Alain Mouton
Alain Mouton
Redacteur bij Trends
Opinie

23/04/15 om 11:57 - Bijgewerkt om 11:57

De oligarchen van de vakbond

Alle organisatievormen neigen er na verloop van tijd toe in een oligarchie te veranderen. De Belgische vakbonden zijn daar een pijnlijk voorbeeld van. Dat zegt Trends-redacteur Alain Mouton.

De oligarchen van de vakbond

Jan Vercamst (ACLVB), Rudy De Leeuw (ABVV) en Marc Leemans (ACV) © Belga

De voorbije vier jaar hebben de Duitse vakbonden verscheidene royale loonakkoorden afgesloten: de lonen in de industrie stijgen er sinds 2011 meer dan de inflatie. Dat is de beloning voor de Duitse werknemers en vakbonden, die jarenlang hebben ingestemd met loonmatiging. Die was nodig om de Duitse exportbedrijven competitiever te maken. In België is een loonmatiging voor de vakbonden taboe.

Twintig jaar geleden leed de Zweedse economie zwaar onder de gevolgen van een bankencrisis. Een sociaaldemocratische regering sloot een groot sociaal akkoord tussen de vakbonden, de werkgevers en alle politieke partijen. De arbeidsmarkt en het pensioensysteem werden grondig hervormd, het begrotingstekort werd teruggedrongen. De Zweedse vakbonden waren bereid te vechten voor banenbehoud, maar tegelijk verloren ze het concurrentievermogen van de ondernemingen niet uit het oog. In België ontkennen de vakbonden het probleem van de loonkostenhandicap van de bedrijven niet meer, maar ze minimaliseren het wel.

Een hervorming van het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt stuit hier op zwaar verzet. Als blijkt dat de Belgische overheidsuitgaven het voorbije decennium met bijna 10 procentpunt zijn gestegen en de regeringen willen besparen, dan grijpen de vakbonden naar het stakingswapen.

Waar komt die houding van de Belgische vakbonden vandaan? Ze zijn het slachtoffer van wat de socioloog Robert Michels "de ijzeren wet van de oligarchie" noemde. Alle organisatievormen neigen er na verloop van tijd toe in een oligarchie te veranderen en louter hun eigenbelang na te streven. De Belgische vakbonden zijn daar een pijnlijk voorbeeld van.

Delen

'De oligarchen van de vakbond'

De Belgische arbeidsmarkt en de sociale zekerheid lenen zich perfect tot het verdedigen van die oligarchische belangen. Nergens speelt het onderscheid tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt sterker dan hier. De situatie van de insiders, de werkenden, is vrij comfortabel. De vakbonden komen op voor hun koopkracht. Lagere lasten op arbeid om de outsiders, de niet-werkenden, aan een baan te helpen, zijn geen prioriteit.

De vakbonden zeggen wel dat de creatie van nieuwe banen hun prioriteit is, maar ze hebben de perceptie tegen. Ze reageerden als door een wesp gestoken, toen N-VA-Kamerlid Zuhal Demir vorige week kritiek had op het systeem van de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen door de vakbonden.

Nochtans dringt een debat zich op. Want hoe kan een syndicale organisatie pleiten voor meer banencreatie als ze tegelijk wordt vergoed voor het uitbetalen van werkloosheidsuitkeringen? Het enige alternatief voor de uitbetaling van de werkloosheidsuitkering door de vakbond is aan te kloppen bij de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen. Een overheidsinstelling, met de vakbonden in de raad van bestuur. Geen Belg die het in het buitenland uitgelegd krijgt.

De ijzeren wet van de oligarchie speelt ook bij de onderlinge machtsstrijd tussen de vakbondscentrales, die elk zo veel mogelijk leden willen binnenrijven. Het belang van de werknemer wordt daar ondergeschikt aan gemaakt. Een goed voorbeeld is de kritische houding van de vakbonden tegenover uitzendarbeid. In een boek over vijftig jaar uitzendarbeid in België schrijft Paul Soete, de ex-topman van Agoria, daarover: "De oorspronkelijk afremmende houding van de vakbonden ten overstaan van uitzendarbeid was in ruime mate te verklaren door het wantrouwen van de bestaande vakbondsstructuren ten overstaan van een nieuwe vorm van tewerkstelling die niet in die structuren paste. Meer uitzendkrachten betekende minder leden in de bestaande gebruikerscentrales van de vakbonden. Meer lonen uitbetaald aan uitzendkrachten betekent meer bijdragen aan het sociaal fonds van de uitzendsector, maar minder bijdragen aan het sociaal fonds van de gebruiker."

Die sociale fondsen zijn belangrijk voor het financieren van opleidingen, maar ook voor het toekennen van allerlei voordelen aan werknemers. Zeker bij het ABVV, waar de macht wordt opgebouwd vanuit de centrales, werd de groei van de uitzendarbeid met argusogen bekeken.

Daarnaast wijst Soete erop dat uitzendarbeid het draagvlak van de syndicale delegatie beperkt tegenover de aanwerving van nieuwe, vaste medewerkers, die trouwe vakbondsleden kunnen worden. Vakbonden zijn dan ook uit puur eigenbelang tegenstander van meer flexibele arbeidsvormen.

Lees meer over:

Onze partners