Voor zijn eerste herinnering aan mode moet Réda Faklani terugkeren naar zijn kindertijd in Marokko. Samen met zijn vader en broers ging hij naar een kleermaker die hen voor speciale gelegenheden kleedde. 'Onze kleermaker was stom, en dat vond ik zowel fascinerend als grappig. Zijn atelier lag vol boeken en stofstalen. Natuurlijk verliep de communicatie niet vlekkeloos. Het was niet altijd gemakkelijk om te begrijpen wat hij ons probeerde duidelijk te maken.'

Réda Faklani (links), n/a
Réda Faklani (links) © n/a

Réda groeide op in Marokko, waar hij lessen volgde op een Franstalige school. Op 21-jarige leeftijd kwam hij in ons land aan. 'België trok me enorm aan, veel meer dan Frankrijk. In mijn ogen was het een surrealistisch land dat heel wat creatieve mensen voortbracht, zoals Magritte en Simenon. Ook de kosmopolitisch sfeer en de ligging - in het hart van Europa - deden me wegdromen. Het leek me een plek zonder grenzen.'

Na zijn studie modeontwerp aan de HELMo in Luik ging hij aan de slag bij de beroemde Belgische modeontwerper Jean-Paul Lespagnard - die ons live interview op Instagram trouwens meevolgde - en later bij het prestigieuze Nederlandse modelabel Iris Van Herpen. 'Mijn absoluut waardevolste ontmoeting in de modewereld, is die met Jean-Paul Lespagnard. Hij is gezegend met een heel scherpe geest, en hij heeft mij met open armen ontvangen. Iedereen kent Jean-Paul. Ik ging vaak met hem op stap, en dan hij stelde me aan heel veel mensen voor.'

Dankzij de ontwerper leerde Réda dus niet alleen de kneepjes van het vak, hij kon ook zijn netwerk uitbreiden. Daarna stak Réda de grens over en verhuisde naar Amsterdam. 'Ik heb heel mooie herinneringen aan die tijd. Ik fietste vaak in de regen, terwijl ik naar de composities van Erik Satie luisterde. Mijn herinneringen hangen even goed samen met muziek als met kleding. Iris Van Herpen is een soort fee. Ik heb van haar heel andere dingen geleerd, op veel grotere schaal. Toen (in 2015, nvdr) onderzocht ze de mogelijkheden van nieuwe technologieën als 3D-printing en lasersnijden al. Door Iris heb ik trouwens ook ontdekt dat mode een strenge discipline is die veel concentratie vereist. Soms werkten we verschillende weken met drie of vier mensen aan één stuk.'

Réda Faklani en Jean-Paul Lespagnard, n/a
Réda Faklani en Jean-Paul Lespagnard © n/a

Na die twee intense ervaringen ging Réda zich herbronnen in zijn geboorteland Marokko. Hij wou er nadenken over zijn werk en even op adem komen. 'In die periode kwam ik textielarbeiders tegen die al drie jaar lang elke zomer demonstreerden voor een textielfabriek. Ik vroeg een van hen om me een pak te maken voor de bruiloft van mijn broer. Zonder mijn maten te nemen, stak hij een perfect pak in elkaar dat me als gegoten zat.' Op dat moment wist de ontwerper wat hij wou doen: samenwerken met ambachtsmensen.

Om je eigen weg in te slaan, is wel een flinke portie moed nodig. Réda doopte zijn merk daarom Dare!Reda, verwijzend naar to dare, 'durven' in het Engels, maar ook naar dar, 'huis' in het Arabisch. Het label is het resultaat van al die ontmoetingen, al die stages, maar ook van het feit dat de ontwerper zich bewust werd van de lastige kanten van het vak. Dat alles vertaalde zich in een sterke, aseksuele lijn. 'De eerste seizoenen moet je als merk je naam vestigen en je stijl uitzetten. Via Eldorado, mijn eerste collectie die ik eind vorig jaar in Brussel heb gepresenteerd en die binnenkort op het platform One Such verkrijgbaar zal zijn, kon ik mijn roots bezweren. Mijn volgende lijn zal ongetwijfeld iets helemaal anders uitdrukken. Het doelpubliek van Dare!Reda? Moeilijk te zeggen, daarvoor is het merk nog te jong. Het gaat in elk geval om kwaliteitsstukken waarin niet alleen glanzend lurex een hoofdrol speelt, maar ook traditionele Marokkaanse stoffen als fouta (het materiaal dat gebruikt wordt voor de handdoeken in de hamams, nvdr), gemaakt door technisch onderlegde vakmensen die uiterst nauwkeurig te werk gaan.'

