Harde tijden voor durfkapitalisten

Nathalie van Ypersele Retrouvez chaque semaine l'éditorial de Nathalie van Ypersele, rédactrice en chef de Trends-Tendances, en alternance avec Guy Legrand, directeur adjoint du magazine

De tijd van de megawinsten op de beurzen is voorbij. Technologieaandelen scoren niet langer, en voor beursintroducties – denk maar aan Orange – heeft het beleggerspubliek geen belangstelling meer. Wat moeten venture capitalists aanvangen? We vroegen het aan Steven Kaplan, hoogleraar entrepreneurship en durfkapitaal aan de Business School van Chicago.

“Je zal het niet geloven, maar één van mijn vriendinnen – een venture capitalist in Silicon Valley – vertelde me dat ze de voorbije tien jaar niet één keer zo gelukkig is geweest als vandaag.”

Steven Kaplan, hoogleraar entrepreneurship en durfkapitaal aan de Business School van Chicago, houdt er merkwaardige vriendinnen op na, zo zou men op het eerste gezicht denken. Want de negatieve groeicijfers van de Amerikaanse groeibeurs Nasdaq bieden weinig perspectieven voor nieuwe beursintroducties, en dus ook weinig potentiële inkomstenbronnen voor durfkapitalisten. Maar Kaplan verklaart zich nader: “Door het zwakkere beursklimaat heeft ze nu meer tijd, investeert ze in bedrijven waarvoor ze belangstelling heeft en waarvan de aandelen laag genoteerd staan.”

Al zijn er natuurlijk ook durfkapitalisten die het minder goed hebben: enkele maanden geleden hebben sommigen de volle pot betaald voor aandelen in bijvoorbeeld internetbedrijven, terwijl die laatste nu ofwel met grote vertraging naar de beurs zullen stappen ofwel hun beursgang helemaal in vraag gesteld zien. Die investeerders zijn dus de hele tijd bezig met het bijsturen of consolideren van hun portefeuille.

TRENDS. Zijn de meeste durfkapitalisten betrokken bij die consolidatiefase?

STEVEN KAPLAN (BUSINESS SCHOOL CHICAGO). “Ik geloof inderdaad dat de meeste venture capitalists momenteel meer tijd besteden aan het ‘oprapen’ van de scherven dan aan het uitkijken naar nieuwe projecten. Temeer daar het beursklimaat niet bepaald gunstig is om uit te stappen. Wie verleden jaar een bedrijf had dat minimaal drie jaar bestond, kon naar de beurs trekken en meteen ook zijn meerwaarde opstrijken. Tegenwoordig wordt de beursgang uitgesteld, kost dat veel meer moeite en is er meer kapitaal vereist. Dit is een moeilijk te beheersen situatie, vooral voor wie tegen hoge quota geïnvesteerd heeft en nu lagere cijfers op de tabellen ziet staan.”

Krijgen de jonge bedrijven het niet knap lastig, precies door de moeilijkheid om aan nieuw kapitaal te geraken?

KAPLAN. “De situatie is inderdaad kritiek geworden. Vroeger werden makkelijk fondsen ter beschikking gesteld en kon de ondernemer zich concentreren op zijn business. Tegenwoordig is het zelfs voor bedrijven met een goed businessplan niet langer makkelijk de nodige financiële middelen bijeen te schrapen. Dat heeft echter ook een positieve zijde: men kan zich niet langer veroorloven – zoals dat twaalf tot achttien maanden geleden wél gebeurde – om overbodige uitgaven te doen, laat staan geld over de balk te gooien. Bovendien vindt ook een betere selectie plaats en vallen slechte businessplannen sowieso uit de boot.”

U staat nogal sceptisch tegenover de overlevingskansen van talrijke B2B (business-to-business)-transacties. Waarom eigenlijk?

KAPLAN. “Voor heel wat transacties van die aard bestaat geen reële vermindering van kostprijs voor de afnemer. De ‘internaut’ bezoekt een website, vergelijkt prijzen maar koopt niet noodzakelijk via die weg. Hij zal veeleer een beroep doen op zijn traditionele leverancier, maar eist van laatstgenoemde wel prijzen die te vergelijken zijn met die op internet. Het is in dergelijke omstandigheden zeer moeilijk het hoofd boven water te houden… en ik hoef u niet te vertellen voor wie.”

U haalt ook aan dat nichemarkten weinig kans maken om fondsen te vergaren.

