Het is 1913 in Bokrijk. In een hoeve kookt een boerin een maaltijd op een Leuvense stoof. In de woning ernaast vertelt een boer op klompen een angstaanjagend verhaal over de Bokkenrijders aan een klasje van een lagere school. In de dorpsschool geeft de meester sommen op, die de leerlingen voor één keer niet in hun schrift opschrijven, maar met griffel en lei. De pastoor stort een donderpreek uit over de bezoekers in zijn kerkje. Even lijkt het cliché te kloppen: Bokrijk is een plek waar de tijd stil is blijven staan.
...