Groot, rond en geel

Het Nederlands Zuivelbureau beschouwt België samen met Nederland als de thuismarkt voor de kaasproducten.

Een zonnige dinsdagochtend in Brussel. Op de Oude Graanmarkt is een podium opgesteld met daarop drie koeien (geen echte), uit luidsprekers klinkt “Tulpen uit Amsterdam”, twee agenten regelen het verkeer. Wat staat hier te gebeuren ? Het persbericht van pr-bureau Fabulous had het over koeien die een Mars op Brussel zouden houden. “Een gegarandeerd geslaagde foto- en beeldreportage,” zo heette het.

Er staan dus wat fotografen te wachten, maar een hele tijd valt er niks te zien. Tot twintig Hollandse kaasmeisjes per fiets de Oude Graanmarkt komen oprijden. In het mandje aan het stuur van elke fiets zit een grote ronde gele kaas.

Het media-event is opgezet ter promotie van de Mei Gouda : de eerste kaas die gemaakt is met melk van koeien die na de winter en de wintervoeding weer vers gras gegeten hebben in de wei. Een van de kaasmeisjes mag uitleggen wat voor soort kaas dat wel is, en dat zij die “helemaal uit Nederland” per fiets naar Brussel hebben gebracht. De meisjes maken nog een dansje en laten de omstanders blokjes kaas proeven. De fotografen schieten hun filmpjes op. Veel publieke belangstelling is er overigens niet, op een paar rondlummelende jongeren na.

GRASKAAS.

Via posters in de bushokjes, materiaal op de verkooppunten en een radiospot werd de rest van België op de hoogte gebracht van de komst van Mei Gouda. En ja, het stond ook in een paar kranten op de economie-pagina.

Die kaas bestaat al een paar jaar in Nederland (onder de benaming “graskaas”), in Frankrijk en in Duitsland. Nu komt men er ook mee op de Belgische markt, omdat Nederlandse kaas het hier goed doet. België is belangrijk voor de Hollanders.

Ton Crépin, general manager A&P Benelux : “De jaarlijkse productie bedraagt 700.000 ton ; daarvan gaat 200.000 ton naar Duitsland, 175.000 ton blijft in Nederland, 60.000 ton gaat naar België, nog eens 60.000 ton naar Frankrijk en ik schat zo’n 20.000 ton naar Spanje en Griekenland. Voor de Nederlandse industrie vormen Nederland en België de thuismarkt. Na Duitsland is België de belangrijkste exportmarkt, en die moet je koesteren.”

MEERWAARDE.

Het Nederlands Zuivelbureau moet de kaas uit dat land onder de aandacht brengen op generiek niveau. Voor die promotie in België heeft men een jaarlijks budget van 3,5 miljoen gulden (bijna 65 miljoen fr.). De diverse exporteurs kunnen hun eigen merk brengen en zelf ondersteunen. Het Zuivelbureau moet ervoor zorgen dat het aantal “gebruiksmomenten” van Nederlandse kaas groter wordt ; het werkt vooral op soorten als Gouda, Edam en Maasdam. “De échte Nederlandse Gouda komt alleen uit Nederland,” beweert Crépin, “en niet uit Polen, Tsjechië of België.”

De Belgische kaasmarkt is echter zeer competitief en er wordt vooral op de prijs gespeeld. “Het Nederlandse assortiment is voor 85 % generiek en 10 tot 15 % wordt gebracht onder een merk ( Leerdammer, Old Amsterdam, Maaslander),” aldus Crépin. “Kaas is rond en geel. Als je niet uitkijkt, is de prijs het enige verschil. Daarom proberen we de Hollandse kaas een meerwaarde te geven.”

Het probleem voor de Nederlanders is dat ze zowat 150 jaar geleden, bij het Verdrag van Streza, verzuimd hebben Gouda als merknaam voor die kaas te deponeren. “Het is dus geen beschermde naam,” zegt Crépin. “Het gevolg is dat iedereen Gouda mag maken en dat ook driftig doet. Wij zijn echter nog steeds leider.”

CONSUMPTIE.

Er is echter niet alleen Gouda. België zelf doet ook inspanningen om de kazen uit eigen land aan de man te brengen. Toch mogen de Nederlandse kaasmakers zich verheugen in een toenemende consumptie van hun producten in België. Acties zoals voor de Mei Gouda moeten dat verbruik nog een extra zetje geven.

Uit cijfers van het Zuivelbureau blijkt dat de kaasconsumptie in België almaar stijgt : in 1993 was dat 16,4 kilo per hoofd van de bevolking, in 1996 al 17,9 kilo. De Nederlandse kazen hebben 30 % van de markt en vormen daarmee veruit het grootste segment. Verse kaas komt op de tweede plaats met een aandeel van 24 % ; de “andere halfharde kaas” is derde met 17 %. Het aandeel van de Nederlandse kaas in de Belgische kaasimport steeg van 29 % in 1993 naar 34 % in 1996. In diezelfde periode daalde de totale invoer evenwel van 177.800 naar 176.800 ton.

De Belgen eten vooral Gouda, goed voor 89 % van de aangekochte Nederlandse kaas ; Edam is nummer twee met 27 %. De naambekendheid van Gouda bereikt 98 %. Met 79 % komt Edam ook hier op de tweede plaats. Ten slotte heeft men gepeild naar het imago van de Nederlandse kaas. Daarin wordt erg hoog gescoord door elementen zoals : traditie en dus kwaliteit, veel variëteiten, passend in een modern eetpatroon.

Overigens is er wel een verschil tussen Vlaanderen en Wallonië. Wat kaas betreft, zijn de Vlamingen meer “Oranje-gezind” dan de Walen. Pikant detail : bij de actie in Brussel reden de Hollandse kaasmeisjes op fietsen van het merk Flanders.

A.V.P.

TON CRÉPIN (NEDERLANDS ZUIVELBUREAU) Kaas is rond en geel. Als je niet uitkijkt, is de prijs het enige verschil. Daarom proberen we de Hollandse kaas een meerwaarde te geven.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content