Beleggen voor beginners: wanneer is het zinvol om in goud te beleggen?

Goud begeestert ons al eeuwen. De mens probeert al 6.000 jaar zo veel mogelijk van het edelmetaal in handen te krijgen. Maar dat is vaak uitgedraaid op een grote teleurstelling. De magie is wel gebleven.
Goud blijft scoren als cadeau in alle werelddelen. Maar de goudoogst na 6.000 jaar is opvallend mager. In zijn jaarlijkse brief aan de aandeelhouders van het beleggingsvehikel Berkshire Hathaway schreef Warren Buffett in 2011 dat al het opgedolven goud in de geschiedenis bestond uit een kubus met ribben van 22 meter. Buffett is absoluut geen goudkever, integendeel. Hij ziet het nut van een belegging in edelmetalen niet meteen. Je kunt er geen intrinsieke waarde op kleven, het is niet productief, enzovoort. Toch proberen we de omstandigheden te schetsen waarin het zinvol kan zijn in goud belegd te zijn.
Bescherming tegen inflatie
Als we aan de gemiddelde belegger vragen wanneer het aantrekkelijk is om in goud of edelmetalen te beleggen, dan is het populairste antwoord ongetwijfeld: als er sprake is van inflatie, een stijging van het algemene prijzenpeil. Dat beeld dateert uit de jaren zeventig en tachtig, maar het klopt eigenlijk niet helemaal. Er is geen volledig verband, en zeker geen automatisme. Het is ook niet omdat er geen inflatie is, dat goud per definitie slecht presteert. Tussen 2000 en 2011 is de goudprijs afgerond van 250 naar 1.900 dollar per troyounce gestegen. Er waren toen geen hoge inflatie of stevige inflatie-opstoten. Goud enkel en alleen maar linken aan de inflatie, levert dus niet de beste beleggingsresultaten op. In periodes van hyperinflatie is er wel een duidelijkere correlatie met een stijgende goudprijs.
In tijden van onrust en onzekerheid zijn mensen geneigd fysiek goud en zilver in te slaan.
In tijden van onzekerheid
De link met hyperinflatie heeft ook te maken met de vaststelling dat in tijden van onzekerheid door economisch of financieel onheil er wel een sterk verband is met een oplopende goudprijs. De voorbije tien tot vijftien jaar hebben we in Europa al meerdere crisissen meegemaakt met economisch en financieel onheil: de bankencrisis, de eurocrisis, de coronacrisis en de Oekraïne-crisis. Telkens hebben we kunnen vaststellen dat een belegging in goud dan wel een rendabele belegging was. In tijden van onrust en onzekerheid zijn mensen geneigd fysiek goud en zilver in te slaan. In maart 2020, aan het begin van de covid-19-pandemie, was het bijvoorbeeld bijzonder moeilijk om aan fysiek goud of zilver te geraken. Premies tot 10 procent boven op de prijs op de financiële markten waren eerder regel dan uitzondering. In zulke omstandigheden hamsteren particulieren vaak goud. Als het verkeerd loopt in de economie of in de financiële wereld, is goud daarom wel een goede belegging met fraaie rendementen.
Vandaar dat goud een mooie diversificatie kan zijn in een beleggingsportefeuille. Het vermindert het risico op scherpe, negatieve returns voor de portefeuille in crisisomstandigheden. Sommigen spreken van een soort verzekeringspremie voor woelige tijden.
Negatieve reële rente
De meeste investeerders zien het verband tussen goud en de inflatie, maar correcter is om de link te leggen met de hoogte van de reële rente. Dat is de nominale rente min de inflatie. Dan komen we terug op dat vervelende aspect dat een fysieke belegging in goud geen rente opbrengt. Als de prijs jarenlang dezelfde blijft of lager gaat, is er geen rendement op een belegging in goud. Als de reële rente hoog ligt, zal dat druk zetten op de prijs van goud. Als de reële rente daarentegen negatief is, dan is dat in het voordeel van een renteloze belegging. Het beleid van de centrale banken van de afgelopen jaren heeft tot doel de rente zo laag mogelijk te houden en nog meer de reële rente negatief te maken en te houden. Dat pleit in het voordeel van een belegging in goud.
Schuldenpandemie
De hoofdreden van centrale banken om de reële rente zo laag mogelijk te houden, heeft te maken met de vaststelling dat de wereld nooit eerder sinds de Tweede Wereldoorlog met zoveel schulden is geconfronteerd. Dat geldt zowel in absolute als in relatieve termen. De schulden (overheid, particulieren, bedrijven) liggen op ruim 300 procent van het bruto binnenlands product van de wereld – wat we met zijn allen produceren en aan diensten verlenen in een jaar tijd. Op een gegeven moment zullen de financiële markten zich serieuze vragen stellen over de betaalbaarheid daarvan. In landen waar schulden een probleem zijn, zien we telkens weer dat inwoners een deel van hun vermogen in goud beleggen.
Trends op Instagram
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier