"Neen wij hebben de cirkel niet uitgevonden, daar kwamen we veel te laat voor. En de eivorm bestond ook al", lacht Kris Van Puyvelde. Hij is ontwerper, ondernemer en de oprichter van het Belgische outdoorlabel Royal Botania. "Ik meen te mogen zeggen dat we met onze Organix-reeks de zachte en ronde vormen een duidelijke plek hebben gegeven in tuinen en op terrassen. Het gaat in golven. Twintig jaar geleden was alles strak en recht, vandaag willen de mensen veeleer zachte vormen. Alles vergaat en alles komt terug", zegt hij filosofisch.
...

"Neen wij hebben de cirkel niet uitgevonden, daar kwamen we veel te laat voor. En de eivorm bestond ook al", lacht Kris Van Puyvelde. Hij is ontwerper, ondernemer en de oprichter van het Belgische outdoorlabel Royal Botania. "Ik meen te mogen zeggen dat we met onze Organix-reeks de zachte en ronde vormen een duidelijke plek hebben gegeven in tuinen en op terrassen. Het gaat in golven. Twintig jaar geleden was alles strak en recht, vandaag willen de mensen veeleer zachte vormen. Alles vergaat en alles komt terug", zegt hij filosofisch. Is de golvende lijn een trend die zich van het binneninterieur met de jaren naar the great outdoors verplaatste? Van Puyvelde: "Vandaag liggen interieur en exterieur heel dicht bij elkaar. Er is een parallel. Sowieso kent interieurmeubilair natuurlijk een veel langere geschiedenis. Tot twintig, dertig jaar geleden was het buitenmeubel totaal onbelangrijk: dat was een plastic stoel. Ondertussen is de consument bewuster geworden. De kwaliteit van een buitenmeubel moet minstens even goed zijn als die van interieurmeubel. Denk maar aan de weersomstandigheden waaraan buitenmeubels blootgesteld worden." Is onze hang naar zachtere vormen een reactie op de verharding van de maatschappij? Van Puyvelde ziet het niet direct zo, maar de maatschappij speelt zeker een rol. "Het gaat ook over een revival van vintage. In de jaren zestig en zeventig werden heel veel ronde vormen gebruikt. De mensen appreciëren dat opnieuw." "Buiten zit je ook in een organische omgeving. In de natuur vind je geen enkele rechte lijn. Zachte vormen passen veel beter in de natuur dan de rechte lijn, ze versmelten er als het ware mee." Voor tuin- en landschapsarchitect Stefan Morael gaat het niet enkel over het een dat opgaat in het ander: "Net het contrast tussen verschillende elementen geeft schoonheid. Stel: je hebt een wilde tuin met een rustiek woninkje daarin. Dan is het mooi om midden in die chaotische, groene wildernis een strak terras te ontwerpen. Zo komt die wildernis meer tot haar recht." "In de jaren negentig waren tuinen veelal recht op recht, als een verlengstuk van de woning. Je kunt dat voor een stuk doen, in een aansluitend terras bijvoorbeeld, maar voor het groengedeelte moet je dat loslaten", gaat Morael verder. "Je hebt geen dag zonder nacht. Het wordt pas boeiend wanneer je de tegenstellingen tussen de architecturale ingrepen en de curves van de beplantingen op scherp zet." Ook belangrijk: golvende lijnen hebben een binnen- en een buitenkant. "De glooiende lijn heeft een bolle en een holle zijde. De holle binnenzijde geeft geborgenheid. Wij, mensen, zijn nog altijd voor een stuk prooidieren. We zoeken geborgenheid en overzicht. In een park kies je veeleer voor een bank met bomen in je rug. Je hoort het geritsel tussen de bladeren achter je en tegelijkertijd heb je overzicht op het gras voor je." Morael heeft het in die context ook over Park Güell van Gaudí in Barcelona, met zicht op de stad. "Daar heb je betegelde banken met extreme golvingen, een aaneenschakeling van bol en hol. Daar ga je zitten in de holte, in de kom. Je kunt er met elkaar praten en lachen. Het geeft een samenhorigheidsgevoel. In de bolle vorm ga je niet zitten, behalve als je even alleen wilt zitten. Hij is minder uitnodigend, duwt weg. Daarnaast heeft die bolling ook een ruimtescheidend effect, dat perspectivisch ook een rol speelt. Een lange rechte bank heeft dat niet. Je vindt er geen plekken. Een rechte bank mist die menselijke schaal." Morael: "De golvende lijn is zacht en alludeert op een romantisch, landschappelijke vormgeving. Dat is toch de perceptie van de mensen. Wat de mens mooi vindt in die glooiingen, is de referentie naar de natuur, denk ik, of wat wij als natuur beschouwen." Daarom willen we die natuur behouden en in stand houden. Hoe? Door zo veel mogelijk tuinen te ontwerpen en zo weinig mogelijk te betonneren, minder te verharden, in meer groen te voorzien. En door duurzaam om te gaan met die natuur. En daar heeft Van Puyvelde een uitgesproken mening over. De frames en de rugpanelen van veel van zijn outdoormeubelen zijn van aluminium en dus 100 procent recycleerbaar. "In die zin is onder andere onze Organix-reeks ecologisch, maar als we het over duurzaamheid hebben, pleit ik in de eerste plaats voor de levensduur. Hoelang het product leeft, de lengte van het plezier dat we eraan hebben, dat is het belangrijkste ecologische aspect, en dat vergeten veel mensen weleens in hun rekensommetje. Om een product te recycleren, is heel veel energie nodig. Denk maar aan de logistiek, het opnieuw smelten enzoverder. Maar hoelang je plezier en genot hebt van een product, heeft zeker ook met duurzaamheid te maken." "Sommige mensen kopen een paar goedkope stoelen, zakken er na vier jaar door en kopen dan nieuwe. Maar dan heb je steeds nieuwe energie nodig. Hopelijk evolueren we weg van die snelle consumptie. Met Royal Botania dragen we ons steentje bij door kwaliteit te leveren, die heel lang meegaat. Zo willen wij wat tegengas geven aan de wegwerpmaatschappij. Daarom produceert Royal Botania niet enkel meubels, we herstellen ook veel van onze producten: parasols van bijna dertig jaar, stoelen waarvan de kussens na vijftien jaar aan vervanging toe zijn. Het is misschien tegen onze winkel, maar we doen dat met plezier. Onze dealers weten dat. Met een product dat lang meegaat, maken wij een statement."