Jumpsuit van fouta uit de collectie Eldorado van Dare!Reda, Zheshen Jiang
Jumpsuit van fouta uit de collectie Eldorado van Dare!Reda © Zheshen Jiang

Réda houdt het ook graag lokaal. Hij wil weten met wie hij werkt en wie zijn kleren draagt. En hij kijkt ook naar het ecologische plaatje: in al zijn complexiteit speelt het een belangrijke rol in zijn creaties. 'Sommige merken maken van duurzaamheid hun stokpaardje. Maar ecologie is veel meer dan zomaar een woord om mee uit te pakken in je communicatie. Milieubescherming moet deel uitmaken van het DNA van een merk. We moeten er zelf ook over nadenken bij het samenstellen van onze garderobe', vindt de ontwerper.

Hoe zit het trouwens met de garderobe van de ontwerper zelf, die tijdens het interview een T-shirt van Dare!Reda draagt met geborduurde details van lasergesneden plexiglas. 'Ik heb zowat overal kleerkasten staan. In België, in Marokko, thuis, bij mijn ouders, bij vrienden. Ik hou al mijn kleren bij. Als je een kledingstuk weggooit, dan wis je meteen ook de herinneringen die eraan verbonden zijn. Een dj bewaart toch ook met veel liefde al zijn vinylplaten?'

Reda's absolute must-have? Dat is verrassend genoeg niet iets om te dragen. 'Wat absoluut onmisbaar is voor mij is - afgezien dan van een mondmasker op dit moment - een bewuste houding op het vlak van kleren kopen en dragen. Het zou fijn zijn mochten we na deze lockdown light allemaal een mooi accessoire bezitten dat we weloverwogen en doordacht hebben uitgekozen.'

Dé must-have volgens Réda? Een houding die getuigt van ecologisch bewustzijn

Nadenken en aan introspectie doen: dat is precies wat de ontwerper zelf ook deed tijdens de lockdown light. Met als gevolg dat hij momenteel mondmaskers maakt. 'Ik kan niet zomaar achterover leunen en niets doen. Ik zie het als mijn plicht om de mensen rond mij, mijn familie, mijn vrienden, de mensen die mij altijd hebben gesteund en het verplegend personeel te beschermen.' In totaal gaf hij zo'n 150 maskers gemaakt uit restjes stof gratis weg. De vraag bleef echter stijgen, en het materiaal raakte uitgeput. Vandaag biedt de ontwerper opnieuw mondmaskers te koop aan, deze keer voor 20 euro per stuk. 'Op het internet lees je wel eens negatieve commentaren over het verkopen van maskers. Volgens mij weerspiegelen die reacties maar één ding: angst. De 20 euro dekt niet alleen het materiaal of het handwerk van de ontwerpers, maar ook het risico dat we nemen als we ons huis verlaten, stof kopen, naar het postkantoor gaan. Geen enkele prijs is te hoog in die context, vind ik. Kun je een prijs plakken op een mensenleven? Ik vind van niet.'

Wat hoopt Réda na de lockdown light te realiseren? Een samenwerking? 'Ik ben een grote fan van Martin Margiela. Dertig jaar geleden al tekende hij kleren met een gedestructureerd design, gemaakt van ongewone materialen die vandaag furore maken. Om dezelfde reden spreken ook de conceptuele creaties van het Parijse label Y/Project mij enorm aan. Die kleren zijn veel meer dan alleen maar mooi. Toch word ik nog enthousiaster van het idee samen te werken met ambachtsmensen die heel precies zijn en veel kennis van zaken hebben. Samen met hen zou ik graag kleren van raffia maken. Helaas weet ik niet wanneer ik weer zal kunnen werken met mensen van buiten België.'

De collabs van Réda beperken zich trouwens niet tot modeontwerpers en ambachtsmensen uit de textielwereld. 'Ik heb samengewerkt met Samuel D'Ippolito, die vorig jaar de sets voor mijn modeshow verzorgde. In dit soort partnerschap met ontwerpers leggen we ons hele hart, al onze passie. Mode is niet langer een persoonlijke visie zoals in de tijd van Christian Dior en Coco Chanel, die hun ideeën oplegden aan de hele wereld. Het is veel spannender om met anderen te brainstormen en zo een universelere visie op mode te krijgen.'

