Ontspoorde overheidsuitgaven: 22,4 miljard euro

05/06/15 om 10:39 - Bijgewerkt om 10:47

Geen enkel Europees land heeft de voorbije jaren zijn overheidsuitgaven sterker doen stijgen dan België. De regering-Michel probeert het tij te keren maar staat voor een zware opdracht. Zelfs met besparingen zullen de uitgaven tegen het einde van de legislatuur slechts met een paar procentpunten dalen.

Ontspoorde overheidsuitgaven: 22,4 miljard euro

Charles Michel en Johan Van Overtveldt © belga

Geen enkel Europees land heeft de voorbije jaren zijn overheidsuitgaven sterker doen stijgen dan België. De regering-Michel probeert het tij te keren maar staat voor een zware opdracht. Zelfs met besparingen zullen de uitgaven tegen het einde van de legislatuur slechts met een paar procentpunten dalen.

Bij haar aantreden in oktober zette de regering-Michel vooral in op uitgavenverminderingen: 2,5 miljard euro in 2015, en 8,1 miljard euro over de hele legislatuur. Daar staan slechts 2,8 miljard euro nieuwe inkomsten tegenover. Bij de N-VA en Open Vld is te horen dat nieuwe besparingen mogelijk zijn. Voor de CD&V ligt dat zeer moeilijk.

Wie heeft gelijk? De cijfers van de Europese Commissie zijn duidelijk: de overheidsuitgaven zijn in België nog altijd zeer hoog in vergelijking met het buitenland. De Belgische overheidsuitgaven bedroegen vorig jaar 53,9 procent van het bbp. Enkel Finland (58,7%), Denemarken (57%) en Frankrijk (56,7%) scoren hoger. In Nederland zijn de overheidsuitgaven net iets meer dan 50 procent van het bbp, in Duitsland bedragen ze amper 44 procent.

De crisis? Niet echt

Het hoge Belgische percentage kwam er vooral door de sterke stijging sinds de eeuwwisseling. De jaarlijkse primaire overheidsuitgaven (exclusief rentelasten) namen van 2000 tot 2013 toe met 9,1 procent van het bbp. Anders gezegd: in 2013 gaven de Belgische overheden 36,4 miljard euro meer uit dan in 2000. Die stijging heeft verschillende oorzaken. Iets meer dan de helft is een gevolg van de toegenomen sociale uitgaven: 4,7 procent van het bbp meer, waarvan 2,1 procent voor de pensioenen. Een logische evolutie gezien de vergrijzing van de bevolking. En ook de financiële crisis van 2007-2008 had gevolgen. Die deed de overheidsuitgaven door het dak gaan. Hogere werkloosheidsuitkeringen, meer uitgaven voor tijdelijke werkloosheid om werknemers niet definitief uit het arbeidscircuit te duwen. Dat is het vaak gehoorde argument van de voorstanders van hoge overheidsuitgaven: die hebben vermeden dat de crisis van 2008 al te zwaar heeft ingehakt op de Belgische economie.

Maar wie de cijfers in detail bekijkt, merkt dat de precaire economische toestand slechts gedeeltelijk de overheidsuitgaven heeft beïnvloed. Gecorrigeerd voor conjunctuur stegen ze nog altijd met 7,7 procent van het bbp tussen 2000 en 2013. Trekken we daar ook de gestegen pensioenkosten van af _ 2,1 procent van het bbp _ dan komen we uit op een stijging van 5,6 procentpunt. Dan blijkt dat de Belgische overheden zich de voorbije jaren een feestje van 22,4 miljard euro hebben gepermitteerd.

De vlucht vooruit

België heeft een probleem, blijkt uit een internationale vergelijking die het IMF maakt. De overheidsuitgaven stegen in België sinds 2007 met 6,5 procentpunt. Geen enkel Europees land scoort hoger. Het IMF wijst ook de oorzaak aan: ook na de crisis bleven de sociale uitgaven hier door het dak gaan. In de hele Europese Unie en zelfs de OESO begonnen die licht te dalen of stabiliseerden ze vanaf 2007, maar niet in België. De Belgische sociale uitgaven zijn met 28,8 procent van het bbp (zo'n 115 miljard euro) na Frankrijk en Denemarken de hoogste van de OESO-landen. Vooral de uitgaven voor pensioenen en werkloosheidsuitkeringen liggen significant hoger.

Duur ambtenarenapparaat

Behalve de sociale uitgaven namen ook andere Belgische overheidsbestedingen in de periode 2007-2013 meer dan gemiddeld toe. Het gaat over wat het IMF de post 'bedrijfssubsidies' (dienstencheques, loonsubsidies, subsidies aan NMBS,...) noemt. Volgens het IMF bedragen die in België 2,3 procent van het bbp (9,2 miljard euro). Dat is een stuk hoger dan het gemiddelde van de drie buurlanden: 0,8 procent van het bbp. Bovendien stegen ze in België tussen 2007 en 2012 met 0,8 procent van het bbp, terwijl ze in andere Europese landen stabiel bleven.

Een derde belangrijke uitgavenpost voor de overheid is het ambtenarenapparaat. Om het gewicht ervan te meten, kijkt het IMF naar de totale loonmassa van het overheidspersoneel. In België bedraagt die bijna 13 procent van het bbp of 2,5 procentpunt meer dan het eurogemiddelde.

Zullen deze overheidsuitgaven straks dalen?

Het Planbureau waarschuwt in zijn jongste rapport voor overdreven optimisme. Tegen het einde van de legislatuur zullen de uitgaven exclusief rentelasten rond de 49 procent van het bbp draaien. De uitgaven voor werkloosheid en werkloosheid met bedrijfstoeslag zullen de komende jaren weliswaar sterk dalen: van 2,3 procent van het bbp in 2014 naar 1,6 procent in 2020. Maar dat is niet voldoende om de uitgavengroei voor pensioenen en gezondheidszorg volledig te compenseren. Ondanks de hervormingen ziet het Planbureau de sociale uitgaven sterker stijgen dan de potentiële economische groei.

Alain Mouton

Onze partners