is de werkkledij versleten, dan staat Alsico ook in voor de recyclage. "Tot voor kort deden we dat niet zelf, omdat we dat niet als onze kernactiviteit beschouwden ", zegt Vincent Siau. "Maar de markt heeft ons in die richting geduwd. We hebben geïnvesteerd in een eigen afdeling. We recycleren de kledij vooral tot composiet, een materiaal dat dient als grondstof voor tafels, isolatie of zetelvulling, maar ik verwacht in de komende jaren veel heil van nieuwe technologie. Onze droom is kledij te kunnen recycleren tot nieuwe kledij, die even sterk is. Voorlopig kan dat alleen met stoffen die voor 100 procent uit eenzelfde materiaal bestaan. De technologie is bovendien nog erg duur, terwijl ze nog niet helemaal op punt staat." Sinds kort biedt Alsico naar eigen zeggen als eerste en enige ook CO2-neutrale werkkledij aan. "Uit een meting is gebleken dat we 5441 ton CO2 uitstoten per jaar", vertelt Wouter De Broeck. "We weten ook dat een boom in zijn leven tot 100 kilogram CO2 kan opnemen. Om onze CO2-uitstoot te compenseren, planten we daarom dit jaar nog 54.412 bomen in een herbebossingsproject in Madagaskar, waar we een productievestiging hebben. De voorbije zestig jaar is daar 44 procent van het oerbos verloren gegaan." Het doel is uiteraard elk jaar minder bomen te moeten planten. "Tegen 2030 willen we de CO2-uitstoot met 40 procent terugdringen, in lijn met het streefdoel van het EU Climate&Energy Framework. Daarvoor hebben we een programma opgezet met tien CO2-besparingsacties", legt De Broeck uit. "Zo hebben we onze productie in Rabat, die veel wegtransport vroeg, afgebouwd en overgeheveld naar een beter bereikbare site. In Ronse vervangen we onze twee oude, energieverslindende sites tegen eind dit jaar door een nieuw CO2-neutraal gebouw." De voorbije jaren zijn zowel de omzet als de winst van de Alsico-groep er gestaag op vooruitgegaan. "Als we in dit tempo blijven groeien, dan moeten we ieder jaar een nieuwe fabriek voor 500 medewerkers openen", klinkt het. Vorig jaar zijn nieuwe productievestigingen in Marokko en Mexico in gebruik genomen. De Marokkaanse fabriek is er vooral voor de Europese markt, vanuit Mexico wordt de Amerikaanse markt beleverd. Tegen eind dit jaar zouden daar 1000 mensen aan het werk moeten zijn, om de razendsnelle groei van Alsico in de Verenigde Staten op te vangen. Na de overname van de Amerikaanse marktleider in 2017, trekt de groep daar de kop in het segment van de cleanroompakken. "Vanuit die positie bouwen we er ook de verkoop van onze andere werkkledij verder uit."