De Deense windenergiereus Ørsted lijdt onder Donald Trumps wrok tegen windmolens.
Onstuimige winden blijven Ørsted teisteren. Op 22 augustus gaf de regering-Trump het bedrijf de opdracht het werk aan het Revolution Wind-project ter waarde van 4 miljard dollar voor de kust van New England stil te leggen. Dat project, deels in handen van het Amerikaanse investeringshuis BlackRock, is voor zo’n 80 procent voltooid en beschikt over alle vergunningen en goedkeuringen.
Nog geen twee weken eerder kondigde de Deense windgigant aan dat het 9 miljard dollar aan nieuw kapitaal wil ophalen om zijn financiële positie te versterken, na wat het omschreef als “ernstige negatieve ontwikkelingen” in de Verenigde Staten. Trump heeft al langer een afkeer van windmolens; ooit spande hij een rechtszaak aan tegen de Schotse overheid om de bouw van een windmolenpark in de buurt van zijn golfbaan te voorkomen – tevergeefs. In april gaf hij opdracht een ander offshoreproject, geleid door het Noorse Equinor, stil te leggen (die maatregel werd later opgeheven). In juli tekende hij de “One Big Beautiful Bill”, waarmee subsidies voor de sector grotendeels werden afgeschaft. Die politieke tegenwind drukt zwaar op de waarderingen van Amerikaanse projecten.
Financieel niet beroerd
Trumps terugkeer in het Witte Huis valt samen met enkele zware jaren voor Ørsted, dat ook gebukt ging onder oplopende rentevoeten en problemen in de toeleveringsketen. De beurswaarde van het bedrijf is sinds de piek in 2021 met zo’n 85 procent gedaald tot rond 80 miljard Deense kronen (12,5 miljard dollar). Deze maand verlaagde de kredietbeoordelaar S&P Global de rating van Ørsted tot BBB-, één stap boven de rommelstatus. Toch is er nog geen reden voor paniek bij beleggers.
Deze week reisde het management naar Frankfurt en Londen om steun te winnen voor de geplande kapitaalronde. Volgens Alexander Fløtre van het onderzoeksbureau Rystad Energy zal die operatie waarschijnlijk doorgaan zoals gepland. Ørsted kan daarbij rekenen op steun van grootbanken als JPMorgan Chase en de Deense overheid, die meerderheidsaandeelhouder blijft in het bedrijf en ook zal deelnemen aan de operatie. Na een buitengewone aandeelhoudersvergadering op 5 september verschijnt het prospectus.
Financieel staat Ørsted er nog niet beroerd voor. Het jaarlijkse rendement op het geïnvesteerde kapitaal bedroeg in de eerste helft van 2025 een gezonde 7,5 procent, oplopend tot 12,3 procent wanneer waardeverminderingen en annuleringskosten buiten beschouwing worden gelaten. Analisten verwachten dat het bedrijf dit jaar een operationele winst (voor afschrijvingen) van 28 miljard Deense kronen boekt, vergelijkbaar met 2024 en ruim voldoende om de nettoschuld van 66 miljard kronen te dragen.
Gunstiger wind
Ondanks de tegenslagen in Amerika beschikt Ørsted over een reeks veelbelovende projecten in Groot-Brittannië, Duitsland, Polen en Taiwan die dit decennium in gebruik moeten worden genomen. In juli sloot het een twintigjarig contract met de chipreus TSMC, dat alle stroom zal afnemen van een windpark van 920 megawatt voor de kust van Taiwan.
Voor toekomstige groei blijft Ørsted activa verkopen, een proces dat het zelf “farming down” noemt. In oktober deed het bedrijf een belang in vier Britse offshoreparken van de hand aan het Canadese Brookfield en momenteel worden de Europese activiteiten in wind op land en zonne-energie verkocht. Ørsted verwacht met dergelijke verkopen dit en volgend jaar samen 5,5 miljard dollar op te halen.
Hoewel offshorewind duurder blijft dan wind op land of zonne-energie, zijn de kosten het afgelopen decennium fors gedaald, waardoor deze vorm van energieproductie steeds competitiever wordt. Buiten de Amerikaanse wateren lijkt de wind gunstiger te staan.