Dienstenchequewerknemer is minder duur dan het lijkt

13/02/15 om 10:27 - Bijgewerkt om 12:24

Elke baan die dankzij dienstencheques gecreëerd wordt, kost de overheid bijna 50.000 euro, leert een studie van het Centrum van Sociaal Beleid (CSB). Een betwistbaar cijfer, zegt de hr-federatie Federgon. Het gaat over de brutokostprijs. Dankzij allerlei terugverdieneffecten ligt de echte kostprijs ettelijke keren lager.

Dienstenchequewerknemer is minder duur dan het lijkt

© Belga

Ive Marx en Dieter Vandelannoote, onderzoekers bij het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid (CSB), hebben zware kritiek op het stelsel van dienstencheques. Het systeem waarmee mensen iemand kunnen inhuren om huishoudelijke taken uit te oefenen is duur en haalt steeds minder mensen uit de werkloosheid, stellen ze in De Standaard.

Het stelsel is in zijn tienjarig bestaan in elk geval steeds populairder geworden. In 2004 waren er 3000 dienstenchequebanen. In 2014 waren er dat 150.000. De kostprijs van een dienstencheque voor de gebruiker bedraagt 9 euro per uur. Na fiscale aftrek is dat 6,3 euro per uur. De erkende bedrijven met dienstenchequewerknemers krijgen voor elk uur een toeslag van 15,74 euro. 71 procent van de kosten wordt dus gesubsidieerd door de overheid. Bedoeling van de cheques is poetshulpen en dergelijke uit het zwarte circuit te halen. Maar dat kost dus nogal wat. Onderzoek van Idea Consult raamt de brutokosten van het stelsel op 1,8 miljard euro (dat is 0,5 procent van het bbp).

Ive Marx en Dieter Vandelannoote berekenden dat de jobcreatie via de cheques zwaar wordt overschat. Het gaat meestal om deeltijdse banen. Eigenlijk worden slechts 75.000 voltijdse banen gecreëerd, en bovendien is slechts de helft daarvan een echt 'nieuwe baan', volgens de onderzoekers. Op basis daarvan komen de CSB-vorsers tot de conclusie dat een dienstenchequebaan de overheid bijna 50.000 euro kost.

Tien keer goedkoper

Maar dat is de brutokostprijs. De directe en indirecte terugverdieneffecten nemen de onderzoekers niet in rekening. Dan gaat het over de werkloosheidsuitkeringen die niet meer moeten worden betaald, bijdragen en belastingen die worden geheven op het loon van de werknemers, jobcreatie bij het omkaderingspersoneel,... Er is nog een andere onderschatte bonus: dienstenchequewerknemers oefenen ook vaak huishoudelijke taken uit bij oudere mensen. Indien die niet meer op zo'n werknemer een beroep kunnen doen, is het rusthuis vaak het enige alternatief. Ook dat jaagt de samenleving op extra kosten.

In het jongste jaarverslag van de Nationale Bank worden de terugverdieneffecten van dienstencheques op 45 procent geschat. Op basis van de cijfers van Marx en Vandennoote kost zo'n baan dan geen 50.000 euro aan de overheid, maar 22.500 euro.

Volgens Federgon, de federatie van humanresourcesbedrijven waar ook de dienstenchequebedrijven onder vallen, is de kostprijs zelfs nog lager. Federgon verwijst naar de studie van Idea Consult. Die toont aan dat de brutokostprijs van een dienstenchequewerknemer 12.299 euro per jaar bedraagt. Wordt er rekening gehouden met de directe- en indirecte terugverdieneffecten, dan bedraagt de financiering van één dienstenchequewerknemer minimum 3.311 euro per jaar. Ter vergelijking: een uitkeringsgerechtigde werkloze kost de overheid jaarlijks 33.443 euro. Tien keer meer dus.

Drie doelstellingen

Een andere kritiek van de CSB-onderzoekers is dat de banencreatie door het stelsel ondermaats blijft. In 2007 kwam 46 procent van de dienstenchequewerknemers uit de werkloosheid. In 2011 was dat gedaald tot 37 procent. Maar is dat omdat het stelsel fout zit? De oorzaak van de zwakke doorstroming ligt eerder bij het gebrekkige activeringsbeleid.

Marx en Vandelannoote geven ook een sneer naar de gebruikers van dienstencheques. Met het stelsel zou de overheid "de vrije tijd van hoogopgeleide en bemiddelde tweeverdieners subsidiëren." Dat is niet zo. Het doel van het stelsel in dat verband is de balans privé-werk van tweeverdieners te ondersteunen. En ook de andere twee doelstellingen worden beter vermeld: de strijd tegen zwartwerk en jobcreatie voor kansengroepen. Dat dit via gesubsidieerde jobs moet gebeuren, kan bijna niet anders. De productiviteit van die werknemers is dermate beperkt dat een zuiver marktconform loon veel te laag zou zijn. De overheid moet dus bijpassen om die mensen naar de arbeidsmarkt te lokken.

Lees meer over:

Onze partners