01/06/11 om 10:04 - Bijgewerkt om 10:04

De wurggreep van de banken

Jean-Luc Dehaene deed zijn uiterste best maar kon niet echt overtuigen. De voorzitter van de raad van bestuur van Dexia putte zich uit om ons er van te overtuigen dat Dexia er nu echt de grove borstel heeft doorgehaald en dat de toekomst er weer rooskleurig uitziet.

Even ging de beurs mee in het verhaal, maar al gauw vielen de oogkleppen af. De Dexia-treurnis is niet ten einde, verre van zelfs. En Jean-Luc Dehaene weet dat.

Dexia heeft nog zeker drie problemen op zijn bord liggen. Ten eerste, de interne sanering komt niet echt vooruit. Met name bij de werknemersorganisaties is de sense of urgency voor de sanering van de instelling ver te zoeken. Ten tweede, het blijft afwachten hoeveel de aangekondigde verkoop van obligaties zal opbrengen. Dat kan uitkomen op het verwachte verlies van 3,6 miljard euro, maar het kan ook veel meer worden. Ten derde, men blijft er van uitgaan dat op papier van eurolanden (inclusief Griekenland) geen minwaarde zal verschijnen. Dat is meer dan utopisch.

Tussen neus en lippen gaf Jean-Luc Dehaene ook mee dat Dexia met vlag en wimpel zal slagen voor de nieuwe stresstests. De resultaten mogen eerstdaags verwacht worden. Vorig jaar voerden de Europese autoriteiten ook al zulke stresstests uit. Van de negentig onderzochte banken waren er slechts zeven met onvoldoende kapitaal: één Duitse, één Griekse en vijf Spaanse.

Terwijl de markten uitgingen van een globaal kapitaaltekort tussen 30 en 90 miljard euro, brachten de stresstests slechts een deficit van 3,5 miljard euro bij de zeven aan het licht. Enkele maanden later ging het complete Ierse bankwezen ten onder en daarmee ook het laatste greintje geloofwaardigheid van de stresstests.

Ook voor de kwaliteit van de nieuwe tests ziet het er niet te best uit. Eigenaardig genoeg zorgt vooral Duitsland voor problemen. De regionale spaarbanken, de zogenaamde Landesbanken, zitten in behoorlijk slechte papieren, onder meer omdat ze volgeladen zijn met papier gerelateerd aan Amerikaanse subprimes en obligaties van de ziekere eurolanden. Bovendien is hun kapitaalstructuur complex, en is de intrinsieke draagkracht vrij zwak.

De problematiek van de Landesbanken, en van het Europese bankwezen in het algemeen, hangt als een donkere wolk boven mogelijke oplossingen voor de crisis in de eurozone. Want uiteindelijk heeft de eurocrisis evenveel te maken met de situatie van de Europese banken, de Duitse en de Franse banken op kop, als met het uit de hand lopen van de situatie in landen als Griekenland, Ierland en Portugal. In de loop van het eerste decennium van deze eeuw boekten landen als Duitsland en Nederland enorme overschotten op de lopende rekening van de betalingsbalans, als gevolg van een florerende export en een afgeremde interne vraag. Duitse en andere banken kanaliseerden deze surplussen naar het buitenland, vooral naar de huidige probleemlanden in de eurozone.

Nu die wederbeleggingen zeer riskant blijken te zijn, om niet te zeggen zwaar verlieslatend, is er een groot probleem voor de betrokken instellingen. Dat is zeker zo voor de Landesbanken, maar niet alleen voor hen. Bij de banken zit bovendien heel wat politieke vuurkracht, waardoor de directe aanpak van de gaten in de verlies- en winstrekeningen zoveel mogelijk weggeduwd wordt. Iedereen in Europa is er als de dood voor om nog eens met belastinggeld tot een herfinanciering van de banken te moeten overgaan.

Dat alles veroorzaakt de patstelling in de aanpak van de eurocrisis. Duitsland en 'verwante landen blijven hameren op de noodzaak om in de probleemlanden orde op zaken te stellen via besparingen, belastingverhogingen en structurele hervormingen. En geen zinnig mens vindt zo'n dieet voor Griekenland & co ongezond. Het grote probleem is echter dat je het met die ingrediënten alleen niet redt. Er stellen zich immense politieke en economische problemen. Een diepgaande schuldherstructurering valt niet te vermijden. Zelfs dan zal het zeer de vraag zijn of deze landen zich zonder devaluatie van de munt (en dus uittreding uit de euro) uit het moeras kunnen hijsen. En een schuldherschikking houdt onvermijdelijk in dat ook de banken hun verliezen moeten laten zien.

De angst en/of het onvermogen van de beleidslui om de bankencrisis in Europa ten gronde aan te pakken, vormt voorlopig een niet te nemen hindernis op weg naar echte oplossingen voor de eurocrisis. Wat daarbij erg zorgwekkend is, werd onlangs door Wolfgang Münchau, de gerespecteerde commentator van de Financial Times, omschreven als de "systematische onbekwaamheid van de Europese bewindslui ... Niet alleen weten ze zelf nauwelijks iets af van de financiële markten, ze worden ook nog eens omringd door mensen die evenmin veel blijken te weten".

Onze partners