ABN AMRO en ING Groep worden vaak in één adem genoemd. Samen met het niet-beursgenoteerde Rabobank hebben de grootbanken ongeveer driekwart van de Nederlandse retailmarkt in handen.
Activiteiten
De private bank van ABN AMRO staat in Europa duidelijk op de kaart, maar met de retailactiviteiten richt het bedrijf zich op Nederland. Die focus wordt met de half november aangekondigde overname van NIBC verder aangescherpt. Hoewel de bank ook activiteiten heeft in verschillende buurlanden, is de transactie vooral ingestoken op de Nederlandse hypotheekportefeuille van bijna 14 miljard euro. Daardoor dicht ABN AMRO in één klap het gat met de marktleider Rabobank.
ING blijft in dat opzicht ongeveer 30 procent achter, maar het werkterrein is een stuk groter dan de thuismarkt. De bank heeft meer dan 40 miljoen klanten in negen landen. Naast omliggende landen zoals Duitsland (9,4 miljoen klanten met in totaal 157,2 miljard euro op betaal- en spaarrekeningen) en België (2,5 miljoen klanten en 96,4 miljard euro vermogen), zijn dat onder meer Spanje (4,6 miljoen klanten en 53,8 miljard euro vermogen), Polen (4,5 miljoen klanten en 49,9 miljard euro vermogen) en Australië (2,8 miljoen klanten en 32,7 miljard vermogen). Ook is ING actief in groeimarkten zoals Roemenië en Turkije. De strategie die inzet op digitalisering en een groei van het aantal mobiele klanten, maakt het makkelijker om ook met een wat kleinere marktpositie winstgevend te zijn. De keerzijde is dat de internationale en digitale strategie van ING iets complexer en risicovoller is dan die van ABN AMRO.
Opwaarts potentieel
Na de herwaardering van 2025 zit er geen rek meer in de waardering van ABN AMRO. Voor het toekomstige rendement zijn beleggers dus afhankelijk van winstgroei en dividendbetalingen. ABN AMRO mikt op totale baten van minstens 10 miljard euro in 2028. Dat vertaalt zich in een gemiddelde stijging van 4 procent per jaar. De grootste ruimte voor een verbetering van het resultaat ligt echter aan de kostenkant. In het huidige driejarenplan is de doelstelling voor de kosten-inkomstenratio (operationele kosten als percentage van operationele inkomsten) aangescherpt van 60 naar 55 procent. Dat is behoorlijk ambitieus, aangezien dat percentage in de eerste negen maanden van vorig jaar nog op 62,5 procent lag. ABN AMRO zet in op digitalisering en het stroomlijnen van de organisatie. Daardoor kan het personeelsbestand de komende jaren met 5.200 personeelsleden dalen. Het rendement op het geïnvesteerd vermogen (ROE) moet in 2028 op minstens 12 procent uitkomen.
ING is net iets ambitieuzer en heeft op het vlak van waardering een streepje voor.
Behalve via een operationele resultaatverbetering vertrouwt ABN AMRO daarbij ook op een lagere kapitaalbuffer. De bank mikt op een kapitaalratio (CET1) van 13,75 procent. Dat was eind september nog 14,8 procent, maar de overname van NIBC heeft een negatieve impact van 0,7 procentpunt (0,7%) op de buffer. ABN AMRO neemt zich voor de volledige kapitaalgeneratie de komende jaren naar de aandeelhouders te laten stromen. Dat gebeurt deels al via het beleid om de helft van de genormaliseerde winst als dividend uit te keren. Bij een verwachte winst per aandeel van 2,70 euro in het lopende jaar, komt de uitkering op 1,35 euro (4,6% rendement). Daarnaast ligt er op papier ruimte om met een aandeleninkoop het aantal uitstaande stukken jaarlijks met 5 procent te verkleinen.
Conclusie
ING heeft de afgelopen achttien maanden voor ruim 3 miljard euro eigen aandelen ingekocht. Op dat vlak ligt er de komende jaren waarschijnlijk ook net iets meer ruimte dan bij de branchegenoot. Als onderdeel van de Growing the difference-strategie mikt de bank op een inkomstengroei van 4 tot 5 procent in de periode tot 2027. De kosten-inkomstenratio moet dan uitkomen op 52 tot 54 procent (53,6% in 2025). En net als ABN AMRO ziet ING ruimte om het rendement op het geïnvesteerd vermogen van 12,5 procent in 2025 op te schroeven. Via resultaatgroei en het afslanken van kapitaalbuffer CET1 van 13 tot 12,5 procent in 2027, kan de ROE in 2027 uitkomen op 14 procent.
Daarmee is de bank net iets ambitieuzer. Bovendien heeft ING op het vlak van waardering en dividendrendement een klein streepje voor. De bank wint daarmee dit aandelenduel. De verschillen zijn te klein om tot een afwijkend beleggingsoordeel te komen: beide aandelen verdienen op basis van de goede operationele prestaties en het degelijke dividendrendement een houden-advies.