18/04/13 om 09:59 - Bijgewerkt om 09:59

Horecasubsidie: goed idee, fout plan

Zwartwerk tegengaan en tewerkstelling van minder geschoolden stimuleren zijn erg zinvolle ideëen. Pas ze dus toe in de hele economie en niet in één sector.

Iedereen zou in de horecasector 500 euro per maand belastingvrij moeten kunnen verdienen en de werkgever zou daarop, als enige fiscale punctie, een bevrijdende sociale zekerheidsbijdrage van 125 euro moeten betalen. Zo luidt het in een wetsvoorstel dat Open VLD-senatoren Rik Daems en Nele Lijnen hebben neergelegd en verder toelichten in Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg.

Met dit initiatief leggen de twee Open VLD-senatoren de vinger op een pijnlijke en aanslepende wonde binnen ons sociaal-economisch systeem. Bondig samengevat gaat het er om dat werknemers netto te weinig verdienen en tegelijk aan hun (potentiële) werkgever te veel kosten. Het resultaat van deze double whammy is zwartwerk en werkloosheid. Naarmate het om weinig geschoolde mensen gaat stelt dit probleem zich acuter. Men kan er zich dan ook wel iets bij inbeelden dat een voorstel om aan dit euvel te verhelpen net de horecasector centraal stelt.

Brengen Daems en Lijnen dus zeer terecht het double whammy-probleem voor het voetlicht, het zou evenwel fout zijn om er enkel in de horecasector iets aan te doen. Het voorliggende probleem is doorheen de ganse economie aan de orde en dient dan ook overeenkomstig deze vaststelling te worden aangepakt. Ons arbeidsmarktbeleid en onze fiscaliteit krioelen al van de speciale en op maat gesneden maatregelen. Over de effectiviteit van deze aanpak bestaan de grootste twijfels, onder meer omwille van de zogenaamde substitutie-effecten (stimuleer, bijvoorbeeld, de tewerkstelling van - 25-jarigen en er ontstaat bij, pakweg, de 25-30-jarigen een probleem) en omwille van het door het bos de bomen niet meer zien.

De horecasector zou een maatregel als voorgesteld door Daems en Lijnen zeker kunnen gebruiken. Het zou zeker ook de tewerkstelling in deze sector aanzwengelen en tevens het zwartwerk verder afdammen. Maar al die argumenten gelden in min of meerdere mate ook voor andere sectoren. Denk daarbij meer specifiek bijvoorbeeld aan de bouw of zelfs de industrie in het algemeen. Het argument dat onze overheid geen middelen kan vrijmaken om een grootschalige operatie à la Daems-Lijnen doorheen heel de economie te organiseren, moet op twee wijzen gepareerd worden.

Ten eerste, als men minder zwartwerk en meer tewerkstelling van weinig geschoolden een prioriteit vindt, dan moeten er maar middelen vrijgemaakt worden. Als een gezin het huis wil herbouwen, geeft dat op de één of andere manier ook aanleiding tot budgetherschikkingen. Idem dito voor ondernemingen. Dus waarom niet voor de overheid? Middelen vrijmaken voor prioritaire doelstellingen zou ook in het politieke bedrijf een evidentie moeten zijn. Een extra consideratie hier is dat er uit operaties zoals voorgesteld door Daems en Lijnen op termijn ook belangrijke terugverdieneffecten te verwachten vallen (minder werklozen, meer belastingontvangsten).

Ten tweede, en zoals reeds aangegeven, de operatie als gevolg van gebrek aan middelen dan maar limiteren tot een bepaalde groep of sector is niet gezond, niet in het minst omdat dan meestal, zo leert het verleden, diegenen die het hardste schreeuwen of over de beste lobby-troeven beschikken het laken, en de middelen, naar zich toehalen. Zo bouw je niet aan een structureel gezonde, competitieve economie.


Onze partners