Lees ook
...

Google is niet meer weg te denken uit ons leven. Met bijna uitsluitend gratis diensten maakt het miljarden dollars winst. De gelijknamige zoekmachine en zeven zusterdiensten bereiken telkens meer dan een miljard gebruikers en slaan daar geld uit met hetzelfde eenvoudige recept: data, gigantisch veel data. Eind 1996 ontwikkelden Larry Page en Sergey Brin een eerste versie van hun zoekmachine, toen nog met de naam Backrub. Beide jonge twintigers doctoreerden toen aan de universiteit van Stand, hartje Silicon Valley, over een betere manier om het internet in kaart te brengen. Een goede zoekrobot was toen een echte nood. AltaVista, Excite, Infoseek, Lycos en HotBot slaagden erin zelfs eenvoudige zoekopdrachten in de soep te laten draaien. De zoekmotor van Page en Brin overklaste vanaf dag één de concurrentie. In plaats van louter naar de inhoud van een webpagina te kijken, werden de zoekresultaten gerangschikt volgens het aantal pagina's dat er naartoe linkte.Daarmee vertaalden Page en Brin een concept dat al decennia ingeburgerd was in de academische wereld. Wetenschappers wier onderzoek vaak door collega's werd geciteerd, werden hoger ingeschat. Het probleem voor zoekmotoren was dat hun bezoekers per definitie onmiddellijk weer van hun website wegsurften, wat nefast was voor hun advertentie-inkomsten. Het verlieslatende Google speelde het slim door zijn concurrent Yahoo! vanaf juni 2000 de toelating te geven om zijn zoekrobot te gebruiken. Dat contract genereerde de inkomsten die nodig waren om zijn eigen homepage advertentievrij te houden, volop te investeren in de verbetering van zijn product, én om op zoek te gaan een manier om toch geld te verdienen.Gesponsorde zoekresultaten waren de oplossing. AdWords van Google verbeterde het bedrijfsmodel van zijn concurrent GoTo.com, die op de zoekmotor van Inktomi een enorm succes had met de veiling van zoekwoorden, en adverteerders enkel liet betalen als er werkelijk op hun advertentie werd geklikt. Vandaag leveren de gesponsorde zoekresultaten het gros van de 95 miljard dollar aan reclame-inkomsten van Google. Maar Google perst nog meer geld uit zijn zoekmachine. De zoekopdrachten van gebruikers - 3,7 miljoen per minuut - waren ook goed om ze te verbinden met advertenties op andere sites. Google runt via Doubleclick (een overname uit 2007) een van de grootste advertentienetwerken ter wereld en heeft daardoor niet alleen het hele internet in kaart, maar ook een groot deel van wie al die websites bezoekt. Google kocht in 2005 de start-up Android en bouwde het besturingssysteem voor smartphones verder uit. Fabrikanten konden het gratis gebruiken en Google zorgde bovendien voor apps voor zijn zoekmachine en andere belangrijke diensten. Voor Google was Android een noodzaak om te overleven. Google was niet vergeten hoe Microsoft verschillende keren had geprobeerd zijn opmars te stoppen met een eigen zoekmachine (het huidige Bing). En rond 2005 leek het alsof Microsoft ook de mobiele markt zou domineren.Dankzij Android en de Google-apps konden Samsung en andere fabrikanten concurreren met Blackberry, maar vooral met Apple, dat in 2007 de iPhone lanceerde. De ondersteuning van Android kost handenvol geld, maar Google kan dat terugverdienen omdat het op mobiele toestellen de dominante zoeksite is, op meer dan twee miljard toestellen. Bovendien kan het via Android enorm veel data over de gebruikers verzamelen. Wie een iPhone gebruikt zonder Google-diensten, levert de helft minder data aan Google dan een Android-gebruiker, meldt Douglas Schmidt van Vanderbilt University. Maar zelfs dan blijft de gegevenscommunicatie met Google "verbazend hoog". Dat komt door de data-inzameling via de Google-diensten voor adverteerders en uitgevers.Android is een open platform. Hardwarefabrikanten en ontwikkelaars van apps kunnen toepassingen zelfstandig aanbieden. Maar fabrikanten die de versie van Android gebruiken met Gmail en de andere apps van Google, moeten ook de Google Play Store aanbieden. Daardoor telt de appstore van Google meer dan een miljard gebruikers en dat heeft een keerzijde. Er zitten meer dan 3,3 miljoen apps op het platform, en Google moet kunnen verzekeren dat er geen onveilige of frauduleuze tussen zitten.Zoals voor al zijn diensten probeert Google dat te automatiseren met de hulp van