VBO: 'Absolute loonkostenhandicap bedraagt nog steeds 14,5 procent'

21/12/15 om 14:19 - Bijgewerkt om 14:28

De loonkloof tussen België en zijn buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland) neemt af, maar werkgeversorganisatie VBO nuanceert.

VBO: 'Absolute loonkostenhandicap bedraagt nog steeds 14,5 procent'

© belga

Uit een nog te verschijnen rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) blijkt dat de loonkoof tussen België en zijn drie buurlanden - Duitsland, Frankrijk en Nederland - verder afneemt. Dat meldt Le Soir maandag en wordt bevestigd door werkgeversorganisatie VBO.

Absolute loonkostenhandicap

De loonkloof die werd opgebouwd sinds 1996, toen de wet op de vrijwaring van het concurrentievermogen ingevoerd werd, zou in 2016 verdwijnen. De loonkosten stegen dit jaar - dankzij de indexsprong en loonblokkering - 'slechts' met 0,3 procent, terwijl in de drie buurlanden een stijging met 1,7 procent werd opgetekend. "Daardoor zou de sinds 1996 bijkomend opgebouwde loonkostenhandicap ten opzichte van de de drie buurlanden verminderen van 2,9 procent in 2014 tot 1,5 procent in 2015. De absolute loonkostenhandicap ten opzichte van de drie buurlanden daalde in 2015 evenzeer, maar bedraagt nog steeds 14,2 procent", aldus de werkgeversorganisatie.

Volgens het VBO berekent de CRB sinds 1996 elk jaar met hoeveel de Belgische loonkostenhandicap is gestegen, maar de werkgeversorganisatie wijst erop dat de loonkostenhandicap al voor 1996 bestond, waardoor de absolute loonkostenhandicap verschilt van de loonkloof waarover de CRB bericht.

Buitenlandse investeerders

Bovendien oordeelt het VBO dat de vooruitzichten van de CRB voor 2016 door een aantal 'onzekerheden omgeven' zijn. "Dankzij het gematigde interprofessioneel akkoord (IPA), de verdere effecten van de indexsprong en de taxshift in dat jaar, zou opnieuw een verbetering van onze relatieve loonkosten optreden. De bijkomende handicap sinds 1996 zou daardoor in 2016 mogelijk zelfs kunnen wegsmelten, wat de absolute handicap zou terugbrengen tot zijn niveau van 1996 (ongeveer 12,5 procent)." In Le Soir is er sprake van een negatieve kloof van -0,3 procent eind 2016 of een stijging van de lonen die lager ligt in vergelijking met de buurlanden. Maar voor het VBO moet ook de historische kloof die volgend jaar zowat 12,5 procent bedraagt aangepakt worden. Buitenlandse investeerders kijken in de eerste plaats naar die werkelijke loonkostenverschillen wanneer ze een nieuwe vestiging, met bijhorende nieuwe jobs, plannen, luidt het.

Herstel van concurrentievermogen

Ook pleiten de werkgevers om de wet van 1996 om te vormen tot een "Wet tot structureel herstel van het concurrentievermogen", zegt hoofdeconoom Edward Roosens in een persbericht. Dergelijke wet moet bijvoorbeeld stipuleren dat verder herstel van de concurrentiepositie proiriteit nummer 1 moet blijven en dat lastenverlagingen in het kader van de tax shift niet mogen worden aangewend om bijkomende loonstijgingen mee te financieren. Ook een arbeidsduurvermindering is geen optie, stelt het VBO nog.

Vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) reageerde via Twitter tevreden dat de cijfers bewijzen dat het 'beleid van de regering werkt'. "Sinds '96 opgebouwde loonkostenhandicap tegen '16 al weggewerkt. Nu verder helemaal wegwerken", luidt het. (Belga/BO)

Onze partners