Met 2021 heeft de technologische industrie er, net als de economie in het algemeen, er een jaar van herstel opzitten na de coronacrisis, zo lichtte Agoria dinsdag toe. De activiteit in de sector kende een groei van zowat 6 procent en haalde opnieuw het niveau van voor de pandemie. 'Dat is goed nieuws en we hadden dat ook niet verwacht', lichtte Patrick Slaets van de studiedienst van Agoria toe. 'Maar hadden we corona niet gehad, hadden we nu op een activiteitsniveau gezeten dat 2 à 3 procent hoger was.'

De stijging van de activiteit is te zien in alle subsectoren, behalve de auto-industrie. Die laatste werd dan ook zwaar getroffen door het tekort aan computerchips: zo moesten de fabrieken van autobouwers Volvo in Gent en Audi in Vorst meerdere keren de productie stilleggen. Bovendien is tijdens de coronapandemie de vraag naar auto's verminderd.

Voor 2022 rekent Agoria op basis van een enquête bij zijn leden op een activiteitsgroei van 4 procent, terwijl de investeringen (+2,3% in 2021 tot 4 miljard euro) met 4,5 procent zouden toenemen tot 4,2 miljard euro. De technologiebedrijven geven aan dat ze die groei vooral gaan zoeken in nieuwe markten of in de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten (38%) of schrijven de toename toe aan de conjunctuur (35%).

Om die groei te ondersteunen, verwacht de technologiesector - die 320.000 mensen tewerkstelt - dit jaar 7.000 nieuwe banen te creëren en ingevuld te krijgen. In 2021 raakten 8.000 extra jobs ingevuld, het dubbele van wat Agoria als doelstelling had gesteld.

Toeleveringsproblemen

Ondanks de goede vooruitzichten blijven er wel belangrijke belemmeringen, benadrukt Agoria. Het grootste probleem zijn momenteel de knelpunten in de toeleveringsketen: bedrijven geven de jongste maanden voor het eerst aan dat die momenteel een grotere rem zetten op de groei dan een vraagtekort. Volgens Slaets zouden de tekorten 'tot diep in 2022' duren. 'We denken dat het ergste wel voorbij is, maar we denken nog zeker niet dat we terug naar de normale toestand zijn. Voor halfgeleiders is de gemiddelde leveringstermijn intussen meer dan een jaar en voor andere producten zoals aluminium en koper is het ook nog zeker drie à vier maanden, wat veel te veel is om onverwachte bestellingen te kunnen plaatsen.'

Ook het tekort op de arbeidsmarkt blijft de technologiebedrijven parten spelen: met 21.000 openstaande vacatures zochten ze nooit eerder naar meer werkkrachten. Tot slot blijft Agoria slaan op de nagel van de concurrentiekracht en de loonkostenhandicap, die als gevolg van de hoge inflatie en de automatische indexering van de lonen in België dreigt toe te nemen.

Competitiviteit

Agoria-CEO Bart Steukers roept de federale regering daarom onder meer op om 'de competitiviteit te bewaken'. Het 'minimum' daarbij is het strikt respecteren van de loonnorm, waarbij wordt vastgelegd hoeveel de loonkosten maximaal mogen stijgen om concurrentieel te blijven met onze buurlanden. Ook zou ze de fiscale gunstregeling rond onderzoek en ontwikkeling moeten behouden en meer mensen met fiscale stimulansen aan het werk krijgen. De regionale regeringen moeten volgens Steukers dan weer inzetten op activerende maatregelen en scholing.

Met 2021 heeft de technologische industrie er, net als de economie in het algemeen, er een jaar van herstel opzitten na de coronacrisis, zo lichtte Agoria dinsdag toe. De activiteit in de sector kende een groei van zowat 6 procent en haalde opnieuw het niveau van voor de pandemie. 'Dat is goed nieuws en we hadden dat ook niet verwacht', lichtte Patrick Slaets van de studiedienst van Agoria toe. 'Maar hadden we corona niet gehad, hadden we nu op een activiteitsniveau gezeten dat 2 à 3 procent hoger was.' De stijging van de activiteit is te zien in alle subsectoren, behalve de auto-industrie. Die laatste werd dan ook zwaar getroffen door het tekort aan computerchips: zo moesten de fabrieken van autobouwers Volvo in Gent en Audi in Vorst meerdere keren de productie stilleggen. Bovendien is tijdens de coronapandemie de vraag naar auto's verminderd. Voor 2022 rekent Agoria op basis van een enquête bij zijn leden op een activiteitsgroei van 4 procent, terwijl de investeringen (+2,3% in 2021 tot 4 miljard euro) met 4,5 procent zouden toenemen tot 4,2 miljard euro. De technologiebedrijven geven aan dat ze die groei vooral gaan zoeken in nieuwe markten of in de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten (38%) of schrijven de toename toe aan de conjunctuur (35%). Om die groei te ondersteunen, verwacht de technologiesector - die 320.000 mensen tewerkstelt - dit jaar 7.000 nieuwe banen te creëren en ingevuld te krijgen. In 2021 raakten 8.000 extra jobs ingevuld, het dubbele van wat Agoria als doelstelling had gesteld.Ondanks de goede vooruitzichten blijven er wel belangrijke belemmeringen, benadrukt Agoria. Het grootste probleem zijn momenteel de knelpunten in de toeleveringsketen: bedrijven geven de jongste maanden voor het eerst aan dat die momenteel een grotere rem zetten op de groei dan een vraagtekort. Volgens Slaets zouden de tekorten 'tot diep in 2022' duren. 'We denken dat het ergste wel voorbij is, maar we denken nog zeker niet dat we terug naar de normale toestand zijn. Voor halfgeleiders is de gemiddelde leveringstermijn intussen meer dan een jaar en voor andere producten zoals aluminium en koper is het ook nog zeker drie à vier maanden, wat veel te veel is om onverwachte bestellingen te kunnen plaatsen.' Ook het tekort op de arbeidsmarkt blijft de technologiebedrijven parten spelen: met 21.000 openstaande vacatures zochten ze nooit eerder naar meer werkkrachten. Tot slot blijft Agoria slaan op de nagel van de concurrentiekracht en de loonkostenhandicap, die als gevolg van de hoge inflatie en de automatische indexering van de lonen in België dreigt toe te nemen. Agoria-CEO Bart Steukers roept de federale regering daarom onder meer op om 'de competitiviteit te bewaken'. Het 'minimum' daarbij is het strikt respecteren van de loonnorm, waarbij wordt vastgelegd hoeveel de loonkosten maximaal mogen stijgen om concurrentieel te blijven met onze buurlanden. Ook zou ze de fiscale gunstregeling rond onderzoek en ontwikkeling moeten behouden en meer mensen met fiscale stimulansen aan het werk krijgen. De regionale regeringen moeten volgens Steukers dan weer inzetten op activerende maatregelen en scholing.