artificiële intelligentie, om de kosten zo laag mogelijk te houden. De appstore van Google genereert wel inkomsten, want betalende apps moeten 30 procent van het aankoopbedrag afstaan. De populariteit van de appstore zou een van de redenen zijn waarom de 14 miljard dollar 'overige inkomsten' van Google snel blijven groeien.In dezelfde periode dat Google Android op de markt bracht, lanceerde het ook Chrome, nu het populairste programma om op het internet te surfen. Ook hier speelde de dominantie van Microsoft een rol. Diens browser Explorer gaf voorrang aan zijn eigen zoekmachine. Wie Google wilde, moest dat zelf instellen. Google betaalde honderden miljoenen dollars per jaar aan het onafhankelijke Firefox om daar de standaardzoekrobot te zijn.Nu een miljard gebruikers Chrome gebruiken om door het internet te struinen, heeft Google veel minder kosten om trafiek naar zijn zoekmachine te lokken. En ook via Chrome verzamelt Google een schat aan data. Veel gebruikers loggen in op hun Google-account in Chrome om extra functionaliteiten te gebruiken. Daardoor krijgt Google een beter zicht op hun surfgedrag. Toen Google in 2006 YouTube kocht voor 1,65 miljard dollar, circuleerde de grap dat Google geen videosite kocht, maar een gigantische rechtszaak. Op YouTube stonden toen naast amateuristische video's ook veel films of fragmenten ervan, muziekvideo's en andere auteursrechtelijk beschermd materiaal. Met een kapitaalkrachtige eigenaar als Google zouden de schadeclaims enkel toenemen.Google kon echter de media- en de entertainmentindustrie paaien door strenger toe te zien op illegale inhoud, en hen te laten delen in de advertentie-inkomsten. De omzet van YouTube wordt niet vrijgegeven, maar voor de VS worden de inkomsten geschat op zo'n 4 miljard dollar. YouTube kan het kijkgedrag per gebruiker analyseren, zodat het reclame op maat kan aanbieden. Google probeert de reclame op YouTube in de markt te zetten als de opvolger van de klassieke 30 secondenspot op tv, het geliefkoosde format voor adverteerders die hun merkbekendheid willen opbouwen of versterken. Maar de grote adverteerders gaan nog niet voluit op YouTube, onder meer door de aanhoudende problemen rond het wegfilteren van gewelddadige en extremistische filmpjes. Google heeft zich altijd als een buitenbeentje geprofileerd. Zijn officiële motto was jarenlang 'alle informatie ter wereld ordenen'. Toen Google in 2004 een Amerikaanse specialist in kaartensoftware overnam, leek dat weinig meer dan een prestigeproject. Die kritiek verstomde snel nadat Google de software als een gratis onlinedienst had gelanceerd. Google Maps paste zijn kaarten sneller aan dan de gps-fabrikanten, en de opkomst van de smartphone deed de rest. Chauffeurs verkozen massaal de Maps- of Waze-app (overgenomen in 2013) boven een apart gps-toestel in hun wagen. De dienst was gratis, maar Google kreeg er weer een schat aan informatie voor terug, in het bijzonder de locatiegegevens en de geliefkoosde winkels en restaurants van zijn gebruikers.Dankzij de krenterigheid van Microsoft kon Google zijn Gmail uitbouwen tot 's werelds populairste maildienst. Hotmail van Microsoft was marktleider na de eeuwwisseling, maar gaf zijn gebruikers slechts een twintigtal megabyte per mailbox. Daardoor moesten gebruikers voortdurend oude mails weggooien. Gmail werd in 2004 gelanceerd met een limiet van liefst één gigabyte en onderscheidde zich ook met een sterke spamfilter.Ondertussen heeft Google de limiet opgetrokken naar 15 gigabyte, wat voor de meeste van de 1,4 miljard gebruikers meer dan genoeg is. Maar zij moeten er wel vrede mee nemen dat Google het mailverkeer scant, zodat het gepersonaliseerde reclame kan aanbieden. Google zei vorig jaar dat het scannen van mails zou afgebouwd worden, maar dat is nog altijd niet gebeurd. De online opslagdienst is de jongste telg van Googles clubje van één miljard gebruikers. Google lanceerde de dienst in 2012, relatief laat. Zijn grote concurrent Dropbox bood toen al vijf jaar een virtuele harde schijf aan. Google knokte zich echter in de race door opnieuw veel meer gratis gigabytes te bieden dan de populaire concurrenten, en lage prijzen te vragen voor extra opslag. Google Drive is ook een cruciaal onderdeel van Googles betalende aanbod voor zakelijke gebruikers, naast de kantoortoepassing Google Docs.