Eric Pompen
Eric Pompen
Eric Pompen is redacteur bij MoneyTalk en Trends
Opinie

03/02/12 om 11:54 - Bijgewerkt om 11:54

De fiscus kan voortaan feiten belasten die in de realiteit niet bestaan

De fiscale adviseurs wrijven zich vergenoegd in de handen. De regering heeft een nieuwe antimisbruikmaatregel in de maak die tot heel wat juridische discussies zal leiden. Zo dreigt de versterkte strijd tegen de belastingfraude een maat voor niets te worden.

Na een aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie werkte het kernkabinet een aanpassing van artikel 344 in het Wetboek van Inkomstenbelasting uit. Het Hof van Cassatie had de oude antimisbruikmaatregel namelijk volledig uitgehold. Volgens uitspraken van deze rechtbank mag een belastingplichtige louter en alleen om fiscale motieven constructies opzetten, op voorwaarde dat zij beantwoorden aan de economische realiteit. In de praktijk was het voor de fiscus echter zeer moeilijk om het tegendeel te bewijzen.

Daarom pleitte de administratie al lang voor een nieuwe formulering. Oorspronkelijk was het de bedoeling de bestaande tekst uit het btw-wetboek - opgesteld door de Europese Commissie - over te nemen. Hier wordt elk fiscaal voordeel dat indruist tegen de doelstelling van de wet als misbruik bestempeld. Na lang discussiëren toverde de regering een ander konijn uit haar hoed. Voortaan moet de belastingplichtige het bewijs leveren dat zijn constructie niet enkel voor belastingontwijking is opgezet. De fiscus kan met andere woorden feiten belasten die in de realiteit niet bestaan. Dat is in strijd met het legaliteitsbeginsel dat stelt dat geen straf mogelijk is zonder concrete bepaling in de wet.

Als het parlement dit wetsontwerp goedkeurt, verliest de belastingplichtige zijn vrije keuze van de minst belastbare weg. Elke vorm van fiscale planning wordt dan in de kiem gesmoord. Nochtans beschikt de fiscus al over een heel arsenaal aan middelen tegen illegale belastingontduiking. Het volstaat om al deze maatregelen in een rondzendbrief op een rijtje te zetten, zoals onlangs gebeurd is om misbruiken van de notionele-intrestaftrek tegen te gaan. Zo'n aanpak zal mogelijke fraudeurs veel meer afschrikken dan een algemene bepaling in de wetgeving die toch niet haalbaar is. Bovendien evolueert de rechtspraak mee met de tijdgeest. Zo heeft het Hof van Cassatie in een arrest van 10 juni 2010 de interpretatie van de huidige antimisbruikbepaling nieuw leven ingeblazen, zodat de fiscus toch nog legale constructies kan verwerpen als ze te kunstmatig blijken te zijn.

Nochtans spreekt vicepremier en minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V) over een regelrechte revolutie. De minister kon het ook niet laten op de radio laatdunkend te doen over een advocaat die eerst had meegeschreven aan de tekst en daarna kritiek op het wetsontwerp uit om zijn vermogende klanten te paaien. Deze uitval naar professor Axel Haelterman (KU Leuven), extern adviseur tijdens de regeringsonderhandelingen, wijst op het feit dat de christendemocraten en liberalen zich hebben laten ringeloren door de socialisten.

Natuurlijk moet een democratisch land over een billijk belastingstelsel beschikken dat gesteund is op draagkracht en gelijkheid. In die zin is een algemene antimisbruikbepaling in de wetgeving nuttig, maar dat artikel bestaat al. Door telkens de tekst te veranderen, groeit enkel de rechtsonzekerheid. Nu roept de regering zo hard ze kan om potentiële fraudeurs af te schrikken. Holle woorden brengen geen zoden aan de dijk, maar leiden tot nog meer juridische geschillen - tot jolijt van de vet betaalde belastingconsulenten. De overheid kan beter duidelijke rondzendbrieven schrijven en de fiscale interpretatie van elke constructie vooraf in een overeenkomst met de belastingplichtige gieten dan de wet te wijzigen telkens het haar uitkomt. Dat verhoogt enkel de kans op averij voor een schip dat al aan het zinken is.

Onze partners