04/03/13 om 09:09 - Bijgewerkt om 09:09

Didier Reynders en Bruno Tobback zijn het eens

De Waalse liberale voorman en de SP.A-voorzitter reppen beiden met geen woord over mogelijke besparingen.

Didier Reynders en Bruno Tobback zijn het eens

© Belga

De voorhoedegevechten rond de nu snel dichterbij komende begrotingscontrole zijn in volle gang. De regering moet 2 à 3 miljard euro bij elkaar zoeken om op het traject van een deficit gelijk aan 2,15% van het BBP te blijven. Tijdens het weekend vielen in deze context enige merkwaardige uitspraken te noteren, met name van vice premier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders en van sp.a-voorzitter Bruno Tobback.

Didier Reynders stelde dat er geen belastingverhogingen meer mogelijk zijn omdat al hetgeen terzake voorzien is in het regeerakkoord reeds uitgeput werd. De conclusie van de MR-voorman luidde dat de lagere overheden dan maar meer moeten bijdragen om de begrotingsdoelstellingen te halen. Vlaams minister president Kris Peeters gaf Reynders onmiddellijk en krachtig lik op stuk.

Bruno Tobback van zijn kant reageerde tijdens het Ondernemersparlement georganiseerd door Unizo positief op de bede van die ondernemers om de loonkosten nu eens eindelijk echt naar beneden te brengen, Maar, zo voegde de sp.a-voorzitter daar in één adem aan toe, dan zullen er toch wel andere vormen van belastingen, zoals bijvoorbeeld de vermogensbelasting, omhoog moeten. We moeten toch, aldus nog steeds Tobback, de pensioenen kunnen blijven betalen en het onderwijs blijven financieren.

Wat opvalt in het discours van zowel Didier Reynders als dat van Bruno Tobback is dat er zelfs niet eens even mijmerend wordt stil gestaan bij de mogelijkheid van besparingen. Van Bruno Tobback valt die vergetelheid makkelijker te begrijpen dan van Didier Reynders. Beide excellenties gaan er klaarblijkelijk van uit dat besparingen niet meer kunnen of sowieso niet meer aan de orde zijn. Toch blijkt uit diverse onderzoekingen, zoals onder meer van de Leuvens hoogleraar Wim Moesen en van de Europese Centrale Bank (ECB), dat onze overheid bij de minst efficiënte hoort uit het geheel van de rijke landen. Ook in de sociale zekerheid valt nog heel wat te rapen zonder dat het welzijn van de minste begoeden in de samenleving daar dient onder te lijden.

De ware achtergrond van het enigszins verrassende parallellisme in het discours van Reynders en Tobback is dat er voor besparingen veel meer politieke moed nodig is dan voor het opvoeren van de belastingdruk. Bij dat laatste kan men altijd wel een verhaaltje van solidariteit verzinnen. De geloofwaardigheid van de liberalen, inclusief Didier Reynders, dat zij geen verdere verhoging van de belastingdruk willen, is ondertussen tot behoorlijk onder het vriespunt gedaald. De belastingdruk steeg in België tussen 2010 en 2012 van 48,6% van het BBP tot 51% van het BBP. Deze stijging vertegenwoordigt bijna 10 miljard euro.

Blijkbaar liggen er hoe langer hoe minder politici wakker van het feit dat het alsmaar verder opgedreven overheidsbeslag een belangrijke oorzaak vormt van de penibele gang van zaken in onze economie en van de stijgende werkloosheid.

Onze partners