Permanente controle op het fiscale spel

Luc Maes Luc Maes, voorzitter van de Fiscale Hogeschool en docent fiscaal recht aan UAntwerpen en KU Leuven

Vorige week wees Michel Maus in deze column op het arrest van het Hof van Cassatie van 22 mei 2015, over het bewijs in fiscale aangelegenheden. Meer in het bijzonder over onrechtmatig verzameld bewijs. Mag de fiscale administratie dat gebruiken?

In de sport geldt de regel dat resultaten alleen geldig zijn als ze met respect voor de spelregels en met eerlijke middelen behaald zijn. Geldt in het fiscaal recht dezelfde redenering en dezelfde oplossing? Men zou dat mogen verwachten. Maar het Hof van Cassatie moet vaststellen dat de fiscaliteit geen bepaling bevat die expliciet verbiedt dat onrechtmatig verkregen bewijs toch gebruikt wordt.

Op een onjuiste wijze bewijs verzamelen is, net zoals doping in de sport, verboden. Maar de fiscale wetgeving zegt niet hoe men moet omgaan met de onrechtmatig verkregen informatie. Deze vaststelling van Cassatie moeten zowel de regering als onze vertegenwoordigers in het parlement die de wetten maken, ter harte nemen en aanzetten om op korte termijn de fiscale wetgeving aan te vullen.

De fiscale wetgeving geeft de administratie nu een ruime, en volgens verschillende commentatoren veel te ruime, vrijheid in het verzamelen van bewijsmateriaal. Toch plaatst het Hof van Cassatie in zijn arrest daarbij een kanttekening: bewijsmateriaal dat ambtenaren onrechtmatig hebben verzameld en bovendien met miskenning van de beginselen van behoorlijk bestuur, mag absoluut niet gebruikt worden. Ook als het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang komt, mag geen rekening worden gehouden met onrechtmatig verkregen bewijs.

De nuancering die het Hof van Cassatie aanbrengt is welgekomen, maar wat doen we daarmee in de praktijk? Als de administratie tijdens het onderzoek van een fiscaal dossier verboden wegen bewandelt, en overduidelijk niet optreedt als een behoorlijk besturende overheid, wat kan de belastingplichtige dan doen? In de meeste gevallen moet hij lijdzaam toezien en wachten tot het onderzoek afgerond is, de belasting gevestigd wordt en hij de bezwaarprocedure kan starten. Als het om betwistingen gaat over de handelswijze van de administratie, zal de zaak na de bezwaarprocedure meestal nog voorgelegd moeten worden aan de rechter. Het kan dus jaren duren vooraleer een oordeel wordt geveld over het al dan niet onrechtmatig optreden van de administratie. En als het ooit zo ver komt, is de kans groot dat ondertussen aanzienlijke materiële en morele schade is veroorzaakt.

Het arrest maakt de vraag om een zogenoemde voorafgaandelijke geschillenregeling opnieuw actueel. Een instantie zou zich dan kunnen uitspreken over de vraag of de fiscale adminis-tratie tijdens een onderzoek correct handelt. Respecteert de administratie in haar zoektocht naar bewijzen, de wettelijke regels? Zijn er aanwijzingen van fraude die de administratie het recht geven gebruik te maken van de verlengde onderzoeks- en aanslagtermijn van zeven jaar? Wegen de aanwijzingen van fraude waarover de administratie beschikt om het fiscaal bankgeheim te doorbreken, voldoende zwaar? Allemaal vragen en discussiepunten die kunnen ontstaan vooraleer de belasting definitief gevestigd wordt. Op dit ogenblik wensen de meeste rechters zich maar uit te spreken nadat de belasting gevestigd is en niet tijdens het onderzoek.

Het Grondwettelijk Hof heeft er in zijn arresten van 14 februari 2013 al op gewezen dat de fundamentele rechten van de belastingplichtigen slechts volledig gewaarborgd zijn als ze het recht hebben om het voornemen van de fiscale administratie ter beoordeling voor te leggen aan een rechter. De tussenkomst van een rechter hoeft het onderzoek niet overmatig te vertragen. Zelfs aan een administratieve instantie, naar analogie van de fiscale bemiddelingsdienst, kan gedacht worden op voorwaarde dat die voldoende onafhankelijk kan optreden.

In ieder geval vormt het arrest van het Hof van Cassatie een oproep om dringend werk te maken van een vernieuwde fiscale procedure, met bijzondere aandacht voor een permanente en directe controle op het respecteren van de spelregels.

Luc Maes is voorzitter van de Fiscale Hogeschool en doceert fiscaal recht aan KU Leuven en UAntwerpen.

LUC MAES

Het arrest maakt de vraag om een zogenoemde voorafgaandelijke geschillenregeling opnieuw actueel.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content