Jean-François Gribomont (Utexbel/ Fedustria): 'Als je tewerkstelling creëert en geld verdient, ben je een bandiet'

09/05/14 om 18:14 - Bijgewerkt om 18:14

Bron: Trends

CEO Jean-François Gribomont vecht als een leeuw om Utexbel boven water te houden. Als voorzitter van Fedustria trekt hij mee de zware kar van de hele textiel-, hout- en meubelsector. "Het is enorm vermoeiend."

Jean-François Gribomont (Utexbel/ Fedustria): 'Als je tewerkstelling creëert en geld verdient, ben je een bandiet'

© Debby Termonia

Gribomont kreeg Utexbel eind jaren tachtig in handen via een managementbuy-out. Intussen loopt hij al bijna vier decennia het vuur uit de sloffen om Utexbel boven water te houden. Sinds vorig jaar is de 63-jarige CEO ook voorzitter van Fedustria, de federatie van textiel-, hout- en meubelproducenten, en staat hij op de barricaden voor andere gekwelde sectoren. "Ze hebben me gevraagd", verklaart Gribomont. "Ze zeiden: 'jij bent nog de enige die vecht voor ons'."

Hoe gaat het in uw sector?

Jean-François Gribomont : "De laatste crisis heeft textiel zeer zwaar getroffen. Het mag dan gaan om een waaier van bedrijven die weinig met elkaar te maken hebben - van tapijt en weefsels voor kleding tot meubelstoffen en matrasstiksels - we kampen wel vaak met dezelfde problemen. En we gaan mondjesmaat achteruit. Niet alleen is de consumptie flauw in Europa, zodat de omzet nog altijd niet op het niveau van 2009 uitkomt. Er is ook een structureel probleem. Onze industrie is in Europa en België amper welkom. We hebben de indruk dat we de vergeten zijn door Europa en onze politici. We proberen dat te veranderen, maar het lukt nauwelijks. Spijtig genoeg zal het waarschijnlijk pas het geval zijn wanneer onze sector dood is. Maar we blijven vechten. Ik wil niet sterven zonder te roepen."

Komt er echt geen hulp?

Jean-François Gribomont: "Ik ontmoet veel politici. Ze hebben begrip voor onze problemen, maar doen er zeer weinig aan. Soms heb je het gevoel dat ze het probleem echt niet begrijpen, en dat ze zeer ver van de werkelijkheid staan. De industriële politiek van Vlaanderen is nul komma nul. Vlaanderen is ook zeer lang pretentieus geweest, zo van 'wij zijn dé regio'. Maar Vlaanderen is zo klein."

"De kracht van de inertie van de ambtenarij in België is de jongste jaren gegroeid. Kabinetten hebben steeds minder te zeggen, de ambtenarij steeds meer. Er zijn in Vlaanderen wel impulsen gegeven, maar dan door ambtenaren die er niets van kennen. Zij maken plannen die ver verwijderd zijn van de werkelijkheid. Ze hebben ons de jongste jaren om advies gevraagd. Wij hebben na lang studeren en brainstormen zeer concrete maatregelen voorgesteld, en een rapport voor de administratie. En dan volgt die totaal andere denksporen, die ongelofelijk moeilijk zijn. Waarom vragen ze ons advies, als er toch niets mee wordt gedaan? Ik ben daarvoor zeer kwaad geweest op minister-president Kris Peeters."

De problemen nemen alleen maar toe?

Jean-François Gribomont: "Produceren in Europa en in België is crimineel. Produceer je in Bangladesh, Cambodja of Vietnam, dan mag je doen wat je wilt, iedereen applaudisseert, ook al biedt je geen sociale toegevoegde waarde. Maar als je in België tewerkstelling creëert en veel geld verdient, ben je een bandiet, een dief. Maak je verlies of vind je geen geld, ben je onbeduidend. En ga je failliet, ben je een dommerik. Er is geen waardering voor de industrie. Terwijl een land zonder industrie geen land meer is.

"Maar als je alleen zo redeneert, hoef je 's morgens niet meer op te staan. Ik zie zonnestraaltjes, in de moed van de mensen en in het feit dat dat je soms eens een veldslag niet verliest of wint. Soms is er toch wat vooruitgang, bijvoorbeeld bij de publieke aanbestedingen. De EU-lidstaten worden eindelijk aangemoedigd om publieke aanbestedingen niet alleen op basis van prijs toe te wijzen. Dat is een totale ommekeer in de Europese gedachtegang."

U leest het volledige interview met Jean-François Gribomont deze week in Trends

Onze partners