Voor zijn eerste herinnering aan mode moet Réda Faklani terugkeren naar zijn kindertijd in Marokko. Samen met zijn vader en broers ging hij naar een kleermaker die hen voor speciale gelegenheden kleedde. 'Onze kleermaker was stom, en dat vond ik zowel fascinerend als grappig. Zijn atelier lag vol boeken en stofstalen. Natuurlijk verliep de communicatie niet vlekkeloos. Het was niet altijd gemakkelijk om te begrijpen wat hij ons probeerde duidelijk te maken.' Réda groeide op in Marokko, waar hij lessen volgde op een Franstalige school. Op 21-jarige leeftijd kwam hij in ons land aan. 'België trok me enorm aan, veel meer dan Frankrijk. In mijn ogen was het een surrealistisch land dat heel wat creatieve mensen voortbracht, zoals Magritte en Simenon. Ook de kosmopolitisch sfeer en de ligging - in het hart van Europa - deden me wegdromen. Het leek me een plek zonder grenzen.' Na zijn studie modeontwerp aan de HELMo in Luik ging hij aan de slag bij de beroemde Belgische modeontwerper Jean-Paul Lespagnard - die ons live interview op Instagram trouwens meevolgde - en later bij het prestigieuze Nederlandse modelabel Iris Van Herpen. 'Mijn absoluut waardevolste ontmoeting in de modewereld, is die met Jean-Paul Lespagnard. Hij is gezegend met een heel scherpe geest, en hij heeft mij met open armen ontvangen. Iedereen kent Jean-Paul. Ik ging vaak met hem op stap, en dan hij stelde me aan heel veel mensen voor.' Dankzij de ontwerper leerde Réda dus niet alleen de kneepjes van het vak, hij kon ook zijn netwerk uitbreiden. Daarna stak Réda de grens over en verhuisde naar Amsterdam. 'Ik heb heel mooie herinneringen aan die tijd. Ik fietste vaak in de regen, terwijl ik naar de composities van Erik Satie luisterde. Mijn herinneringen hangen even goed samen met muziek als met kleding. Iris Van Herpen is een soort fee. Ik heb van haar heel andere dingen geleerd, op veel grotere schaal. Toen (in 2015, nvdr) onderzocht ze de mogelijkheden van nieuwe technologieën als 3D-printing en lasersnijden al. Door Iris heb ik trouwens ook ontdekt dat mode een strenge discipline is die veel concentratie vereist. Soms werkten we verschillende weken met drie of vier mensen aan één stuk.'Na die twee intense ervaringen ging Réda zich herbronnen in zijn geboorteland Marokko. Hij wou er nadenken over zijn werk en even op adem komen. 'In die periode kwam ik textielarbeiders tegen die al drie jaar lang elke zomer demonstreerden voor een textielfabriek. Ik vroeg een van hen om me een pak te maken voor de bruiloft van mijn broer. Zonder mijn maten te nemen, stak hij een perfect pak in elkaar dat me als gegoten zat.' Op dat moment wist de ontwerper wat hij wou doen: samenwerken met ambachtsmensen.Om je eigen weg in te slaan, is wel een flinke portie moed nodig. Réda doopte zijn merk daarom Dare!Reda, verwijzend naar to dare, 'durven' in het Engels, maar ook naar dar, 'huis' in het Arabisch. Het label is het resultaat van al die ontmoetingen, al die stages, maar ook van het feit dat de ontwerper zich bewust werd van de lastige kanten van het vak. Dat alles vertaalde zich in een sterke, aseksuele lijn. 'De eerste seizoenen moet je als merk je naam vestigen en je stijl uitzetten. Via Eldorado, mijn eerste collectie die ik eind vorig jaar in Brussel heb gepresenteerd en die binnenkort op het platform One Such verkrijgbaar zal zijn, kon ik mijn roots bezweren. Mijn volgende lijn zal ongetwijfeld iets helemaal anders uitdrukken. Het doelpubliek van Dare!Reda? Moeilijk te zeggen, daarvoor is het merk nog te jong. Het gaat in elk geval om kwaliteitsstukken waarin niet alleen glanzend lurex een hoofdrol speelt, maar ook traditionele Marokkaanse stoffen als fouta (het materiaal dat gebruikt wordt voor de handdoeken in de hamams, nvdr), gemaakt door technisch onderlegde vakmensen die uiterst nauwkeurig te werk gaan.'Réda houdt het ook graag lokaal. Hij wil weten met wie hij werkt en wie zijn kleren draagt. En hij kijkt ook naar het ecologische plaatje: in al zijn complexiteit speelt het een belangrijke rol in zijn creaties. 