De naam van Adrianus van Herk duikt geregeld op in de transparantiemeldingen van de Belgische biotechnologiebedrijven. Hij is een van de belangrijkste aandeelhouders van Ablynx (10%), Galapagos (7%) en Argenx (4%). De Nederlander leeft buiten de schijnwerpers en zoekt geen media-aandacht op. Er circuleren slechts enkele afbeeldingen van hem. "U zou hem niet herkennen als u hem zag", zei een vertrouweling een tijdje geleden aan Trends. "Hij is zeker toegankelijk, alleen niet voor de pers. Het kan voor zulke rijke mensen gevaarlijk zijn in de publiciteit te komen."
...

De naam van Adrianus van Herk duikt geregeld op in de transparantiemeldingen van de Belgische biotechnologiebedrijven. Hij is een van de belangrijkste aandeelhouders van Ablynx (10%), Galapagos (7%) en Argenx (4%). De Nederlander leeft buiten de schijnwerpers en zoekt geen media-aandacht op. Er circuleren slechts enkele afbeeldingen van hem. "U zou hem niet herkennen als u hem zag", zei een vertrouweling een tijdje geleden aan Trends. "Hij is zeker toegankelijk, alleen niet voor de pers. Het kan voor zulke rijke mensen gevaarlijk zijn in de publiciteit te komen." De entourage van Van Herk maakt ons al snel duidelijk dat een persoonlijk gesprek niet tot de mogelijkheden behoort. Ook een telefonisch gesprek kan niet. Maar de 65-jarige belegger en filantroop is wel bereid via e-mailverkeer vragen te beantwoorden over zijn passie voor biotechnologie. Van Herk richtte Van Herk Investments op om het vermogen van zijn familie te beheren. Hij zou volgens Quote tot de rijkste 25 Nederlanders behoren, met een geschat vermogen van 715 miljoen euro in 2015. Hoewel hij het familiefortuin vooral met beleggingen in vastgoed heeft opgebouwd, wil Van Herk liever niet over vastgoed spreken. Ook over zijn opvolging blijft hij op de vlakte. "Van Herk Investments is geen eenmansbedrijf, maar een familiale onderneming met veel goede en gekwalificeerde medewerkers. Hoewel er één eigenaar is, is het bedrijf niet van één iemand afhankelijk. Dat zou ook niet meer kunnen. De continuïteit is gewaarborgd." Van Herk:"Dat gebeurde een jaar of vijftien geleden. Er waren toen al de eerste nationale en internationale doorbraken en ik zag dat de infrastructuur in Nederland en België echt een verschil kon maken. We hebben goede universiteiten en universitaire ziekenhuizen op vrij korte afstand van elkaar, en goed opgeleide mensen met een goede werkethiek. In management spelen Nederlanders en Belgen ook mee in de wereldtop. Alles bij elkaar biedt dat een sterke uitgangspositie voor een sterke ontwikkeling van de sector in de Lage Landen." Van Herk: "Wij zijn actieve beleggers, die erg betrokken zijn bij onze investeringen. Dus wij geven gevraagd en ongevraagd advies. Zo nu en dan nemen wij ook een zitje in de raad van bestuur in. Een van de aandachtspunten daarbij is dat de samenstelling van het management en de raad van bestuur moet zijn aangepast aan de ontwikkelingsfase waarin het bedrijf zich bevindt. Biotechnologiebedrijven zijn bij uitstek ondernemingen die in elke fase van hun ontwikkeling andere vaardigheden en ervaring vergen van het bestuur en het toezicht." Van Herk: "Wij zijn dagelijks bezig met onze investeringen. Er kunnen verscheidene redenen zijn om onze positie te vergroten. Wij hebben altijd een langetermijnvisie. Wij hebben een groot vertrouwen in de technologie van Ablynx en denken dat er veelbelovende programma's en medicijnen uit de pijplijn kunnen komen. Op het moment dat wij vinden dat die visie niet wordt uitgedrukt in de beurskoers, kunnen we besluiten onze positie te vergroten." Van Herk:"Wij verkopen meestal pas bij een overnamebod door een grotere onderneming. Daar zijn wij niet per se tegen. Soms is het voor een programma of een bedrijf het juiste moment om een onderdeel van een groter geheel te worden. In een vroege fase is een snelle besluitvorming belangrijk en moet het bedrijf ondernemend zijn. In een latere fase worden andere zaken belangrijk, zoals marketing. De grotere bedrijven in de sector hebben daar al decennia ervaring mee. Het is voor biotechbedrijven niet zo vanzelfsprekend dat ze die knowhow zelf opbouwen." Van Herk: "Daarmee ben ik het niet eens of oneens. Als bedrijf moet je beseffen dat je een beursnotering ook moet onderhouden. Aandeelhouders hebben verwachtingen, en die moet je inlossen. Daarvoor is goede en frequente communicatie erg belangrijk. Een beursgang biedt toegang tot nieuw kapitaal buiten de kring van de vaste investeerders in de sector. Om nieuwe beleggers te interesseren is het nodig dat je het verhaal van de onderneming en het onderscheidende van een programma of een product voor een bredere doelgroep kunt uitleggen. Dat is een tijdrovend proces dat ook na de eerste notering onderhoud vergt." Van Herk: "Wij zijn zelf geen shorters. We lenen geen aandelen met als doel ze te verkopen en goedkoper terug te kopen op de markt. Maar wij verkopen uiteraard weleens aandelen die we in bezit hebben. Ik vind het eigenlijk een technische kwestie. Je hebt mensen die willen profiteren van koersstijgingen en je hebt mensen die willen profiteren van koersdalingen. We zien daarin niet veel verschil. Dat hoort erbij als beursgenoteerde onderneming." Van Herk: "Investeren in biotechnologie houdt meer risico's in dan beleggingen in andere sectoren. Naast de ingewikkelde processen waarmee het bedrijf bezig is, spelen ook veel andere factoren, zoals de grote afhankelijkheid van derde partijen. Denk maar aan de Food and Drug Administration (FDA) in de Verenigde Staten en het European Medicin Agency (EMA) in Europa die geneesmiddelen moeten goedkeuren, of de verzekeringsmaatschappijen die beslissen over terugbetalingen. "Bij biotechnologiebedrijven gaan de kosten meer dan bij andere bedrijven voor de baten uit. Daarom is de financiële situatie van de onderneming erg belangrijk. Beleggen in biotechnologie vergt een heel specifieke kennis. Als professionele belegger hebben wij die zelf in huis. Andere beleggers doen er misschien verstandig aan zich te laten adviseren door professionals die goed zijn ingebed in de sector. Er zijn in de biotechnologie meer risico's dan in andere sectoren, maar daar staat ook een relatief hoger opwaarts potentieel tegenover."