05/05/11 om 10:32 - Bijgewerkt om 10:32

Travaillistisch conservatisme

Of je nu Rudy De Leeuw, Caroline Copers, Caroline Gennez of Elio di Rupo hoorde op 1 mei, de boodschap klonk onveranderlijk hetzelfde. Veel nadruk lag dit jaar op drie eisen: behoud van de automatische loonindexering, handen af van de sociale zekerheid zoals we die vandaag kennen en voortzetting van het regime van brugpensioen.

Het discours verrast niet echt, maar stemt toch meer dan ooit tot nadenken. Want de krachten die zich voortdurend profileren als de voortrekkers van het progressieve denken en doen, blijken in de realiteit bastions van conservatisme. Krampachtig vasthouden aan een weggestroomd verleden belet creatief nadenken over een zinvolle toekomst.

Dat de wereld de jongste decennia totaal veranderd is, blijkt de travaillistische beweging in België zo goed als ontgaan te zijn. Of beter gezegd: ze heeft het allicht wel opgemerkt, maar weigert de consequenties onder ogen te zien. De economische productie verloopt volgens compleet andere patronen dan, pakweg, een halve eeuw geleden. De sociale herverdeling die er moet en kan zijn, dient te passen in die economische realiteit wil men ze structureel in stand kunnen houden. Ons sociaal model is nog geënt op de realiteit van de jaren vijftig en zestig. Wat toen kon, begint vandaag contraproductief te werken, in de allereerste plaats voor de minst gegoede en minst getalenteerde mensen in onze samenleving. Progressief denken vereist dat men zich aan die gewijzigde realiteit aanpast. Verkrampt vasthouden aan de verworvenheden van het verleden staat daar haaks op.

Onze kleine, zeer open economie in het hartje van Europa kan niet anders dan rekening houden met drie bepalende fenomenen: technologische vooruitgang, globalisering en de euro. Om met dit laatste te beginnen: de invoering van de euro, al meer dan tien jaar geleden, veranderde grondig het beleidskader. Zodra een land het lidmaatschap van een monetaire unie aanvaardt, doet het afstand van twee belangrijke hefbomen van economisch beleid: het beheer van de rentevoeten en van de wisselkoers. Het gevolg is dat het hele sociaaleconomische kader veel flexibeler georganiseerd moet worden. Weigering om dat te doen, leidt tot Griekse en aanverwante toestanden. In een sociaaleconomisch model dat in een monetaire unie goed wil functioneren, kan onmogelijk iets als een automatische loonindexering overeind blijven. Tenzij de bevolking geen probleem heeft met, bijvoorbeeld, systematisch hoge werkloosheid.

De almaar snellere technologische evolutie legt soortgelijke vereisten op aan ons sociaaleconomische systeem. Idem dito voor de globalisering. En dan kun je wel een discours houden dat al die economische krachten maar moeten wijken of door de politiek bijgestuurd of zelfs tegengehouden moeten worden, met het oog op een maximale sociale herverdeling. Helaas komt zo'n argumentatie neer op wishful thinking, meer nog, ze verscherpt de armoede en andere sociale onrechtvaardigheden, want technologie en globalisering vergroten de economische koek. Enkel in een expansieve economie die systematisch een voldoende groeiritme haalt, kan de welvaartsstaat, in welke variant ook, overeind blijven.

Door de vergrijzing van onze bevolking zal economische groei vooral moeten komen van productiviteitsstijgingen. Technologische vooruitgang kan daar in aanzienlijke mate toe bijdragen, net als een aantrekkelijk investeringsklimaat. Deze elementen kunnen gedijen in een samenleving die met open vizier de veranderingen die zich wereldwijd voltrekken, tegemoet treedt. Dat vergt creativiteit en moed, vooral om de structuren zodanig aan te passen dat ze de economische groei zo min mogelijk voor de voeten lopen, terwijl de maatschappelijk wenselijke herverdeling kan blijven gebeuren.

Voor de travaillistische vleugel van het maatschappelijk spectrum vereist dit vooral de bereidheid om een totaal achterhaald discours grondig bij te spijkeren. De armen en minderbedeelden in onze maatschappij zullen er wel bij varen.

Onze partners