Het water komt de Belgische zeevisserij aan de lippen

28/08/15 om 09:33 - Bijgewerkt om 09:49

Bron: Trends

De Belgische zeevisserij sterft uit. Het aantal boten heeft een dieptepunt bereikt. Meer dan een op de drie zeevissers boekt bedrijfsverlies. Trends belicht deze week een weinig riante sector.

Het water komt de Belgische zeevisserij aan de lippen

© iStock

Ruim een derde van de zestig door Trends geanalyseerde rederijen voor de zeevisserij boekten een bedrijfsverlies in hun jongste boekjaar. Meer dan twee derde kampt met overgedragen verliezen. Bij het nettoverlies is het iets beter, met achttien van de zestig rederijen in het rood. De balanscijfers worden doorgaans enkel rechtgetrokken door subsidies. Slechts elf rederijen presteren echt puik.

De Belgische zeevisserij kwijnt letterlijk weg. Van 457 boten in 1950, bleven er eind vorig jaar nog amper 79 over. En de gemiddelde leeftijd van de Belgische boten bedraagt 27 jaar. Dat is voor het casco, de scheepsromp, want subsidies zijn er enkel voor bestaande en niet voor nieuwe boten. Ook de gemiddelde ouderdom van de motoren is elf jaar. Nochtans wordt ook 60 procent van de investering in een betere energie-efficiëntie van vissersvaartuigen gesubsidieerd.

Brandstof is een achilleshiel voor de visvangst. Door de dalende grondstofprijzen zakten de kosten voor gasolie in twee jaar weliswaar van 0,7 naar 0,45 euro per liter. Maar de visserij is een van de meest energie-intensieve methoden voor voedselproductie. Bovendien worden bijna uitsluitend fossiele brandstoffen gebruikt. Het maakt dat brandstof een kwart tot een derde van de productiekosten betekent.

Knelpuntberoep

Nog een achilleshiel is het personeel. Zeevisser is een knelpuntberoep. In het voorbije schooljaar behaalden in de zeevaartschool in Oostende vier leerlingen hun diploma als zeevisser, van wie twee via deeltijds onderwijs. Het leven aan boord is hard. "We vissen doorgaans vijf tot zes dagen", vertelt Pascal Vanbillemont van BVBA Rederij Marbi. Ook de balanscijfers van Marbi zijn tekenend voor de sector, ze kleurden vorig jaar danig rood.

"We vangen dan continu, per sessie van 2,5 uur. Zonder stoppen, waardoor je dus maximaal 2,5 uur kan slapen. Pas als het ruim vol is met vis, gaan we terug aan land. En dan kunnen we één nachtje voluit slapen. Soms zijn we een hele maand weg van huis. Maar het zit in de genen zeker? Je hebt zoveel vrijheid. Het is een heel afwisselende baan. Ik zou niet aan een bureau kunnen zitten."

En na het hard labeur volgt een vrij magere prijs in de vismijn, het enige afzetkanaal voor de Belgische vissers. Maar zelfs die NV Vlaamse Visveiling (een fusie van de vismijnen van Oostende en Zeebrugge) schrijft geen zwarte cijfers. In het jongste boekjaar werd een omzet van 72,5 miljoen euro geboekt, bij een bedrijfsverlies van meer dan 150.000 euro.

En toch is er reden tot voorzichtig optimisme. Het absolute dieptepunt in de zeevisserij is achter de rug. Dat werd bereikt in 2009.

De volledige analyse leest u deze week in Trends

Lees meer over:

Onze partners