Vooreerst wensen u uiteraard een opperbest 2026 toe. Meer dan ooit betekent dat op de eerste plaats een goede gezondheid. Daarnaast heel veel geluk in de zaken die u persoonlijk erg bezighouden en die u dan ook belangrijk vindt. En uiteraard hoort daar ook de wens voor een mooi rendement op de beleggingsportefeuille bij.
Ook wij vieren mee met 50 jaar Trends en dus beginnen we dit voorwoord met een quizvraag. Wat was de stand van de Standard & Poor’s 500-index een halve eeuw geleden? We hebben die vraag ook op de redactie laten rondgaan en iedereen schatte (veel) te hoog. Het antwoord is ‘amper’ 88 punten, terwijl de index nu in de buurt van 6.800-6.900 punten staat.
Dezelfde vraag stelden we voor de DAX-index, aangezien de Eurostoxx 50- en de Stoxx 600-index in 1975 nog niet boven de doopvont waren gehouden. De stand was toen 540 punten, terwijl we vandaag vlot 24.200 punten halen. Uiteraard hebben we vooral in de jaren zeventig en tachtig (de beginperiode) erg hoge inflatiecijfers gehad, en de jongste jaren ook even, maar het geeft toch wel aan dat met aandelen de voorbije vijftig jaar flink wat geld te verdienen viel. Dit ondanks ontelbare crisissen, zoals de dubbele oliecrisis in de jaren zeventig en tachtig, de Golfcrisis begin jaren negentig, het uiteenspatten van de internetzeepbel, de bankencrisis, de eurocrisis en de Oekraïnecrisis. En dan vergeten we wellicht nog enkele crisismomenten.
De S&P 500-index is in die vijftig jaar in absolute termen dus met net geen 30.000 procent (29.850%) gestegen. Voor de Amerikaanse belegger die al die tijd in de markt is gebleven, betekent dat een gemiddeld jaarlijks rendement van liefst 12,1 procent (indexevolutie + dividenden). De voorbije halve eeuw bracht dus meer dan het historisch gemiddelde van 8 à 9 procent voor beleggen in aandelen. Dat heeft te maken met het feit dat we in de jaren zeventig dicht bij een dieptepunt zaten en dat daarna enkel tussen 2000 en 2009 een bangelijke periode was voor Wall Street, na het uiteenspatten van de zeepbel.
Voor de Europese langetermijnbelegger is het beeld een stuk minder florissant. De totale return op basis van de DAX-index bedraagt ‘slechts’ 4.370 procent, of 7,9 procent gemiddelde jaarlijkse opbrengst. De Europese belegger zit dus wel eerder op het langetermijngemiddelde van 8 à 9 procent. Vooral na de bankencrisis zijn de Europese aandelenmarkten behoorlijk stevig beginnen achterlopen op Wall Street. Europa telt geen of in elk geval veel minder techgiganten door een gebrek aan financiering van innovatie, waardoor ook de Europese indexen een veel klassieker (industrieel) beeld zijn blijven vertonen dan de Amerikaanse. Voorts was er een substantieel lagere groei van de bedrijfswinsten en economische groei tout court.
Belegd blijven is de essentie
Maar zelfs als we het puur uit Europees perspectief bekijken, was sowieso de moeite om de voorbije halve eeuw in aandelen te beleggen. En we durven te voorspellen dat hetzelfde geldt voor de komende halve eeuw. Het duizelingwekkende cijfer op vijftig jaar, meer voor Wall Street dan voor de Duitse beurs, toont nog maar eens aan dat beleggen in aandelen een marathon lopen is.
Beleggen in aandelen heeft niks te maken met snel rijk worden, maar alles met traag heel rijk te worden. Precies omwille van het cumulatieve effect van winst op winst op winst. We blijven beleggen in aandelen of aandelentrackers dan ook nog steeds met evenveel verve verdedigen. Want het zal op de lange termijn lonen, dankzij een rendement dat echt voor een extra pensioen zorgt.