'Sommige merken maken van duurzaamheid hun stokpaardje. Maar ecologie is veel meer dan zomaar een woord om mee uit te pakken in je communicatie. Milieubescherming moet deel uitmaken van het DNA van een merk. We moeten er zelf ook over nadenken bij het samenstellen van onze garderobe', vindt de ontwerper. Hoe zit het trouwens met de garderobe van de ontwerper zelf, die tijdens het interview een T-shirt van Dare!Reda draagt met geborduurde details van lasergesneden plexiglas. 'Ik heb zowat overal kleerkasten staan. In België, in Marokko, thuis, bij mijn ouders, bij vrienden. Ik hou al mijn kleren bij. Als je een kledingstuk weggooit, dan wis je meteen ook de herinneringen die eraan verbonden zijn. Een dj bewaart toch ook met veel liefde al zijn vinylplaten?' Reda's absolute must-have? Dat is verrassend genoeg niet iets om te dragen. 'Wat absoluut onmisbaar is voor mij is - afgezien dan van een mondmasker op dit moment - een bewuste houding op het vlak van kleren kopen en dragen. Het zou fijn zijn mochten we na deze lockdown light allemaal een mooi accessoire bezitten dat we weloverwogen en doordacht hebben uitgekozen.'Nadenken en aan introspectie doen: dat is precies wat de ontwerper zelf ook deed tijdens de lockdown light. Met als gevolg dat hij momenteel mondmaskers maakt. 'Ik kan niet zomaar achterover leunen en niets doen. Ik zie het als mijn plicht om de mensen rond mij, mijn familie, mijn vrienden, de mensen die mij altijd hebben gesteund en het verplegend personeel te beschermen.' In totaal gaf hij zo'n 150 maskers gemaakt uit restjes stof gratis weg. De vraag bleef echter stijgen, en het materiaal raakte uitgeput. Vandaag biedt de ontwerper opnieuw mondmaskers te koop aan, deze keer voor 20 euro per stuk. 'Op het internet lees je wel eens negatieve commentaren over het verkopen van maskers. Volgens mij weerspiegelen die reacties maar één ding: angst. De 20 euro dekt niet alleen het materiaal of het handwerk van de ontwerpers, maar ook het risico dat we nemen als we ons huis verlaten, stof kopen, naar het postkantoor gaan. Geen enkele prijs is te hoog in die context, vind ik. Kun je een prijs plakken op een mensenleven? Ik vind van niet.'Wat hoopt Réda na de lockdown light te realiseren? Een samenwerking? 'Ik ben een grote fan van Martin Margiela. Dertig jaar geleden al tekende hij kleren met een gedestructureerd design, gemaakt van ongewone materialen die vandaag furore maken. Om dezelfde reden spreken ook de conceptuele creaties van het Parijse label Y/Project mij enorm aan. Die kleren zijn veel meer dan alleen maar mooi. Toch word ik nog enthousiaster van het idee samen te werken met ambachtsmensen die heel precies zijn en veel kennis van zaken hebben. Samen met hen zou ik graag kleren van raffia maken. Helaas weet ik niet wanneer ik weer zal kunnen werken met mensen van buiten België.'De collabs van Réda beperken zich trouwens niet tot modeontwerpers en ambachtsmensen uit de textielwereld. 'Ik heb samengewerkt met Samuel D'Ippolito, die vorig jaar de sets voor mijn modeshow verzorgde. In dit soort partnerschap met ontwerpers leggen we ons hele hart, al onze passie. Mode is niet langer een persoonlijke visie zoals in de tijd van Christian Dior en Coco Chanel, die hun ideeën oplegden aan de hele wereld. Het is veel spannender om met anderen te brainstormen en zo een universelere visie op mode te krijgen.'