Nationale Bank telt 37.500 extra banen in 2015

19/02/16 om 00:01 - Bijgewerkt om 00:02

De groei van de Belgische werkgelegenheid versnelt, zo schrijft de Nationale Bank van België (NBB) in haar jaarverslag. Vorig jaar kwamen er 37.500 banen bij. Dat is de sterkste stijging sinds 2011. Opvallend: de jobcreatie gebeurde voor het eerst in jaren vooral in de privésector.

Nationale Bank telt 37.500 extra banen in 2015

Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank © belga

De arbeidsmarkt ging er in 2015 flink op vooruit, zelfs tijdens de tweede helft van het jaar, toen de groei enigszins haperde. De Belgische binnenlandse werkgelegenheid steeg vorig jaar met 37.500 banen, meldt de Nationale Bank in haar jaarverslag. Dat is de sterkste stijging sinds 2011. Toen kwamen er 61.300 banen bij. In 2014 steeg de binnenlandse werkgelegenheid met 15.600 eenheden.

Die jobcreatie is te danken aan de gunstige economische omgeving (lage olieprijzen, lage rente, zwakkere euro) en de regeringsmaatregelen ter bevordering van de concurrentiekracht (indexsprong, lagere sociale bijdragen,...).

Opvallend is dat de banengroei zich vorig jaar vooral liet voelen in de zogenaamde marktsectoren en dus niet bij de overheid. Van de 37.500 extra banen zijn er 23.500 in de privésector bij gekomen. In 2014 daalde het aantal marktgerelateerde jobs nog met 300 eenheden. De groei van 15.600 arbeidsplaatsen situeerde zich toen dus integraal in de niet-commerciële sector.

Dalende werkloosheid

Vanaf mei 2015 begon ook de werkloosheid te dalen. Het aantal werklozen daalde vorig jaar met 19.000. Die afname van het aantal niet-werkende werkzoekenden volgde op een gecumuleerde stijging met 53.000 personen tussen 2012 en 2014. Gemiddeld waren er in 2015 op jaarbasis nog 579.000 niet-werkende werkzoekenden. Dat is nog altijd een stuk meer dan de 500.000 in 2008, vóór de crisis. De Belgische werkloosheidsgraad bedraagt momenteel 8,4 procent.

Ondanks de jobcreatie schommelt de werkgelegenheidsgraad al jaren rond 67,2 procent. Dat heeft te maken met de toename van de beroepsbevolking. Meer mensen bieden zich aan op de arbeidsmarkt. De oorzaak is te zoeken in migratie, maar ook in het feit dat almaar meer 55-plussers zich aanbieden op de arbeidsmarkt.

De regels rond beschikbaarheid voor SWT'ers (de vroegere bruggepensioneerden) zijn de voorbije jaren aanzienlijk verstrengd. In principe moeten de oudere werklozen en een toenemende groep bruggepensioneerden zich tot hun 65ste beschikbaar houden voor de arbeidsmarkt. De werkgelegenheidsgraad in de leeftijdscategorie ouder dan 55 jaar lag in 2015 met 43,8 procent bijna 10 procentpunt hoger dan in 2007, net voor de crisis.

NBB-gouverneur Jan Smets wijst wel op de zwakke arbeidsmarktpositie van bepaalde kansengroepen. De werkzaamheidsgraad van laaggeschoolden bijvoorbeeld ligt met 45,6 procent 5,2 procentpunt lager dan in 2000. Het ligt ook onder het Europees gemiddelde van 52,5 procent.

De werkgelegenheidsgraad van de niet-EU-burgers ligt hier 23,1 procentpunt lager dan die van de Belgische staatsburgers. Terwijl de Europese werkgelegenheidskloof tussen de autochtonen en allochtonen 14 procentpunt bedraagt.

Taxshift werpt vruchten af

Meer algemeen verwacht de Nationale Bank dat de jobcreatie de komende jaren niet zal stilvallen. Ze wijst erop dat de regeringsmaatregelen hun vruchten zullen blijven afwerpen. De Nationale Bank berekende de macro-economische impact van de taxshift, die de lasten op arbeid verlaagde en compenseerde door andere inkomsten (accijnzen, btw, hogere en nieuwe vermogenstaksen). Dankzij de taxshift zouden er tegen 2021 64.500 banen bij komen. Vooral vanaf 2017 komt de jobcreatie op kruissnelheid.

Gecumuleerd zou het bruto binnenlands product dankzij de taxshift tegen begin volgend decennium met 1,5 procent toenemen. De Nationale Bank kwam echter ook tot de conclusie dat de taxshift geen budgettair neutrale operatie is en dat het primair saldo (ontvangsten min uitgaven zonder rentelasten) de komende jaren negatief blijft. En dat ondanks de terugverdieneffecten van de taxshift, zoals een daling van de kosten voor uitkeringen en een stijging van de belastinginkomsten.

Onze partners