KAPLAN. “Een durfkapitalist zal niet gauw geneigd zijn geld te investeren in een nicheproduct, want hoe kleiner de markt, hoe kleiner de foutmarge. Wie echter al 10% van de markt voor zijn producten gewonnen heeft en zijn activiteit wil uitbreiden met een of andere niche, zal allicht een venture capitalist kunnen aanspreken.”

U geeft aan een start-up de goede raad de vraag naar kapitaal tot een eerste proefproject te beperken en niet te werven voor het geheel van hun (latere) ontwikkeling.

KAPLAN. “Dat klopt. Neem bijvoorbeeld een telecomoperator. Om op de Europese markt te kunnen ‘meespelen’, is 100 miljoen euro nodig. Wie zo’n bedrag bijeen krijgt, zal niet bijster veel winst maken. Men kan beter 5 miljoen euro sprokkelen voor de Belgische markt – zo houdt men de controle over het bedrijf in handen – en pas later vers kapitaal aantrekken, wanneer men een ‘leefbaar’ deel van de markt heeft veroverd. Op die manier krijgt het bedrijf ook een werkelijke meerwaarde.

“Het is ook van primordiaal belang dat de stichters van een bedrijf hoofdaandeelhouders blijven. Dat zijn dingen waar durfkapitalisten op letten. Zij zullen niet toehappen als het management nog slechts 20% of minder in eigen handen heeft.”

Een studie van Forrester Research, in juni 2000, geeft aan dat meer dan de helft van de start-upbedrijven dit jaar de boeken zal moeten sluiten. Zijn dit realistische cijfers?

KAPLAN. “Men heeft wel de neiging één element uit het oog te verliezen. In 1993-1994 hielden venture capitalists rekening met het feit dat van tien investeringen er drie tot vijf zouden mislukken, dat drie tot vijf van die bedrijven door andere zouden worden overgenomen en dat er twee op de beurs genoteerd zouden worden. Die laatste twee stonden garant voor een mooi rendement op de totale portefeuille. Welnu, in 1997-1998 waren er geen twee maar vijf bedrijven op tien die naar de beurs trokken. Wat tot een ongelooflijk rendement geleid heeft. Dat was meegenomen, maar niet houdbaar op lange termijn. We keren nu terug naar een situatie zoals in 1993-1994.”

Sommige kapitaalschieters, allicht beneveld door het grote succes, lijken niet langer bereid om tijd en energie te stoppen in hun participaties. Is dit een wijdverspreide attitude?

KAPLAN. “Laten we zeggen dat ik als ondernemer niet aan om het even welke deur zou aankloppen.”

Namen?

KAPLAN(lacht). “Ik geloof dat op termijn die bedrijven minder goede resultaten zullen kunnen voorleggen. Ook al beweren zij hemel en aarde te bewegen voor de ondernemingen waarin ze investeren, zodra de zaak eenmaal rond is, trekken de heren zich terug. Vooral wanneer zij hun ‘diensten’ tegen een hoge prijs lieten betalen. Zo lang het gaat om veel kleinere bedragen, blijft men hand in hand samenwerken met de start-up, maar eenmaal het project zich sterk ontwikkelt, kan men zijn beloften niet langer nakomen. Met zeer betreurenswaardige resultaten natuurlijk.”

Gelooft u in een ‘zachte’ terugkeer naar een normale situatie, veeleer dan in een catastrofe na de hoge toppen die in 1999-2000 bereikt werden?

KAPLAN. “Jawel, en wel om de volgende twee redenen. Enerzijds hebben durfkapitalisten in 2000 meer dan 68 miljard dollar binnengerijfd, dat is het dubbele van in 1999. Dat geld werd niet allemaal uitgegeven. Dat zal ook niet gebeuren want de investeerders zijn bezig met de bressen te dichten die in hun portefeuille werden geslagen. Maar het geld kan evenmin voor eeuwig en drie dagen in een koffer blijven zitten. De investeerders zullen zich dus gematigd opstellen maar niet instorten.”

Ondanks de val van de Nasdaq is de ondernemingsgeest volgens u nog altijd aanwezig?

KAPLAN. “Ja. Ik vind dat de technische en technologische vernieuwingen die zijn totstandgekomen én de neiging tot deregulering van bepaalde markten voor de komende jaren enorme opportuniteiten bieden, onder meer op het vlak van de toepassing van die nieuwe technologieën. Hierover is zeker het laatste woord nog niet gevallen.”

Nathalie van Ypersele

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content